Koninkrijk van God

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Koninkrijk van God is het rijk waarvan God de koning is. De burgers van dat rijk, de onderdanen van de Koning, vormen het volk van God.

De centrale menselijke figuur in het koninkrijk van God is Jezus Christus, de mens geworden Zoon van God. Het koninkrijk van God was dan ook een belangrijk onderwerp van het onderwijs dat de Heer Jezus gaf. Dat onderwijs ging gepaard met de verrichting van genezingen, waarmee de Heer zijn goddelijke komaf en zending bewees en tevens de heilrijke zegeningen van het Koninkrijk van God toonde. 

Lu 9:11 Toen nu de menigten dit merkten, volgden zij Hem; en Hij ontving hen en sprak tot hen over het koninkrijk van God; en hen die genezing nodig hadden, maakte Hij gezond. (TELOS)

Oude Testament

In de tijd van het Oude Testament was God koning over Israël. Israël was een theocratie, lett. Godsheerschappij. Nadat God door bepaalde leiders, richters en profeten zijn volk geleid had, begeerde dit, naar het voorbeeld van andere volken, een koning. God ervoer dat als een verwerping van zijn leiding, maar hij bewilligde en gaf hen Saul tot koning. Saul werd echter ongehoorzaam aan God, waarom God een ander tot koning verkoos, de schaapherder David. Daarna koos God uit de zonen van David Salomo als zijn opvolger uit. Zo ontstond het koningshuis van David.

God had aangaande Salomo tot David gezegd:

1Kr 17:14 maar Ik zal hem in Mijn huis en in Mijn koningschap voor eeuwig stand doen houden, en zijn troon zal voor eeuwig zeker zijn. (HSV)

Aan het eind van zijn leven zei David tot alle oversten van Israël:

1Kr 28:5 En uit al mijn zonen ... heeft Hij mijn zoon Salomo uitgekozen om te zitten op de troon van het koningschap van de HEERE over Israël. (HSV)

God had Salomo "uitgekozen tot een zoon" en zou "hem tot een Vader zijn" (1 Kron. 28:6)

1Kr 28:6 Hij zei tegen mij: Uw zoon Salomo, hij is het die Mijn huis en Mijn voorhoven zal bouwen. Ja, Ik heb hem voor Mijzelf uitgekozen tot een zoon, en Ik zal hem tot een Vader zijn. 1Kr 28:7 En Ik zal zijn koningschap bevestigen tot in eeuwigheid, als hij sterk zal zijn om Mijn geboden en Mijn bepalingen te doen, zoals op deze dag. (HSV)

Salomo zat "op de troon van Jahweh".

1Kr 29:23 Toen zat Salomo op de troon van de HEERE als koning in de plaats van zijn vader David, en hij was voorspoedig; en heel Israël luisterde naar hem. (HSV)

Helaas was ook Salomo geen volmaakte koning. Niettemin vertegenwoordigde hij Gods koningschap over Israël en regeerde namens Hem. Daarin is hij een voorafbeelding van de heerschappij van de ware Vredevorst, de zoon van God en onze Heer en Heiland Jezus Christus, van wiens heerschappij Jesaja profeteerde:

Jes 9:6 (9:5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Jes 9:7 (9:6) Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen. (HSV)

Koninkrijk der hemelen

De uitdrukking "koninkrijk der hemelen" is een benaming van het Koninkrijk van God en wel onder een ander gezichtspunt. "Koninkrijk van God" en "koninkrijk der hemelen" verwijzen naar dezelfde zaak, hetzelfde koninkrijk.

Mt 19:23 Jezus nu zei tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke moeilijk het koninkrijk der hemelen zal binnengaan. Mt 19:24 En opnieuw zeg Ik u: het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat. (TELOS)

De uitdrukking "koninkrijk der hemelen" duidt aan dat het rijk door de hemelen, waarin God woont, geregeerd wordt. De hoogste zetel, de troon van God, staat immers in de hemel. Jezus zei (tot de schriftgeleerden en farizeeën):

Mt 23:22 En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die daarop zit. (TELOS)

De uitdrukking "koninkrijk der hemelen" komt vooral in het evangelie naar Mattheüs voor, dat de Heer Jezus als de messiaanse Koning der Joden voorstelt.

