Kreta

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kreta (Du. Kreta, Fr. Crète, Eng. Crete) is het grootste eiland van Griekenland, met talrijke resten van een oeroude cultuur. De apostel Paulus heeft het eiland aangedaan en er Titus achtergelaten. Het eiland wordt in het Nieuwe Testament 5x genoemd, in Hand. 27:7, 12, 13, 21; Tit. 1:5. In het Oude Testament komt het eiland voor onder de naam Kaphthor. Zie de ligging van het eiland op Google maps.

De Griekse naam is Κρητη, Krete. De naam betekent 'vleeslijk'[1]. Kreta wordt door de Grieken Kriti, door de Turken Kirid geheten en werd door de Europeanen eerder Kandia (Candia) genoemd.

Kreta en de reis van Paulus

De reis van Paulus, van Israël naar Rome, wordt hieronder weergegeven.

Paulus deed Kreta aan op zijn reis naar Rome. Integenstelling tot wat de kaart aanduidt, ging het schip niet onder, maar boven het eiland Rhodos (op de kaart Rhodes) langs.
Deze kaart uit 1867 toont de ligging van Salmone (= Kaap Sidero) in het oosten en Schone Havens (= Kaloi Limenes) in het midden van de zuidkust.
Op deze kaart uit 1913 zijn Schone Havens en Lasea aangegeven in het midden van de zuidkust. Klik op de kaart om in te zoomen.

Lucas schrijft:

Hnd 27:7 Toen wij nu ettelijke dagen langzaam opschoten en met moeite ter hoogte van Cnidus kwamen, daar wij de wind niet mee hadden, voeren wij dicht langs Kreta ter hoogte van Salmone. (TELOS)

Vanaf Knidus, in de zuidwesthoek van het huidige Turkije (zie eerste kaart) kon het schip door een noordwestenwind niet boven Kreta langs varen, maar moest een andere koers langs Salmóne nemen en in de beschutting van de zuidkust van het eiland varen. Salmóne is een voorgebergte in de noordoostelijke hoek van het eiland, zie de eerste kaart. Zij wordt vereenzelvigd met Kaap Sidera (zie tweede kaart).

Hnd 27:8 En na het met moeite te zijn voorbij gevaren kwamen wij bij een plaats, Schone Havens geheten, waar de stad Lasea dichtbij lag. (TELOS)

Schone Havens ligt ten oosten van Kaap Matala (zie de kaart uit 1867, waar Schone Havens in het Engels Fair Havens heet; zie ook de kaart uit 1913). Lasea, tegenwoordig een ruïne, lag 8 km ten oosten van die haven (zie de kaart uit 1913).

Hnd 27:9 Daar nu veel tijd verlopen en de vaart al gevaarlijk was, omdat ook de vasten al voorbij was, waarschuwde Paulus hen.
Hnd 27:10 en zei tot hen: Mannen, ik zie dat de vaart zal plaatsvinden met ongemak en grote schade, niet alleen van de lading en van het schip, maar ook van ons leven.
Hnd 27:11 De hoofdman echter had meer vertrouwen in de stuurman en de schipper dan in wat door Paulus werd gezegd.
Hnd 27:12 En daar de haven ongeschikt was om te overwinteren, gaven de meesten de raad vandaar weg te varen om zo mogelijk Fenix te bereiken, een haven van Kreta, die uitkijkt op het zuidwesten en op het noordwesten, en daar te overwinteren.

(TELOS)

Schone Havens was ongeschikt om te overwinteren (vers 12) wegens de zuidoostenwinden. De haven van Fenix zou gunstiger liggen: open naar het zuidwesten en noordwesten (vers 12) en zonder gevaar van stormen uit het noorden en oosten. De ligging van Fenix is onzeker. Misschien is de haven identiek met de huidige Fineka-baai[3] (Eng. Phineka bay) aan de zuidkust, ten oosten van de plaats Loutro (Eng. Lutro). De Fineka-baai ligt ongeveer 80 km van Schone Havens verwijderd.

Hnd 27:13 En toen er een zachte zuidenwind opstak, meenden zij hun voornemen te hebben bereikt, en na het anker te hebben gelicht voeren zij dicht langs de kust van Kreta.
Hnd 27:14 Niet lang daarna echter sloeg vanaf het eiland een stormwind neer, Euraquilo geheten.

