Kanaän (persoon)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kanaän was de vierde en jongste zoon van Cham en een kleinzoon van Noach. Zie Gen. 9:18-27.

Kanaän - naaste familie.jpg

In het Engels is de naam Canaan.

Vloek der dienstbaarheid

Over hem werd door zijn grootvader Noach de vloek van de dienstbaarheid uitgesproken, die Cham door de schaamteloze bespotting van zijn vader verdiend had (Gen. 9: 25-27). Noach zei: "Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij zijn broeders!", en dan wordt toegevoegd dat hij de dienaar van Sem en Jafeth zal zijn.

Het lijkt vreemd dat Noach niet de persoon van Cham, die zijn vader niet had geacht, vervloekte. Waarom de kleinzoon vervloekt werd, daarvoor zijn verschillende verklaringen gegeven:

  • Cham, die de zegen van de vermeerdering (Gen. 9:1), en vroeger van de goddelijke bewaring in de ark ontvangen had, mocht nu niet in een vloek genoemd worden.
  • Uit afschuw werd niet eenmaal de naam van de vervloekte genoemd.
  • Naar de eeuwenoude sage heeft Kanaan het eerst Noachs naaktheid gezien en aan zijn vader getoond.
  • de H. Schrift stelt, alleen wegens zijn bijzondere betrekking op Israel, een tak der vervloekte Chamieten meer op de voorgrond.

De eerste verklaring lijkt de beste. Ongetwijfeld was het God die in Zijn regering Noach leidde in het profetisch spreken over zijn drie zonen in de nieuwe wereld na de zondvloed. God had Cham gezegend samen met Noach en had een verbond met hem besloten. Hoe kon dan Hij dan Noach leiden om Cham te vervloeken? (Gen. 9:1,8). Trouwens, vinden we niet dat al Chams zonen knechten van Sem werden; op Kanaän alleen viel de vloek. Nimrod was een nakomeling van Cham en de stichter van de grote koninkrijken van het Oosten, en we lezen niet van hen dat ze schatplichtig aan Israël waren zoals Kanaän was. God, in de wijsheid van Zijn regering, leidde Noach om de vloek uit te spreken over Kanaän, in sterk contrast met de zegen van Jhwh op Sem, die vervuld werd in Israël.

Kanaäns nakomelingen zijn de Kanaänieten. De eerste Kanaänieten hebben zich gevestigd aan de lage zeekust bij Sidon. Hun woongebied heette Kanaän, dat is nederland,een zeer geschikte naam voor die lage zeekust. Van daar breidden zij zich naar het Zuiden uit, namen ook het diepe Jordaandal en voorts het gehele land in bezit, dat van die tijd af Kanaän genoemd is.

Aan Kanaäns nakomelingen werd het eerst en op de meest zichtbare wijze de maat der zonden, namelijk van gruwelijke ontucht en daarmede verbonden oordeel, vol. Zij werden van Jozua af (Gen. 9:26) Sems knechten, en hun verjaagde nakomelingen, die zich aan de verschillende oevers van de Middellandse zee neerzetten, b.v. te Karthago, na een korte tijd van bloei, door Romeinen en Vandalen knechten van Jafet (Gen. 9:27).

Nakomelingen

Zonen van Kanaän zijn Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth, Gen. 10:15. Verscheidene volksstammen hebben Kanaän als stamvader.

Ge 10:15 Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, Heth, Ge 10:16 en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet, Ge 10:17 de Heviet, de Arkiet, de Siniet, Ge 10:18 de Arvadiet, de Zemariet en de Hamathiet; daarna zijn de geslachten van de Kanaänieten verspreid. Ge 10:19 En de grens van de Kanaänieten reikte van Sidon in de richting van Gerar tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm, tot aan Lasa. (HSV)

'De Jebusiet' (vers. 16) is een collectieve naam van de Jebusieten. De naam Jebusiet komt van 'Jebus'. Jebus kennen wij als een oude naam van Jeruzalem. Sommigen leiden uit deze gegevens af, dat de derde zoon van Kanaän Jebus heette[1]. Het is echter ook denkbaar dat een deel van Kanaäns nakomelingen woonden in en bij een plaats genaamd 'dorsvloer' of 'vertreden plaats' (Hebreeuws: 'Jebus') en om die reden Jebusieten werden genoemd.

Bronnen

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Uit het lemma Kanään is op 25 nov. 2012 tekst genomen en bewerkt.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Kanaän. Hieruit is op 25 nov. 2012 tekst genomen en verwerkt.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Canaan. Hieruit is op 25 nov. 2012 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

Voetnoot

  1. Het Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible (een uitgave van Importantia) stelt: "afstammelingen van de derde zoon van Kanaän, die op of nabij de plaats van Jebus leefden".