Karel de Grote

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Karel de Grote (747/8 — 814) was koning van de Franken (vanaf 9 okt. 768) en keizer van het middeleeuwse West-Romeinse Rijk (vanaf 25 december 800). Hij heeft veel gedaan om het christendom te versterken en uit te breiden. Hij wordt wel ' de vader van Europa genoemd'.

Beeltenis van Karel de Grote op een denaar uit Mainz (812-814)

Hij werd geboren in 747 of 748[1] als de zoon van Pepijn de Korte en diens gemalin Bertrada. Hij werd reeds op 12-jarige leeftijd met zijn broer Karloman door paus Stefanus II tot koning gezalfd. Met zijn broer aanvaardde hij na de dood van zijn vader (768) het bewind en dempte een oproer dat door de oude hertog Hunold in Aquitanië was uitgebroken. Door de dood van Karloman en de uitsluiting van diens beide zonen verkreeg hij de alleenheerschappij in het Frankische rijk (771).

Karel was een echt koninklijke gestalte, een echte heerser, een dapper koning, een beschermer van kerk en godsdienst. Niet ten onrechte noemde men hem „de grote". Zijn geschiedschrijver zegt: „nooit is misschien een rijker leven door een sterfelijk mens aan het licht getreden".

Omvang van zijn rijk. Hij regeerde in een ontzaglijk groot rijk van de Atlantische oceaan tot de rivier de Raab en van den Eider tot de Ebro en Volturno.

Frankenrijk.jpg


Oorlogen. Karel de Grote voerde oorlog tegen de Longobarden in het zuidoosten, de Saksen in het noorden en de Moren in het zuiden. Om zijn rijk tegen gevaarlijke buren te beschermen, en om het christendom uit te breiden, begon Karel met een oorlog tegen de dappere Saksen, die met tussenpozen 30 jaar geduurd heeft. Uiteindelijk onderwerpt hij zijn vijanden en brengt hij rust in zijn rijk.

Karel blijft zijn hele leven trouw aan de paus en de kerk. Hij acht het zijn plicht het christendom te verdedigen en te verspreiden, desnoods met geweld. Dat Karel het christendom met het zwaard wilde uitbreiden was zeker niet naar de Schrift; maar men vergete de tijd niet, waarin Karel leefde en de voorstelling, welke hij had van het koningschap. In de dagen van Karel de Grote, het begin van de Middeleeuwen, meende men, dat het wereldlijk zwaard ten dienste gesteld mocht worden van Christus' kerk en Karel de Grote, wien het ideaal van een theocratie voor ogen zweefde, heeft in de oorlogen met de vijanden van het kruis het middel gezien, om dat ideaal te bereiken.

Karel rukte voorwaarts tot aan de Wezer en stichtte in het veroverde land burchten, welke hij voorzag van een Frankische bezetting.

Strijd tegen de Longobarden en de Saksen. Toen riep paus Hadrianus I hem te hulp tegen Desiderius, de koning van de Longobarden. Karel was met een dochter van Desiderius gehuwd geweest, maar, omdat zij kinderloos bleef, had hij haar teruggezonden tot haar vader. Om zich daarover te wreken, eiste Desiderius, dat de paus de beide zonen van Karloman, die van de regering uitgesloten waren, zou kronen en, toen de paus aan die eis niet voldeed, verwoestte hij het pauselijk gebied. Karel trok uit Genève met twee legers over de grote St. Bernard en over de Mont-Cenis naar Italië en bleef gedurende de winter aldaar. Door de verovering van Padua (774) vernietigde hij het rijk van de Longobarden. De koning Desiderius werd gevangen genomen en moest zijn overige levensdagen als monnik in een klooster doorbrengen. De Longobardische hertogen erkenden Karel als hun koning en Karel bevestigde de schenking, welke Pepijn aan de paus deed.

Intussen waren de Saksen opgestaan en in Hessen gevallen. Karel keerde uit Italië terug en versloeg de Saksen (775). In 776 ging hij weer naar Italië om een opstand van hertog Rotgout te dempen. Daarna behaalde hij een nieuwe overwinning op de Saksen, waardoor de meeste Saksische stammen te Paderborn (777) hun onderwerping kwamen aanbieden.