TELOS

Fenix werd niet bereikt. Er stak vanaf het eiland een stormwind op, een Noordooster genaamd Euraquilo of Euroklydon, die het schip naar het zuidwesten dreef.

Hnd 27:15 En toen het schip werd meegesleurd en de kop niet in de wind kon houden, gaven wij het op en lieten ons drijven.
Hnd 27:16 Toen wij nu onder een eilandje, Cauda geheten, doorliepen, waren wij met moeite in staat de sloep machtig te worden;

(TELOS)

Cauda of Klauda is een eilandje 36 km ten zuiden van Kreta, recht onder Phoenix (Fenix) gelegen.

Hnd 27:17 en na haar te hebben opgehaald namen zij voorzorgsmaatregelen door het schip te ondergorden, en daar zij bang waren op de Syrtis te worden geworpen, haalden zij het tuig neer en lieten zich zo drijven. (TELOS)

Het ondergorden van het schip houdt in dat rondom het vaartuig touwen werden gelegd om het meer stevigheid te geven. De scheepslieden waren bang om te stranden op de Grote Syrtis, een gevaarlijke zandbank in een bocht bij de Afrikaanse kust, ten westen van Cyrene (zie eerste kaart). Deze zandbank lag overigens een eind van het eilandje Klauda af, maar de hevige wind kon het schip ver doen afdrijven. Daarom werd de zeilen gestreken. Het schip ving zo minder wind.

Hnd 27:18 Daar wij nu hevig door de storm werden geteisterd, wierpen zij de volgende dag lading overboord; (TELOS)

Land en bewoners

Ligging, omvang, landschap. - Het eiland ligt in het oostelijke gedeelte van de Middellandse zee en sluit de Aegeïsche zee aan de zuidzijde af. Het ligt ten zuiden van Griekenland, van het vaste land gescheiden door de Zee van Kreta.

Kreta is het grootste Griekse eiland en tevens het grootste en vruchtbaarste eiland van het eilandenrijk van de Egeïsche zee. Zijn omvang is een vijfde van de oppervlakte van Nederland. Het is in grootte het vijfde eiland in de Middellandse Zee. De kust is 1054 km lang.

Het eiland is buitengewoon gunstig gelegen, rijk door de natuur bedeeld, langwerpig van vorm, waarom het oudtijds ook wel Makronseos, d.i. het 'lange eiland' genaamd werd.

De Samariakloof is de langste kloof van het eiland en wereldberoemd.

Bevolking. - Op het eiland wonen ruim 621.000 mensen (stand 2011). Een bewoner van Kreta heet een Kretens, meervoud Kretenzen of Kretensen. Het Griekse woord voor een Kretens is Κρης Kres, afgeleid van Κρητη, de Griekse naam van Kreta. Het Strongnummer van Κρης is 2912. De naam Kretenzen komt 2x in de Bijbel voor, Hand. 2:11, Tit. 1:12.

Kretenzen, wellicht Kretensische joden of proselieten, waren getuige van het talenwonder op de Pinksterdag in Jeruzalem.

Hnd 2:11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken. (TELOS)

Veel Kretenzers voelen zich allereerst een Kretenzer en daarna een Griek. Sinds 1913 hoort Kreta bij Griekenland. Kretenzer zijn overlevers en hechten met trots aan hun onafhankelijkheid. Ze leven gewoonlijk in familieverband, waarbij meerdere generaties onder één dak leven. Kretenzers zijn wispelturig - afwisselend hartelijk en onverschillig, ontspannen en hartstochtelijk, maar altijd oprecht -, houden van praten, overdrijven, doen beloftes die ze de volgende dag vergeten zijn[2]. Ze vinden het heerlijk om mensen te bekijken. Venetianen voerden de gewoonte van flaneren in.

Na het overlijden van een familielid kleedt men zich traditioneel tot drie jaar lang in het zwart. Veel oude vrouwen gaan in het zwart gekleed. Buitenlandse overheersing kostte zoveel Kretenzische levens, dat zwart vrijwel de nationale kleur werd.

Kreta was in de oudheid dichtbevolkt. De bewoners waren beroemd als uitstekende slingeraars en boogschutters, en dienden vaak voor soldij. Kreta was vermaard als het vaderland van mannen, als Minos, Daedalus, Epimenides, enz.