'Koninkrijk van God' en 'Koninkrijk der hemelen' verwijzen dus naar dezelfde zaak, hetzelfde koninkrijk, maar onder verschillend opzicht. Vergelijk 'koninkrijk van Wilhelmina' en 'Koninkrijk der Nederlanden'. Ook deze uitdrukkingen verwijzen naar hetzelfde koninkrijk. Indonesië maakte als 'Nederlands Indië' ooit deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, omdat de hoogste regering zetelde in Nederland. Koningin Wilhelmina regeerde met de Nederlandse ministers over Nederlands Indië.

Volgens Jaap Fijnvandraat[1] legt de term "koninkrijk van God" de nadruk op de geestelijke sfeer, op de atmosfeer waardoor het koninkrijk gekenmerkt wordt, en legt de term "koninkrijk der hemelen" meer de nadruk op het uiterlijk zichtbare van het koninkrijk.

Evangelie van het Koninkrijk

Opdracht

De Heer Jezus was door God uitgezonden om het evangelie van Koninkrijk van God te verkondigen.

Lu 4:43 Hij zei echter tot hen: Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het koninkrijk van God verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden.(TELOS)

De Heer Jezus vervulde zijn zendingsopdracht en predikte het evangelie van het Koninkrijk van God.

Mr 1:14  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God Mr 1:15 en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie. (TELOS)

Inhoud

Het evangelie van het Koninkrijk van God is de goede boodschap, het goede nieuws aangaande dat rijk.

Mr 1:14  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God Mr 1:15 en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie. (TELOS)

Wat houdt het evangelie van Gods Koninkrijk in:

  • de tijd is vervuld
  • het koninkrijk van God is nabij gekomen
  • bekeert u
  • en gelooft het evangelie

De kern van de boodschap is de mededeling van de nabije komst van het koninkrijk van God. Deze goede tijding gaat gepaard met een oproep tot bekering en geloof.

Bij een machtwisseling in de wereld zien we vaak dat het nieuwe regime figuren van het oude bewind ter verantwoording roept en sommigen van hen veroordeelt. Toen Nederland bevrijdt werd, werden NSB-ers opgepakt. Wanneer God komt, zal Hij ieder oordelen naar zijn werken. Om veroordeling te ontgaan, moeten zondaars zich voordien bekeren en geloven in het evangelie. Want God wil niet dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen en behouden worden.

Prediking

Johannes de Doper en Christus Jezus predikten het evangelie van het koninkrijk. Na de verwerping en dood van de Heiland is de prediking niet gestopt. Na Zijn opstanding sprak de Heer met zijn leerlingen "over de dingen die het Koninkrijk van God betreffen" (Hand. 1:3)

Hnd 1:3 aan wie Hij Zich ook, nadat Hij had geleden, levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen, terwijl Hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en met hen sprak over de dingen die het Koninkrijk van God betreffen. (TELOS)

De evangelist verkondigde het evangelie aangaande het koninkrijk van God en van de naam van Jezus Christus. Dat koninkrijk en die naam zijn onlosmakelijk verbonden.

Hnd 8:12 Toen zij echter Filippus geloofden, die het evangelie aangaande het koninkrijk van God en van de naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, zowel mannen als vrouwen. (TELOS)

In de synagoge van Efeze, tijdens zijn derde zendingsreis, sprak de apostel Paulus over het koninkrijk van God.

Hnd 19:8 Hij nu ging in de synagoge en sprak vrijmoedig drie maanden lang en betoogde en overreedde de mensen betreffende de dingen van het koninkrijk van God. (TELOS)

Toen Paulus als gevangene in Rome was en onder huisarrest stond, verkondigde hij het koninkrijk van God.