Op de vergadering te Paderborn verschenen ook Arabische vorsten uit Spanje, die Karels hulp tegen Abd er Rhaman kwamen inroepen. Nu trok Karel in 778 naar Spanje en het oostelijk gedeelte tussen de Pyreneeën en de Ebro werd onder de naam 'Spaanse mark' aan het Frankische rijk toegevoegd. Gedurende zijn terugtocht werd Roland door de Basken overvallen en hij sneuvelde bij Roncesvalles.

Karel ontving bericht van een nieuwen opstand van de Saksen, die tot Keulen voortgerukt waren. Karel versloeg ze aan de Eder en trok in hun land tot de Elbe (779 en 780). In het volgende jaar stonden de Saksers weer op (Karel was toen weer naar Italië, om zijn tweede zoon Pepijn door de paus tot koning van Italië te laten kronen en zijn derde zoon Lodewijk tot koning van Aquitanië). Wittekind, die te Paderborn niet verschenen was, maar bij de koning van Jutland een wijkplaats had gevonden, werd aan de Wezer verslagen. Karel nam een geduchte wraak. Bij Verden aan de Aller liet hij 4500 gevangenen op één dag ombrengen. Daarop volgde een algemene opstand van de Saksen, die echter in een tweede veldslag bij de Hase (de eerste veldslag bij Detmold bleef onbeslist) overwonnen werden. De aanvoerders Wittekind en Albio lieten zich dopen. In 803 werd de vrede te Selz gesloten, waarbij de Saksische edelen Karel als opperheer erkenden en het christendom aannamen.

Nu bracht Karel ook de Friezen tussen Eems en Wezer tot onderwerping. Een opstand in Italië van Arighi, hertog van Benevento, schoonzoon van Desiderius werd onderdrukt. Thassilo, hertog van Beieren, werd overwonnen en door Karel naar Fulda gezonden, om daar als monnik zijn levensdagen te slijten. Karel verleende ook hulp aan de Obotriten in Mecklenburg tegen de Wilten in de Mark. Zegevierend, ook over de Avaren aan de Elbe, trok hij tot aan de Raab.

De staatkunde van Karel bestond daarin, dat hij overal grensmarken stichtte, waarover hij markgraven stelde, die meer macht bezaten dan de gewone graven. Zo ontstonden b.v. de Spaanse mark en de Oostenrijkse mark.

In 800 ondernam Karel weer een tocht naar Italië, om paus Leo III tegen oproerige Romeinen te beschermen. De oproerlingen werden gestraft. En nu zette de paus (Karel heeft daar van tevoren wel iets van geweten) op de eerste Kerstdag in de St. Pieterskerk te Rome aan de voor het altaar knielende koning de keizerskroon op het hoofd en hij begroette onder de toejuiching van het volk Karel als Carolus Augustus, de keizer der Romeinen.

Karel wilde nu ook door de Byzantijnse vorsten als zodanig erkend worden. Zijn plan om door een huwelijk met Irene, de keizerin van Byzantium, de eenheid van het Oost- en West-Romeinse rijk te herstellen, leed schipbreuk door de val van Irene.

Karel beschouwde zich als patriciër van Rome, als opperste beschermheer van de kerk en als hogepriesterlijk koning. Hij behield zich de keuze der pausen voor. Paus en volk moesten hem trouw zweren. Zijn snelboden moesten van nu en voortaan de keizerlijke rechten van Rome hoog doen houden. Karel achtte de paus als het zichtbare opperhoofd van de kerk. Hij gaf hem dikwijls geschenken, maar hij stelde zichzelf boven de paus. Onfeilbaar was de paus volgens Karel niet. In dogmatische uitspraken durfde hij vrij van de paus te verschillen. (Men denke aan de beeldenstrijd en de Adoptiaanse strijd). De kerk stond volgens Karel niet boven de staat, maar naast de staat en hij zelf stond boven beide. Staatkundig en kerkelijk leven was ineengeweven. De rijksdagen waren tegelijk synoden der kerk. De besluiten der synoden hadden de bekrachtiging van de keizers nodig. Geestelijken waren staatsbeambten. Het instituut der missi dominici was een middel om door geestelijken en wereldlijke visitatie te laten houden. Hij bevorderde het christendom door de stichting van nieuwe bisdommen in het land van de onderworpen Saksen (Paderborn, Osnabrück, Münster, Minden, Bremen, Verden, Halberstadt en Hildesheim). Enkele bisdommen werden tot aartsbisdommen aangewezen, zoals Mainz, Keulen en Salzburg.

