Kenezieten

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Kenezieten, ook gespeld Kenizieten of Kenizzieten, waren nakomelingen van Kenaz. De gelovige Kaleb was een zoon van de Keneziet Jefunne (Num. 32:12).

De naam Keneziet – of Keniziet, Kenizziet - betekent ook ‘nakomeling van Kenaz’[1].

De Kenezieten worden in de Schrift vier maal genoemd. De eerste maal in de opsomming van de volken van het aan Abram beloofde land:

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:
Ge 15:19 Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet,
Ge 15:20 En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten,
Ge 15:21 En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.
(SV)

De Kenezieten zijn dus één van de tien volkeren, wier land Israël veroveren moest (Gen. 15: 19).

Woonplaats. - Dat zij met de Kenieten genoemd worden, doet ons vermoeden dat zij in het zuiden van het aan Israël beloofde land woonden. Kaleb kreeg Hebron ten erfdeel.[2]

Joz 14:13 Toen zegende Jozua hem en hij gaf Kaleb, de zoon van Jefunne, Hebron als erfelijk bezit.
Joz 14:14 Daarom werd Hebron voor Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, tot erfelijk bezit tot op deze dag, omdat hij erin volhard had de HEERE, de God van Israël, na [te volgen].
(HSV)

Kaleb. - De gelovige Kaleb was een zoon van de Keneziet Jefunne (Num. 32:12; Joz. 14:6, 14).

Nu 32:12 behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er [wél] in volhard de HEERE na [te volgen]. (HSV)

Kenaz. - De Kenizieten waren nakomelingen van Kenaz. Othniël, de jongere broeder van Kaleb, wordt een zoon van Kenaz genoemd. Zie Joz. 15: 17; Richt. 1: 13; 3: 9, 11; 1 Kron. 4: 13. De naam Kenaz wordt genoemd als de zoon van Elifaz en daarmee de kleinzoon van Ezau (Gen. 36: 11, 15, 42; 1 Kron. 1: 36, 53). Hij was een Edomitisch stamvorst. Voorts wordt de naam Kenaz gedragen door een kleinzoon van Kaleb (1 Kron . 4, 15).

Hieruit mogen wij besluiten dat vóór de vestiging van de Israëlieten in Kanaän een deel van de Edomitische Kenizieten (nakomelingen van Ezau) zich bij de Judeërs voegde. Toch bestaat de mogelijkheid dat de overeenkomst van de namen toevallig is, en de Edomitische Kenizieten andere waren dan het geslacht van die naam uit Juda.

Bron

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, 1885-1886) s.v. Kenaz, Kenezieten. De tekst van dit lemma is op 10 maart 2016 verwerkt.

Voetnoten

  1. Aldus het Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. De Kenizieten woonden in de omtrek van Hebron, aldus F.L. Bakker, Geschiedenis der Godsopenbaring: het Oude Testament. Kampen: J.H. Kok N.V., 3e druk, 1955, blz. 71