Kruis, kruisigen

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Kruisiging)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kruisigen is de voltrekking van de doodstraf door middel van het ophangen en vastbinden en/of vastnagelen van de veroordeelde aan een kruis. Jezus Christus werd gekruisigd en ook vele christenen zijn gekruisigd.

In 73 voor Christus kwam een groot aantal slaven onder leiding van Spartacus in opstand tegen de Romeinse gezag. Ze werden uiteindelijk gevangen genomen en een duizelingwekkend getal van 6.000 van hen werd gekruisigd langs een 200 kilometer lange strook aan de Via Appia in Italië.

Ophangen was oudtijds alom in gebruik. Ophangen in de vorm van kruisigen schijnt van de Feniciërs en Karthagers te zijn overgegaan op de Romeinen en Grieken. De Romeinen pasten ze toe op rovers, oproerlingen, veroordeelde slaven, maar niet, enkele onwettige gevallen uitgezonderd, op Romeinse burgers. De openbare terechtstelling moest tot afschrikking dienen.

In 73 vóór Chr. bijvoorbeeld kwam een groot aantal slaven onder leiding van Spartacus in opstand tegen de Romeinse gezag. Ze werden uiteindelijk gevangen genomen en een duizelingwekkend getal van 6.000 van hen werd gekruisigd langs een 200 kilometer lange strook aan de Via Appia in Italië.

De Romeinen brachten de kruisiging over naar de provincies, ook naar Palestina, waar de Makkabeeër Alexander Janneüs ze reeds ingevoerd had.

De Joden eisten van de Romeinse overheid dat Jezus Christus gekruisigd zou worden.

Joh 19:15 Zij dan riepen: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Moet ik uw koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Joh 19:16 Zij dan namen Jezus'' Joh 19:17 en terwijl Hijzelf zijn kruis droeg, ging Hij uit naar de plaats die Schedel plaats heet, die in het Hebreeuws Golgotha heet, Joh 19:18 waar zij Hem kruisigden, en met Hem twee anderen, aan elke kant een, en Jezus in het midden.'' Joh 19:19 Pilatus nu schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er was geschreven: Jezus de Nazoreeer, de koning der Joden. (TELOS)

Dragend de dwarsbalk

Woord. Het woord "kruis", afkomstig van het Lat. crux (Gr. stauros), betekent oorspronkelijk in ’t algemeen een schand- of folterpaal. Het Griekse woord in het Nieuwe Testament betekent: paal, staak. In veel gevallen was het kruis een paal in de grond, met een dwarsbalk die bij de executie werd toegevoegd. Het kruis kwam in allerlei vormen voor. Soms werden de  veroordeelden gebonden aan een gewone paal, met de handen boven de hoofd aan elkaar genageld, dan weer werden zij op verschillende wijzen aan zo’n paal vastgehecht.

Dwarsbalk. Aan de paal was bevestigd een dwarsbalk (patibulum), waaraan de armen werden vastgebonden, of een stuk hout in de vorm van een vork (furca), waarin men hals en nek van de veroordeelde klemde, waarbij hij naar de gerechtsplaats gevoerd of met zweepslagen zo lang voortgedreven was dat de dood volgde. De Heer Jezus droeg de dwarsbalk naar de strafplaats. Een volledig kruis (paal + dwarsbalk) kon 100 kg wegen en zou te zwaar zijn voor een veroordeelde.

Vormen. Het kruis in de gedaante van een paal en dwarsbalk, waaraan Jezus stierf, kon in verschillende vormen voorkomen, zoals men het dan ook op verschillende wijzen heeft voorgesteld. Deze vormen heten: crux decussata (X), crux omissa (T) en crux immissa (†).

Crux Immissa

Men heeft gedacht aan een kruis in de gedaante van een X (crux decussata), genoemd het Andreaskruis, waarbij twee rechte balken onder een scherpe hoek aan elkaar gehecht werden.

De tweede vorm (crux omissa) was die van onze letter T, waarbij aan de top van de langere staak een kortere dwarsbalk aangebracht was.

De derde vorm (crux immissa) is die van het kruis, dat wij gewoonljk het Romeinse noemen, en waarbij een langere staak op enige afstand van de top een kortere dwarsbalk droeg (†).

Dat onze Zaligmaker niet werd gekruisigd aan een schuin kruis, wordt algemeen toegestemd, en hebben ook de oudste christenen niet beweerd, niettegenstaande de figuur X als de Griekse  beginletter van de naam Christus daartoe aanleiding kon geven. 

Ten aanzien van de beide andere vormen (crux omissa en crux immissa) lopen de gevoelens uiteen. Voor de mening dat de Heer Jezus zal gehecht zijn aan een kruis, dat de vorm had van een T pleiten, dat de Kerkvaders in de Griekse letter T het kruis terugvinden, en dat de figuur T de vorm is van het kruis in de Romeinse catacomben. 

