Kroon

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een kroon is een vorstelijk hoofddeksel, een zinnebeeld van de vorstelijke waardigheid, of een krans als teken van eer of roem.

In het Nieuwe Testament worden zes kronen of lauwerkransen genoemd die gelovigen zullen dragen. Zij zullen worden uitgedeeld als beloning voor hetgeen door de gelovige in het lichaam op aarde gedaan is (2 Kor. 5 : 10). De zes kronen zijn:

1. De onvergankelijke kroon. In de Romeinse kampspelen ontving de overwinnaar een kroon of een lauwerkrans. Deze was vergankelijk. De apostel apostel verwijst hiernaar in 1 Kor. 9 : 25. Na de geestelijke wedloop en na de geestelijke strijd wordt de overwinnaar een onvergankelijke kroon geschonken.

2. De kroon der gerechtigheid. Zij wordt gegeven aan hen die de verschijning van de Heer Jezus hebben liefgehad. De apostel Paulus verwachtte deze kroon eenmaal te zullen ontvangen uit de hand van de Heer, de rechtvaardige rechter (2 Tim. 4 : 8)

3. De kroon des levens. Zij wordt op twee plaatsen in het Nieuwe Testament genoemd, Jak. 1: 12, Opb. 2 : 10. Op beide plaatsen wordt in de voorgaande verzen gesproken over het verdragen van verzoeking en verdrukking. Alle gelovigen die daaruit als overwinnaars te voorschijn komen, zullen als beloning die kroon ontvangen.

Jak 1:12 Gelukkig de man die verzoeking verdraagt; want beproefd geworden zal hij de kroon van het leven ontvangen, die Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben. (Telos)

4. De kroon van de roem is de lof (roem) waarmee de apostel Paulus gekroond wordt om zijn evangelisatie- en geestelijk opbouwwerk. Hij zal die lof ontvangen bij de wederkomst van de Heer Jezus.

1Th 2:19 Want wat is onze hoop of blijdschap of kroon van de roem? Bent u niet juist tegenover onze Heer Jezus bij zijn komst? (TELOS)

Flp 4:1 Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie ik ook verlang, mijn blijdschap en kroon, staat zo vast in de Heer, geliefden! (TELOS)

Vergelijk:

Flp 2:16 terwijl u het woord van het leven vertoont, mij tot roem tegen de dag van Christus, dat ik niet tevergeefs gelopen of tevergeefs gearbeid heb. (TELOS)

2Co 1:14 zoals u ook ten dele ons hebt erkend dat wij uw roem zijn, evenals u ook de onze bent op de dag van onze Heer Jezus. (TELOS)

5. De onverwelkelijke kroon der heerlijkheid. Zij wordt geschonken voor getrouwe herderlijke dienst. De apostel Petrus vermaande in zijn eerste brief (1 Petr. 5) de oudsten om de kudde Gods te weiden en daarop toezicht te houden. Hun doen en laten moest een voorbeeld zijn en hun dienst gekenmerkt worden door bereidwilligheid. Zo'n getrouwe herderlijke dienst zal door de overste Herder beloond worden met die kroon.

6. De gouden kroon. De apostel Johannes zag in zijn visioen vier en twintig oudsten met gouden kronen op hun hoofd, Openb. 4:4. Er wordt niet vermeld waarom zij deze kroon ontvangen hebben. Als deze oudsten symbolisch staan voor alle gelovigen, dan zullen deze allen zulk een kroon ontvangen. Zij zullen deze echter neerwerpen aan de voeten van Hem die op de troon zit, Opb. 4 : 10.

De 24 ouderlingen met gouden kronen rondom de troon van God. Printverbeelding uit de Mortierbijbel (1700).

Letterlijk of zinnebeeldig?

Zijn de kronen letterlijk of zinnebeeldig op te vatten? Eén opvatting is dat de kronen enkel zinnebeeldig zijn, ze symboliseren dat alle heiligen verheerlijkt zullen zijn. Een andere opvatting is dat de gekroonde heiligen mogelijk iets zullen vertonen dat lijkt op een kroon of krans; vergelijk het beeld van de zon:

Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.
Mt 13:43 Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.
(Telos)

Meer weten

Hugo Bouter, De kronen van de christen. Gouda: Boeken om de Bijbel, 2006. Omvang: 31 pagina's. Download (pdf-docucment) van OudeSporen.nl. Ook als papieren boek te verkrijgen.

Bron

Verschillende kronen, artikel in: Bode des Heils in Christus, jaargang 101 (1958). Schrijver is onbekend.