Hnd 28:23 Nadat zij nu voor hem een dag hadden bepaald, kwamen er nog meer bij hem in zijn verblijf, aan wie hij het koninkrijk van God uitlegde en betuigde, terwijl hij hen trachtte te overtuigen aangaande Jezus, zowel uit de wet van Mozes als uit de profeten, van ‘s morgens vroeg tot de avond toe. (...) Hnd 28:31 predikte het koninkrijk van God en leerde aangaande de Heer Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, ongehinderd. (TELOS)

Merk ook hier het verband op tussen het koninkrijk van God en de naam van de Heer Jezus Christus, de Koning van dat rijk.

Komst van het Koninkrijk 

Het Koninkrijk van God kwam tot de wereld in de Zoon des mensen, dit is de Heer Jezus Christus. Het Koninkrijk kwam in een verborgen vorm, zonder uitwendige heerlijkheid en zonder machtsvertoon. Het kwam niet als een invasieleger, maar als een onaanzienlijke leraar met leerlingen.

Lu 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; Lu 17:21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u. (TELOS)

In Christus, de Koning, was het Koninkrijk van God midden onder de mensen gekomen. Hij werd echter verworpen en moest veel lijden. Hij ging terug naar de hemel, maar zal vandaar wederkomen in grote kracht en heerlijkheid.

Lu 17:21 ... Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u. Lu 17:22 Hij nu zei tot de discipelen: Er zullen dagen komen, dat u zult begeren een van de dagen van de Zoon des mensen te zien, en u zult die niet zien. Lu 17:23 En men zal tot u zeggen: Zie, hier, of: Zie, daar. Gaat er niet heen en volgt niet.
Lu 17:24 Want zoals de bliksem bliksemt, die van het ene einde onder de hemel tot het andere einde onder de hemel weerlicht, zo zal de Zoon des mensen zijn in zijn dag. Lu 17:25 Eerst echter moet Hij veel lijden en verworpen worden door dit geslacht.
(TELOS)

De verworpen Koning is teruggekeerd naar de hemel, maar zijn onderdanen zijn op aarde achtergebleven. De Koning is in de Geest midden onder hen, ter plaatse waar twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn in Zijn naam. Hij is met hen tot aan de voleinding van de eeuw. De onderdanen van de Koning vormen het Koninkrijk van God in zijn tegenwoordige, verborgen vorm. Anders gezegd, zij vormen de voorpost van het Koninkrijk in zijn toekomstige vorm. 

Wanneer de Zoon des mensen voor de tweede keer komt, komt Hij overweldigend waarneembare wijze, gelijk de bliksem. De Heer Jezus wees de Farizeeën erop dat het koninkrijk van God op niet-waarneembare wijze onder hen gekomen was. Zijn discipelen echter vertelde Hij van de waarneembare komst van de Zoon des mensen, maar ook van Diens lijden en verwerping tussen de beide komsten in.

De Koning, de Zoon des mensen, komt op overweldigend waarneembare wijze, met grote kracht en heerlijkheid. Daarvóór zullen echter valse christussen komen, die ten onrechte als de gekomen Christus worden aangewezen.

Lu 17:23 En men zal tot u zeggen: Zie, hier, of: Zie, daar. Gaat er niet heen en volgt niet. (Telos)

De leerlingen van de Heer Jezus moeten niet naar een valse christus toe gaan en zo iemand volgen.

Gelijkenissen van het Koninkrijk

In verschillende gelijkenissen heeft de Heer Jezus onderwijs gegeven over het koninkrijk der hemelen.

Lu 13:18 Hij zei dan: Waaraan is het koninkrijk van God gelijk en waarmee zal Ik het vergelijken? Lu 13:19 Het is gelijk aan ... (TELOS)

Elke gelijkenis vertelt iets bijzonders over het koninkrijk.