Hun zedelijkheid stond echter in zeer slechte reuk. Het woord kretizein (d.i. als een Kretenser spreken en handelen) gebruikten de Grieken in de zin van liegen en bedriegen. Het spreekwoord zei van hen: „de Kiliciërs, Kappadociërs en Kretensers waren de drie ergste K's." Zij maakten zich schuldig aan seksuele omgang met kinderen, waren vals en weinig betrouwbaar. Ten bewijze hiervan beroept Paulus zich (Tit. 1: 12) op een uitspraak van de beroemde Kretensische dichter Epimenides. De apostel noemt hem 'profeet' om de grote roem, waarin hij bij de Grieken stond, en waarom Cicero hem tot de zieners rekent.

In de laatste eeuw v. Chr. kwamen de Kretensers in aanraking met de Romeinen. Zij hadden hulptroepen geleverd aan Mithridates, de koning van Pontus, met wie de Romeinen in oorlog waren, maakten zich daarbij schuldig aan zeeroverij, en hierin vond Rome aanleiding Kreta de oorlog te verklaren. Na vreselijke bloedbaden gelukte het Quintus Caecilius Metellus Kreticus het eiland geheel te onderwerpen (68 - 66 v. Chr.). Kreta werd een Romeinse provincie, en werd later verenigd met Cyrene in Noord-Afrika, welke vereniging voortduurde tot de regering van Diocletianus.

Van 395-823 n. Chr. behoorde het tot het Oost-Romeinse rijk; in 823 werd het door de Arabieren veroverd, in 962 kwam het weer aan de Byzantijnen, die het in 1204 aan de Venetianen verkochten. In 1669 kwam het in de macht der Turken. Later maakte het eiland een Siwa (provincie) uit van het Klein-Aziatische Ejalet (stadhouderschap) Kutahijah.

Joden. - Dat er op Kreta ook Joden woonden, weten wij uit Philo en Flavius Josephus. Het eiland wordt vermeld in 1 Makk. 10: 67. De Handelingen der Apostelen 2:11 vermelden de aanwezigheid van Joden of proselieten uit Kreta, die op de Pinksterdag getuige waren van het talenwonder van de Heilige Geest.

Christenen. - Het christendom schijn er vroeg ingang gevonden te hebben. Toen Paulus zijn 'brief aan Titus' schreef, was er een Christelijke gemeente gevestigd. Volgens Titus 1:5 heeft Paulus zijn medewerker Titus op Kreta achtergelaten, haar leiding overlatend aan Titus.

Tit 1:5 Om deze reden heb ik je op Kreta gelaten, opdat je het ontbrekende in orde brengt en in elke stad oudsten aanstelt, zoals ik je opgedragen heb. (TELOS)

Deze medearbeider van Paulus werd later helaas als beschermheilige van Kreta werd. Uit de brief aan Titus blijkt, dat de Judaïsten ook daar de leer van de apostel Paulus bestreden.

Provincies. - Kreta is verdeeld in vier provincies, met elk meerdere gemeenten, die op beurt meerdere plaatsen en dorpen besturen. De provincies zijn:

  • provincie Chania (Grieks: "Nomos Chanion", nomos = provincie), west Kreta
  • provincie Rethymnon ("Nomos Rethymnou"), middenwest Kreta
  • provincie Heraklion / Iraklion ("Nomos Irakliou"), middenoost Kreta
  • provincie Lassithi ("Nomos Lassithiou"), oost Kreta

Steden. - De belangrijkste steden zijn Iraklion (ook wel geheten Heraklion of Candia, de oude Italiaanse naam), de grootste stad en hoofdstad, met 275.000 inwoners, en Chania (Haniá), met 139.000 zielen de tweede stad in grootte.

De oude haven van Heraklion, bewaakt door het Venetiaans fort Koules.

Rethimnon heeft de mooiste haven van heel het eiland (zie foto hieronder). In deze stad staan veel minaretten uit de Ottomaanse tijd. Gortys is een voormalige Romeinse hoofdstad.