Karel zocht de geestelijke stand op te heffen door allerlei middelen, privileges, immuniteiten, invoering der tienden, voorschriften omtrent de levenswandel. Hij schreef voor dat er veel gepredikt moest worden, zowel in het Duits ais in het Latijn. Aan Paulus Diaconus droeg hij op, een verzameling van predicaties te boek te stellen, waarvan de geestelijken bij de prediking gebruik zouden kunnen maken (Homiliarum 786).

De keizer deed veel voor de kerkelijke bouwkunst. De kerk te Aken werd op zijn verlangen gebouwd naar het voorbeeld van de kerk in Ravenna.

Veel deed Karel voor het kerkelijk lied en gezang. Hij liet daartoe Italiaanse zangers aan zangscholen onderwijs geven (Metz, Orleans, Soissons enz.). Onder zijn regering kwam ook het eerste orgel uit Byzantium onder de Franken.

De leken moesten zich gedragen naar de kerkelijke voorschriften. Ieder moest de apostolische geloofsbelijdenis van buiten leren, desgelijks het „Onze Vader". Bij verzuim werden straffen, zelfs lichamelijke, toegepast. Voor het onderwijs van de jeugd gevoelde Karel veel. Zelf gaf hij een goed voorbeeld. Als volwassen man leerde hij nog de schrijfkunst. Hu leerde Latijn en deed een spraakkunst in zijn moedertaal opstellen. Een brede rij van voortreffelijke geleerden riep hij aan zijn hof. Onder deze behoorde ook de geschiedschrijver Einhard, die Karels leven beschreef. Einhard was Karels schoonzoon en geheimschrijver. Aan het hof was een hofschool Schola palatina. Eerst schreef Karel onderricht voor aan meer ontwikkelden, maar in 802 werd een algemene wet uitgevaardigd, waarin bepaald werd, dat ieder vader zijn zoon naar de school moest zenden om lezen te leren.

Karels privaat leven was verre van onberispelijk. Het laten ombrengen van 4500 Saksen op één dag is een zeer donkere bladzijde in zijn historie. Zijn levenswijze was wel eenvoudig maar hij was desalniettemin een hartstochtelijk man, die zich bijzonder aangetrokken voelde tot het vrouwelijke geslacht. Hij was viermaal gehuwd en onderhield behalve zijn wettige vrouwen ook nog vele onwettige. Uitwendig was hij godsdienstig. Hij beschouwde de uitbreiding van het christendom als een deel van zijn te voeren staatkunde. In hoever hij zelf leefde uit de ware beginselen van het christendom is moeilijk uit te maken.

Karel was zeer geacht. Hij was een voorwerp van algemene bewondering. Zijn roem werd zelfs buiten de grenzen van zijn gebied verbreid. Haroen el Raschid zond in 798 gezanten naar Karel, om hem te begroeten en geschenken te overhandigen.

In de laatste drie jaren van zijn levens leed hij gedurig door de koorts. In 814 stierf hij te Aken. Van zijn drie zonen waren de meest begaafde, namelijk Pepijn en Karel, reeds respectievelijk in 810 en 811 overleden. De derde was Lodewijk van Aquitanië, later Lodewijk de Vrome, die in 813 door zijn vader op de rijksdag te Aken werd gekroond. Toen hield deze hem zijn plichten als regent voor.

Het lijk van Karel de Grote werd in Aken in de door hem gestichte kerk bijgezet. Paus Paschalis III heeft hem heilig verklaard.

Karel de Grote is een inderdaad groot man geweest, die aan het begin van een nieuw tijdperk in de geschiedenis, namelijk dat van de Middeleeuwen stond en die zijn stempel gedrukt heeft op het leven van die tijden. Lange tijd heeft men zijn onmiskenbaar machtige invloed gevoeld.

Video


Karel de Grote: Vader van Europa. Gepubliceerd op Youtube.com op 18 jun. 2016 door Levensbeschouwing.net

Bron

F. W. Grosheide, J.H. Landwehr, C. Lindeboom, J.C. Rullmann, Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche volk. Kampen: J.H. Kok, 1925-1931. Zes delen. Tekst van het lemma 'Karel', II. Karel de Groote, is verwerkt op 11 jan. 2019.

Voetnoot

  1. Vroeger werd 742 vaak als geboortejaar genomen, maar tegenwoordig neigt men meer naar 747 of 748.