  • De gelijkenis van de Zaadzaaier duidt op de verschillende resultaten van 'het woord van het koninkrijk' (Matth. 13:18) bij de hoorders.  
  • De gelijkenis van de dolik onder de tarwe (Matth. 13) duidt op de tweëerlei onderdanen in het koninkrijk: tarwe (rechtvaardigen, zonen van het koninkrijk) en dolik (zonen van de boze, struikelblokken, wettelozen). In de voleinding van de eeuw zullen ze worden gescheiden.  
  • De gelijkenis van het mosterdzaad (Matth. 13; Luk. 13:18-19) duidt op de enorme omvang, die het koninkrijk na een zeer gering begin zal bereiken; maar ook boze geesten bezetten er plekken in.  
  • De gelijkenis van het zuurdeeg (Matth. 13; Luk. 13:20-21) duidt op de verregaande doorwerking van het kwaad in het koninkrijk.  
  • De gelijkenissen van de schat in de akker (Matth. 13) alsook  
  • De gelijkenis van de kostbare parel (Matth. 13) vertellen van de grote waarde die de gemeente van Christus, de zonen van koninkrijk, voor Hem heeft. 

Zonen van het Koninkrijk

De "zonen van het Koninkrijk" zijn de Israëlieten, voor wie het Koninkrijk in de eerste plaats bestemd was en aan wie het ook in de eerste plaats verkondigd is.

Mt 8:11 Ik zeg u echter, dat velen zullen komen van oost en west en met Abraham, Izaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk der hemelen; Mt 8:12 de zonen van het koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Israël echter, op een overblijfsel na, verwierp de Messias in ongeloof, terwijl velen uit de heidenvolken in de Heer Jezus zouden geloven. Jezus sprak de woorden van Matth. 8:11-12 na zich verwonderd te hebben over het groot geloof van een Romeinse hoofdman, die geloofde dat Jezus met een enkel woord zijn knecht op afstand gezond kon maken.

Koninkrijk van God en volk van God

De inwoners van het Godsrijk vormen het volk van God. Niet alle inwoners worden behouden. Hun geheiligd zijn door het bloed van het nieuwe verbond en moedwillig blijven zondigen en overtreden, wacht een vreselijk oordeel (Hebr. 10:26-31).

Heb 10:29  hoeveel zwaarder straf, meent u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God met voeten heeft getreden en het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was, onheilig geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft?  Heb 10:30  Want wij kennen Hem die gezegd heeft: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden’. En opnieuw: ‘De Heer zal zijn volk oordelen’.  Heb 10:31  Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! (Telos)

Ingaan in het toekomstige Koninkrijk

Het Koninkrijk van God heeft een huidige vorm en een toekomstige.

Voorwaarde: wedergeboorte. Voor het ingaan in het toekomstige Koninkrijk moet iemand wederom geboren zijn.

Joh 3:5  Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. (TELOS)

2Pe 1:10 Daarom, broeders, beijvert u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want door dit te doen zult u beslist nooit struikelen. 2Pe 1:11 Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend. (TELOS)

Door verdrukkingen heen. De leerlingen van Jezus moeten door vele verdrukkingen het koninkrijk van God binnengaan.

Hnd 14:21 En nadat zij aan die stad het evangelie hadden verkondigd en vele discipelen hadden gemaakt, keerden zij terug naar Lystra, naar Iconium en naar Antiochie Hnd 14:22 en versterkten de zielen van de discipelen, terwijl zij hen vermaanden in het geloof te blijven en dat wij door vele verdrukkingen het koninkrijk van God moeten binnengaan. (TELOS)

Moeilijk ingaan. Een rijke gaat moeilijk binnen.

Mr 10:25  Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van de naald gaat, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat. (TELOS)

Mt 19:24  En opnieuw zeg Ik u: het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat. (TELOS)

Mr 10:24  De discipelen nu stonden verbaasd over zijn woorden. Jezus echter antwoordde opnieuw en zei tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het voor hen die op vermogen vertrouwen, het koninkrijk van God binnen te gaan. (TELOS)

Toekomst van het Koninkrijk

Gezuiverd. In het huidige Koninkrijk van God is tarwe èn onkruid, zijn rechtvaardigen en werkers van ongerechtigheid, zijn waarachtige christenen en schijnchristenen. In de toekomst, 'de voleinding van de eeuw', zullen de werkers van ongerechtigheid en de de ongerechtige schijnchristenen verwijderd worden, buitengeworpen. Er zal een scheiding plaatsvinden.