De meeste gronden spreken echter voor de derden vorm, de crux immissa, die op schilderijen het meest te zien is. Vooreerst kunnen wij ons alleen dan een redelijke voorstelling maken van het opschrift, dat volgens al de Evangeliën boven het hoofd van de Heiland hing. Ten andere pleit voor deze vorm de omstandigheid, dat de Kerkvaders het kruis vergelijken met een mastboom, met een mens met uitgestrekte armen, de biddende Mozes, het Romeinse vexillum (een veldteken in het Romeinse leger). Ten derde dat lreneus, het zitblokje of steunpunt (zie beneden) meegerekend, uitdrukkeljk van vijf einden van het kruis spreekt. En tenslotte dat deze vorm in Jezus' tijd weliswaar niet de enige maar toch de meest gebruikelijke was.

Vroeger werd het kruis opgericht op de strafplaats (gewoonljk een bij de stad, aan de weg gelegen heuvel), voordat de veroordeelde aankwam, maar later moest hij het zelf daarheen dragen (vgl. Matth. 10:38; 16:24).

Joh 19:16 Zij dan namen Jezus Joh 19:17 en terwijl Hijzelf zijn kruis droeg, ging Hij uit naar de plaats die Schedel plaats heet, die in het Hebreeuws Golgotha heet,'' Joh 19:18 waar zij Hem kruisigden,…. (TELOS)''

De behandeling, waaraan de veroordeelde onderworpen werd voordat hij aan het kruis werd genageld, was bij de Romeinen niet altijd gelijk.

De Karthager Hanno werd eerst gegeseld, daarna werden hem de ogen uitgestoken en armen en benen gebroken, en toen hij reeds gestorven was, werd hij aan het kruis genageld[1].  Caesar liet gevangen genomen zeerovers wurgen, voordat zij aangenageld werden[2].

En zoals wij uit de Evangeliën weten, werd onze Heiland eerst aan een paal of zuil gebonden en gegeseld, daarna geboeid naar de strafplaats gevoerd, waarbij de veroordeelde in de regel blootgesteld was aan de mishandeling der soldaten, en misschien om de hals een bord droeg, waarop zijn misdrijf stond geschreven, tenzij het voor hem uitgedragen of de reden van zijn terechtstelling voor hem uitgeroepen werd. 

Bedwelmende drank. Het gebruik om de veroordeelde op de gerichtsplaats een bedwelmende drank te geven (Matth. 27:34, vgl. Ps. 69:22; Marc. 15:23) kenden de Romeinen, voor zover wij weten, niet, en schijnt een speciaal Joodse gewoonte te zijn geweest, die men vond voorgeschreven in Spr. 31:6v.

Spr 31:6 Geeft bedwelmende drank aan wie te gronde gaat, en wijn aan wie bitter bedroefd zijn; (NBG51)''

Ontkleding. Het ontkleden van de veroordeelde was regel. Een muurtekening in het keizerlijk paleis te Rome stelt de gekruisigde voor in een korte tunica, maar hoogst waarschijnlijk werd de ongelukkige geheel ontkleed, en droeg hij, uit welvoeglijkheid, niets anders dan een schort om de lendenen. Dat de veroordeelde aan het op de grond liggende kruis werd genageld, was een uitzondering: in de regel werd het kruis eerst opgericht, en wel laag bij de grond, daar de wilde dieren de gekruisigde konden aanvallen, en een (korte) hysopstengel lang genoeg was om een spons met azijn aan de lippen van Jezus te brengen (Joh. 19:29).

Joh 19:29 Er stond een vat vol zure wijn, en zij vulden een spons met zure wijn, omlegden die met hysop en brachten die aan zijn mond. (TELOS)''

Opschrift. Wanneer het kruis stond, werd het opschrift (Lat. titulus) eraan gehecht, dat de naam en het misdrijf van de veroordeelde vermeldde. Over het opschrift boven het hoofd van de Koning der Joden:

Joh 19:19 Pilatus nu schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er was geschreven: Jezus de Nazoreeer, de koning der Joden. Joh 19:20 Dit opschrift dan lazen velen van de Joden, omdat de plaats waar Jezus werd gekruisigd, dichtbij de stad was, en het was geschreven in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks. Joh 19:21 De overpriesters van de Joden dan zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De koning der Joden, maar dat Deze gezegd heeft: Ik ben de koning der Joden. Joh 19:22 Pilatus antwoordde: Wat ik heb geschreven, heb ik geschreven. (TELOS)

De vermelde naam was "Jezus de Nazoreeër", de vermelde misdaad "de koning der Joden".

Verhoging. Voorts werd de veroordeelde met behulp van touwen en ladders aan het kruis ”verhoogd", op een aan het midden van de paal aangebracht zitblok (sedile) geplaatst, en vastgebonden met touwen, welke, om het voorovervallen van het lichaam te voorkomen, ook om de borst liepen.

Opheffen van het kruis. Schilderij van James Tissot, 1894. 

Voetplankje? Dat de voeten zouden gerust hebben op een plankje, zoals de latere Christelijke kunst wil (zie bijv. hierboven het schilderij van James Tissot), is niet juist; het voetplankje is niets dan een artistieke ruil voor het om esthetische redenen weggelaten zitblok.