Haven van Rethimnon

Door middel van Kreta handhaafden in de oudheid de Feniciërs hun hegemonie in de Aegeïsche zee. Later bij de volksverhuizing van de Doriers kwam het in het bezit van deze stam, die er een aantal republieken stichtte, waarom het eiland reeds bij Homerus Hekatompolis, het 'honderdstedige' heet. De voornaamste steden waren:

  • Cydonia (Canea, nu Chania), vanwaar de Romeinen de kweeën naar Italië brachten, en dat zij Mala Cydonia noemden;
  • Knossos of Knossus (nu Makro Trikho) - ten zuiden van de tegenwoordige hoofdstad Iraklion - de oude hoofdstad van Kreta en de residentie van koning Minos, in welker nabijheid in een kleinen berg, aan de voet van de Ida een grote, onderaardse grot wordt gevonden met ontelbare bochten en gangen, die misschien het oude labyrint van Kreta is. In Knossos staat een gereconstrueerd Minoïsch paleis.
  • Gortyna
  • Lyttus

In de H. Schrift worden bovendien Laséa en Fenix (Phoenix) genoemd.

De oppervlakte. - De kusten van het eiland zijn steil. De zuidkust is op verschillende plaatsen ontoegankelijk, terwijl de noordkust tamelijk vele bochten en grotere havens heeft, zoals de bocht van Martilus (nu golf van Kisamos), de golf van Amphimala (nu golf van Armyro) en de golf van Didymoi Kolpoi (nu golf van Mirabel).

De voornaamste kapen zijn kaap Korykus (nu kaap Grabusa), Psacum (nu Spada), Ciamum (nu Melek), Dium (nu Saxoso), Sammonium of Salmone.

Aan de zuidkust ligt het voorgebergte Ampelus (nu kaap Xacro), Erythraëm (nu kaap Stomachrio Giallo), Leon (nu Lionda).

Bergen. - De voornaamste bergen zijn de Albi Montes (nu Monti Leuki of Aspro Vuna d.i. woeste bergen) met hoge, naakte toppen, welke alleen 's zomers zonder sneeuw zijn.

Ida. - In het midden verheft zich de hoge, schier bestendig met sneeuw bedekte Ida (ook wel Ida Psiloritis, Psiloritis, Pseloriti, Grieks Ψηλορείτης psèloreitès = 'hoogste'). Het is een kale berg, met haar 2456 meter hoogte de hoogste berg van het eiland, 3 meter boven de bergtop van de Pachnes, een berg in het westen van Kreta. De bergtop Ida ligt in het Idagebergte. In de oudheid werd uit de Ida goud, koper en ijzer gewonnen. De godin Aphrodite en de oppergod Zeus werden er vereerd. Zeus zou op deze berg gevoed zijn toen hij nog een baby was.

Het majestueuze gebergte daalt naar het zuiden tot de van het oosten naar het westen lopende vlakte van Gortyna, de enige op het eiland, die door de Elektra (thans Jero Potamos) bevochtigd wordt. In het Zuiden is zij gescheiden van de zee door het gebergte Asterusia (thans Messaragebergte). Ten oosten van de Ida ligt het gebergte Argeüs (thans Jukta), terwijl het oostelijk gedeelte van het eiland bezet is door het gebergte Dikte (thans Setia)

Rivieren. - De voornaamste rivieren zijn ten noorden de Jardanus (thans Platania) en de Oaxes (thans Mylo-Patamos), ten zuiden de Katarrhaktes (thans Zuzuro) en de Elektra (thans Jero Potamos of Messara).

Klimaat. - Het klimaat is in de lagere streken zeer zacht: de hitte wordt getemperd door de zeelucht en de noordenwind.

Opbrengst van het land. Kreta munt uit door vruchtbaarheid. De grond is over het algemeen vruchtbaar en levert koren, citroenen, oranjeappelen, katoen of boomwol, wijn, olie enz. Mineralen levert het eiland weinig op. Men vindt er ijzer, kalksteen, marmer en albast.

Geschiedenis

De oudste tekenen van beschaving op Kreta zijn van volkeren, die uit Klein-Azië naar het eiland waren gekomen.

ca. 3000-1100 v.C.: Minoïsche cultuur

Kreta was de bakermat van de Minoïsche beschaving, die zich ongeveer 3300 v.Chr. ontwikkelde. Het was de allereerste beschaving van Europa en de eerste grote beschaving van het gebied rond de Egeïsche Zee. De Minoïsche cultuurperiode was van ca. 3000 - 1100 v. Chr. en wordt verdeeld in[3]:

3000 - 1900 pre-palatiaal 3000 - 2200 Vroeg-Minoïsch
2200 - 1900 Midden-Minoïsch 1A
1900 - 1700 protopalatiaal (oude paleistijd) 1900 - 1800 Midden-Minoïsch 1B
1800 - 1700 Midden-Minoïsch 2
1700 - 1450 neopalatiaal (nieuwe paleistijd) 1700 - 1600 Midden-Minoïsch 3
1600 - 1500 Laat-Minoïsch 1A
1500 - 1450 Laat-Minoïsch 1B
1450 - 1100 postpalatiaal (napaleizentijd) 1500 - 1375 Laat-Minoïsch 2
1375 - 1100 Laat-Minoïsch 3A, 3B, 3C

Knossos was vermoedelijk een belangrijk ceremonieel en politiek centrum. De Minoische tijd bracht goede zeevaarders, handelaars en landbouwers voort. Omdat zij vrijwel de gehele oostelijke Middellandse Zee onder controle hadden en vrijwel geen vijanden hadden, konden zij zich ontwikkelen tot een bijzonder hoge beschaving. De Minoërs waren kunstminnend, creatief volk, met een liefde voor rituelen. Er was grote welvaart op Kreta door de handel met Griekenland, het Middellandse Zeegebied, Egypte en Syrië, en door de vruchtbare grond van Kreta die olie, graan en wijn opbracht.

Dolfijnen op een Minoïsch fresco in Knossos

De paleizen vormden de economische centra. De ruïnes van deze paleizen zijn op verschillende delen van het eiland te vinden. Het paleis van Knossos bevatte goed ingerichte vertrekken met muurschilderingen, sommige van levensgroot afgebeelde mensen, stieren en dolfijnen. Andere onderwerpen zijn religieuze optochten, dansers, fabeldieren, lelies en vogels.

Door de welvaart nam de bevolking van Kreta toe en verspreidde zich over heel Kreta. De Minoïsche beschaving was waarschijnlijk vredelievend, want er zijn geen verdedigingswerken gevonden.

In de napaleizentijd vinden wij alleen in Knossos nog gebruik van het paleis, in elk geval tot 1375, misschien door door Myceners.

Aan deze Minoïsche beschaving kwam rond 1200 v.Chr. een einde. Dit wordt vaak in verband gebracht met een waarschijnlijk allesverwoestende aardbeving en vulkaanuitbarsting (Thera). In deze gebeurtenis ziet men zelfs de aanleiding voor de legende van Atlantis. Dendrochronologisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat de Thera uitbarsting ruim vier eeuwen voordien (1628 v.Chr.) heeft plaatsgevonden.

Toen het economisch niet meer goed ging, werd Kreta veroverd door de Myceners uit het Griekse gebied. De Minoïsche cultuur bleef daarbij overeind. Een van de belangrijkste dingen uit deze tijd was dat er aan goudbewerking werd gedaan.

1100-76 v.C.: Griekse cultuur

De periode van de Griekse cultuur kan worden verdeeld in[3]:

1100 - 650 geometrische periode
650 - 500 archaïsche periode
500 - 330 klassieke periode
330 - 67 vC hellenistische periode

ca. 1100 v. C. - Rond deze tijd was er veel onrust en onzekerheid, waardoor een migratiegolf naar Cyprus op gang kwam.

Ca. 1000 v. C. - Rond deze tijd trokken Dorische volken vanuit het Griekse vasteland naar Kreta, die de ijzerbewerking meebrachten. Dit wordt de Dorische tijd genoemd. Deze periode wordt ook de "donkere periode" van de geschiedenis van Kreta genoemd, omdat er vaak oorlogen tussen de steden gevoerd werden, vooral omdat er weinig voedsel was door gebrek aan landbouwgrond.

Ca. 800 - ca. 500 v.C. In deze eeuwen waren er veel kunstenaars op Kreta die veel beelden maakten.

500/480 - 330/323 v.C. In deze klassieke periode werd de techniek van het slaan van munten geïntroduceerd. Kreta had niet veel macht. Aan het einde van deze periode kwam Alexander de Grote aan de macht in het buurland Macedonië. Hij overleed in 323 v. Chr.

De daaropvolgende eeuwen werden gekenmerkt door een aaneenschakeling van oorlogen. Achtereenvolgens hebben Romeinen, Arabieren, Byzantijnen, Venetiërs en Turken het eiland overheerst.