Lu 13:23 Iemand nu zei tot Hem: Heer, zijn het weinigen die behouden worden? Lu 13:24 Hij nu zei tot hen: Strijdt om in te gaan door de nauwe deur; want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan en het niet kunnen. Lu 13:25 Vanaf dat de heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten, zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heer, doe ons open; en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent. Lu 13:26 Dan zult u beginnen te zeggen: Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken, en U hebt in onze straten geleerd. Lu 13:27 En Hij zal zeker tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent; gaat weg van Mij, alle werkers van ongerechtigheid. Lu 13:28 Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer u Abraham, Izaak en Jakob zult zien en al de profeten in het koninkrijk van God, maar uzelf buitengeworpen. (TELOS)

Bewoners. De bewoners van het toekomstige Koninkrijk zullen zijn: de rechtvaardigen uit het Oude Testament, al de profeten, alle rechtvaardigen uit alle windstreken.

Lu 13:28 ... Abraham, Izaak en Jakob ... en al de profeten in het koninkrijk van God, ... . Lu 13:29 En er zullen er komen van oost en west, en van noord en zuid, en aanliggen in het koninkrijk van God. Lu 13:30 En zie, er zijn laatsten die eersten zullen zijn; en er zijn eersten die laatsten zullen zijn. (TELOS)

Gemeenschapsmaal. In het Koninkrijk zullen de heiligen aanliggen. Dat duidt op rust, gemeenschap, genieten.

Mt 8:11 Ik zeg u echter, dat velen zullen komen van oost en west en met Abraham, Izaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk der hemelen; Mt 8:12 de zonen van het koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Lu 13:29 En er zullen er komen van oost en west, en van noord en zuid, en aanliggen in het koninkrijk van God. (TELOS)

Onderwerping. De Heer Jezus regeert totdat al zijn vijanden aan Hem zijn onderworpen.

1Co 15:22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 1Co 15:23 Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als eersteling, daarna die van Christus zijn, bij zijn komst. 1Co 15:24 Daarna is het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overgeeft, wanneer Hij alle overheid en alle gezag en kracht te niet gedaan heeft. 1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. 1Co 15:26 Als laatste vijand wordt de dood te niet gedaan. (TELOS)

Overgave van koninkrijk aan de Vader. Nadat alles is aan de Heer Jezus onderworpen is, geeft Hij het koninkrijk over aan God de Vader en zal Hijzelf onderworpen zijn aan de Vader, opdat God alles in allen zal zijn.

1Co 15:24 Daarna is het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overgeeft, wanneer Hij alle overheid en alle gezag en kracht te niet gedaan heeft. 1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. 1Co 15:26 Als laatste vijand wordt de dood te niet gedaan. 1Co 15:27 Want ‘Hij heeft alles aan zijn voeten onderworpen’. Wanneer Hij nu zegt dat alles Hem onderworpen is, is het duidelijk dat Hij wordt uitgezonderd die Hem alles onderworpen heeft. 1Co 15:28 Maar wanneer Hem alles onderworpen is, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen zijn aan Hem die Hem alles onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn. (TELOS)

Duur van het Koninkrijk

Het koninkrijk van God is een koninkrijk op aarde. Het begon met de komst van de Heer Jezus op aarde. In Hem, de Koning, was het koninkrijk midden onder het volk van Israël. Het koninkrijk van God met Jezus als koning zal bestaan tot het oordeel van de grote witte troon.

1Co 15:24 Daarna is het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overgeeft, wanneer Hij alle overheid en alle gezag en kracht te niet gedaan heeft. 1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. 1Co 15:26 Als laatste vijand wordt de dood te niet gedaan. 1Co 15:27 Want ‘Hij heeft alles aan zijn voeten onderworpen’. Wanneer Hij nu zegt dat alles Hem onderworpen is, is het duidelijk dat Hij wordt uitgezonderd die Hem alles onderworpen heeft. 1Co 15:28 Maar wanneer Hem alles onderworpen is, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen zijn aan Hem die Hem alles onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn. (TELOS)

Volgens sommigen eindigt het Koninkrijk van God wanneer het oordeel van de grote witte troon is uitgevoerd[2]. Daarna valt er voor God niets meer te regeren zijn. Hij is immers alles en in allen[2]. Alles is in overstemming met Hem. Het koninkrijk van God eindigt, de Gemeente blijft bestaan als het Nieuwe Jeruzalem. Tegen de gedachte dat het Koninkrijk van God een einde heeft, kan worden gesteld (1) dat het koninkrijk van God met het 'overgeven' niet ophoudt, maar wordt voortgezet. 'Overgeven' van het koninkrijk aan de Vader sluit een voortzetting niet uit. Als het koninkrijk ophoudt te bestaan, valt er een niet-bestaand iets, d.i. niets, over te geven. Of maakt de Vader na ontvangst van het koninkrijk er meteen een einde aan? (2) Een tweede tegenwerping tegen de gedachte van een beperkte duur is dat het koninkrijk van God eeuwig is.

2Pe 1:11 Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend. (TELOS)

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Hiertegen wordt ingebracht dat 'eeuwig' in oudtestamentisch perspectief niet verder reikt dan het 1000-jarig vrederijk[2]. Hierop kan worden geantwoord dat de brief van een nieuwtestamentisch geschrift is en dat Petrus weet had van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde na de ondergang van de huidige kosmos. Het boek Openbaring is eveneens een nieuwtestamentisch geschrift. Opb. 11:15 zegt dat de Here God "zal regeren tot in alle eeuwigheid". Deze uitdrukking wijst op een regering zonder einde.

Koninkrijk van God versus Gemeente van God

Het Koninkrijk van God is niet hetzelfde als de Gemeente van God. Een (ware) christen is een lid van de gemeente en een onderdaan in het koninkrijk van God. Hij heeft met beide te maken.

Begin. Het Koninkrijk van God begon met de komst van de Koning, de Heer Jezus, op aarde. Het Koninkrijk van God was met Hem, de Heer Jezus, midden onder het volk. De Gemeente van God begon met de komst van de Heilige Geest, op die ene Pinksterdag, toen de Geest op aarde neerdaalde en de gelovigen tot één lichaam samenvoegde.

Doop. Door de waterdoop treedt men toe tot het Koninkrijk van God. Door de geestesdoop wordt men ingelijfd in de Gemeente.

Omgeving. De omgeving van het Koninkrijk is de aarde[3], ofschoon het (ten hoogste) geregeerd wordt vanuit de hemel. De omgeving van de Gemeente is tijdelijk de aarde en daarna eeuwig de hemel.

Verwachting. Als leden van de Gemeente verwachten wij de komst van de Heer en de ontmoeting met Hem in de lucht, om voor altijd bij Hem te zijn. Als onderdanen van het Koninkrijk verwachten wij met Hem in heerlijkheid te verschijnen in de wereld.

Voetnoten

  1. 'Het Koninkrijk der hemelen en het Koninkrijk van God', aflevering 4 van een serie artikelen van viervorst. Deze aflevering verschreen oorspronkelijk in Bode van het Heil in Christus, nr. 256, jaargang 125, dec. 1982.
  2. 2,0 2,1 2,2 Wim Zwitser, De komst van Christus en de opname van de Gemeente. Lezing in Veenendaal (NL), 10 juni 2017.
  3. Aldus Wim Zwitser, zie andere voetnoot. Hij gaat ervan uit dat het Koninkrijk van God eindigt wanneer het duizendjarige vrederijk eindigt.