67 v.C.-330 n.C.: Romeinse cultuur

In deze periode was Kreta een provincie van Rome en eindelijk was er rust en orde op het eiland. Het was nu voor het eerst dat Kreta bezet werd door een vreemde macht. De Romeinen zorgden voor de heropbouw van het eiland en de aanleg van wegen, aquaducten en tempels. Kreta bloeide onder het Romeinse bewind weer op en diverse steden kenden grote economische bloei. In deze periode kenden de landbouw en de veeteelt zeer goede tijden maar ook de visserij deed het uitstekend.

330-824: Eerste Byzantijnse periode

In 365 na Christus werd Kreta getroffen door een zware aardbeving en tevens als gevolg daarvan door een tsunami, die grote schade aanrichtte. Veel gebouwen werden helemaal vernietigd. Delen van West-Kreta kwamen tot negen meter hoger te liggen.

824-961: Arabische periode

In de 9de eeuw veroverden de Arabieren Kreta. Gedurende ongeveer anderhalve eeuw hadden ze er de macht.

961-1204: Tweede Byzantijnse periode

De Byzantijnen veroverden het eiland met wel 3000 schepen. Er kwamen veel inwoners van Constantinopel op Kreta wonen

1204-1669: Venetiaanse overheersing

De tijd van de Kruistochten was aangebroken en na de bezetting van Constantinopel in 1204 kwam Kreta in handen van Bonifatius van Montferrato. Bonifatius had eigenlijk de nieuwe keizer van Constantinopel moeten worden, maar de Venetianen verkozen Boudewijn VI van Henegouwen. Aan Bonifatius werd Kreta toegewezen, maar hij verkocht het eiland spoedig aan Venetië. Even probeerden de Genovezen alsnog het eiland te veroveren maar het waren uiteindelijk de Venetianen die het definitief innamen. Zo kwam Kreta onder Venetiaanse heerschappij. Deze periode duurde 450 jaar lang.

De Venetianen bevolkten het eiland met militairen aan wie ze grote stukken land gaven. Dit verwekte tal van opstanden van de Kretenzische bevolking, die steeds met harde hand werden neergeslagen.

Na de val van Constantinopel in 1453 groeiden de Venetianen en Kretenzers meer naar elkaar toe. Dit kwam waarschijnlijk mede uit angst voor de gezamenlijke vijand, de Ottomanen. Veel Kretenzers leerden Italiaans en gingen naar Venetië om te werken of te studeren. Vanaf circa 1454 en gedurende twee eeuwen kende Kreta een enorme culturele bloei, het was de tijd van de Kretenzische Renaissance. Schilderkunst, architectuur, beeldhouwkunst, literatuur, onderwijs, alle vormen van kunst vierden hoogtij. De Venetiaanse kenmerken van Kreta uit die periode zijn nog steeds op het eiland te zien.

1669-1898: Ottomaanse (Turkse) overheersing

In 1645 vielen de Ottomaanse Turken Kreta binnen. De verovering maakte abrupt een einde aan de Kretenzische Renaissance en luidde het begin in van een langdurige onderdrukking van de lokale bevolking door de Turken. De Venetianen verlieten het eiland, maar ook veel Kretenzers gingen ergens anders wonen. De Kretenzers moesten hoge belastingen betalen.

Vanaf het einde van de 18e eeuw kende Kreta nog zwaardere tijden en in de 19e eeuw braken er opstanden uit. In 1821, het jaar van de opstand van de Grieken tegen de Ottomanen, probeerde Kreta met de rest van Griekenland mee te gaan. De Ottomaanse overheerser accepteerde dit niet en probeerde met geweld en gruweldaden de opstand van de Kretenzers te stoppen. Kreta kwam massaal in opstand.

In 1830 werd Kreta aan Egypte geschonken, maar in 1841 kwam het weer in de handen van de Ottomanen. De opstand was echter geenszins voorbij. Op beperkte schaal smeulde de opstand verder, totdat na het drama van het Arkadi-klooster in 1866 het verzet tegen de Ottomanen verhevigde.

De Kretenzische staatsman Eleftherios Venizelos (1864-1936) wordt als de grootste verzetsheld van Kreta beschouwd. Hij vocht tegen de Turken en leidde in 1879 een protestbijeenkomst waarbij voor het eerst op Kreta de Griekse vlag werd gehezen. In dat jaar dwongen de toenmalige grote landen (Engeland, Frankrijk, Rusland en Italië) het Ottomaanse (Turkse) Rijk tot het verdrag van Chalepa (Chalepa is een dorp vlak bij Chania), inhoudende dat de Kretenzers meer vrijheid kregen en het Grieks als officiële taal erkend werd. Ondanks de toegewezen beperkte rechten gingen de bezetters door met het onderdrukken van de Kretenzers.

In 1898 kreeg Kreta zijn vrijheid. De reactie van het op Kreta aanwezige Ottomaanse leger was het vermoorden van onschuldige burgers, het verbranden van huizen en het roven van winkels. De grote machten reageren nu pas echt, wat terugtrekking van de Ottomanen versnelde.

1898-1913: Kretenzische autonomie

Kreta was nu behoorlijk zelfstandig, maar veel mensen wilden bij Griekenland horen. De grote landen zoals Engeland en Italië hadden hun eigen belangen en vonden dat Kreta niet tot Griekenland moest horen. Kreta werd daarna tijdelijk bestuurd door de Griekse Prins George, maar stond nog wel onder de soevereiniteit van de Ottomaanse Sultan. In 1910 werd de verzetsheld Eleftherios Venizelos (1864-1936), die tegen de Turken had gevochten, minister-president van Griekenland. Onder zijn bewind werd Kreta in 1913 uiteindelijk opgenomen in het Koninkrijk Griekenland na de overwinning van Griekenland in de Balkanoorlog.

1913-heden: Deel van Griekenland

In 1913 sloot Kreta zich bij Griekenland aan. Dat was eerder uit de zorg om veiligheid dan uit een gevoel van verbondenheid. De Kretenzische bevolking werd door Griekenland met open armen ontvangen. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben Kretenzers voor Griekenland gevochten.

In mei 1941 landden Duitse parachutisten in het westen van Kreta in een poging het eiland over te nemen. Na een zware strijd tussen Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Grieken enerzijds en Duitsers anderzijds, viel Kreta uiteindelijk in handen van de Duitsers. Het was de eerste grootschalige luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis die zo kostbaar was dat de Duitsers nooit meer een belangrijke luchtlandingsaanval zouden uitvoeren. Door sommige historici wordt de grote moeite van de Duitsers om op Kreta snel resultaat te boeken geweten aan de verliezen van de Luftwaffe tijdens de slag om Den Haag. Verschillende verzetsorganisaties streden de volgende jaren met Britse hulp tegen de Duitse bezetter. Deze was wreed; dorpen werden platgebrand en burgers geëxecuteerd.

Na de oorlog heerste er armoede, maar Kreta is tegenwoordig een van de meest welvarende gebieden van Griekenland, mede door het toerisme en de landbouw.

Meer informatie

Kaarten en plattegronden van (delen van en steden van) Kreta op ExploreCrete.com (Nederlandstalige pagina)

Over christelijke vergaderingen (geloofsgemeenschappen) op Kreta, zie ChristiansInCrete.org.

Over de Joden op Kreta in het verleden, zie Crete, Greece op JewishVirtualLibrary.org.

Kreta; de reisgids voor een actieve & culturele vakantie. Uitgave in de serie Wat & hoe onderweg. Utrecht, Antwerpen: Kosmos Uitgevers, 8e herziene druk 2014. Prima reisgids.

Bronnen

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, 1885-1886) s.v. Kreta. Tekst van dit lemma is op 31 maart 2016 verwerkt.

Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij Hand. 27:17.

Art. Kreta op Wikipedia.nl. Tekst hiervan is verwerkt op 3 en 8 april 2016.

Art. Ida Psiloritis op Wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is verwerkt op 10 april 2016.

Kreta; de reisgids voor een actieve & culturele vakantie. Uitgave in de serie Wat & hoe onderweg. Utrecht, Antwerpen: Kosmos Uitgevers, 8e herziene druk 2014.

Voetnoot

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Kreta; de reisgids voor een actieve & culturele vakantie. Uitgave in de serie Wat & hoe onderweg. (Utrecht, Antwerpen: Kosmos Uitgevers, 8e herziene druk 2014), p. 12.
  3. 3,0 3,1 Kretensische geschiedenis, op Kretareis.glukorizon.nl, geraadpleegd 14 april 2016.