Handen en voeten. Terwijl de Egyptenaren de handen en voeten alleen vastbonden, plachten de Romeinen de handen en waarschjjnlijk ook de voeten met grote, sterke nagels aan het hout te bevestigen. Wel is waar bestaat er verschil over de doornageling van de voeten van de Heer, daar een Romeins dichter alleen van het vastspijkeren der handen spreekt, en bij de vermeende vondst van het kruis door Helena, de moeder van Constantijn de Grote slechts twee nagels te voorschijn kwamen, maar hiertegen is ingebracht dat de Kerkvaders de Gr. vertaling van Ps. 22, 19 ,,zij hebben mijn handen en voeten doorboord" op de kruisiging van Jezus toepassen, en dat de Romeinse blijspeldichter Plautus een slaaf, die een ander in de plaats van zichzelf wil zien kruisigen, woorden in de mond legt, waaruit blijk dat de armen en de voeten werden vastgehecht[3]. Of de voeten te samen of afzonderlijk werden vastgenageld, is onbekend.

Lijden. De kruisiging was de smartelijkste vorm van doodstraf, die men zich denken kan. De ontstoken wonden veroorzaakten een koorts die het hart beknelde en de ademhaling bemoeilijkte. Daarbij was de lijder blootgesteld aan een ondraaglijke dorst, aan de stralen van een brandende zon, en zo hing hij uren achtereen onbeweeglijk uitgestrekt, totdat de dood een einde maakte aan zijn diep smartelijk lijden.

Sterven. Kruisiging was een manier om een manier om iemand langzaam en smartelijk te laten sterven. In de regel stierf de kruiseling door verstikking. Voorafgaand verstijfden de ledematen en kwam er een steeds sterker wordende aandrang van het bloed naar het hoofd en hart, welke met een zware drukking der hersenen en een gevoel van naamlozen angst gepaard ging. Toch hielden velen het 12 tot 24 uren uit; zelfs lezen wij van een kruislijden van verscheidene (10) dagen, zodat de ongelukkige eerst stierf van honger en ten gevolge van de aanvallen van roofdieren.

De Heer Jezus stierf betrekkelijk spoedig, na zes uren. Hij legde Zijn leven Zelf af, Hij gaf zijn geest aan God over met de woorden:

Lu 23:46 En Jezus riep met luider stem de woorden: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dit gezegd had, stierf Hij. (TELOS)

Men kan niet stellen dat Hij waarschijnlijk aan een hartbreuk stierf[4]. Zijn sterven lijkt meer een vrijwillige overgave, dan het gevolg van het falen van een vitaal orgaan.

Steek. De steek met de lans was een buitengewone maatregel, ofschoon Origenes beweert, dat de dood van de gekruisigde soms door een lanssteek onder de oksel verhaast werd. Het uitgestorte bloed en water wijzen er medisch gezien op dat de dood is ingetreden.

Wacht. De wacht bij het kruis was nodig om de bloedverwanten of vrienden van de gekruisigde te beletten deze nog levend af te nemen; oorspronkelijk moest zij ook zorg dragen, dat de lijken niet afgenomen en begraven, maar de gieren en honden ten proof werden. Sedert de regering van Augustus werd deze harde bepaling verzacht en stond men de vrienden en bloedverwanten toe, het lijk af te nemen en te begraven, zoals in verband met Deut. 21:23 ook ten aanzien van Jezus gebeurde (Marc. 15:43; Joh. 19: 31, 38).

Symbool. In de geschriften van de Apostelen is het kruis een symbool zowel van smaad en vloek (Hebr. 13:13; 1 Cor. 1:23; Gal. 3:13) als van heil en triomf (1 Cor. 2:2; Gal. 6:14).

1Co 2:2 Want ik had mij voorgenomen niets onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. (TELOS)

Woorden van buitenbijbelse getuigen

In het Romeinse rijk kon men de kruisiging van iemand met eigen ogen aanschouwen. Enkele getuigen uit die tijd:

Elke misdadiger die ter terechtstelling gaat moet zijn eigen kruis op zijn rug dragen[5] — Plutarchus (ca. 46 - minstens 120 n.C.), Romeins geschiedschrijver en filosoof.

Zestien mannen ... werden uitgeleid, aan elkaar geketend aan voet en nek, elk dragende zijn eigen kruis. De beulen voegden dit akelige publieke schouwspel bij als een extra afschrikking voor eenieder die erover denkt dezelfde misdaad te plegen[6] — Chariton (1e of 2 eeuw n.C. ), pseudoniem van een schrijver uit Frygië, die een Griekse historische roman schreef. Het citaat komt uit deze roman.

Bestaat er zoiets als een persoon die liever wegkwijnt in pijn aan een kruis - ledemaat na ledemaat afstervend, met elke keer één druppel bloed - in plaats van snel te sterven? Zou iemand gewillig verkiezen om vast gemaakt te worden aan die vervloekte boom, vooral na het slaan dat hem dodelijk zwak, misvormd, zwellend met wrede striemen op schouders en borst, en worstelend om elke laatste, kwellende ademhaling? Iedereen die zo'n dood tegemoet ziet, zou ervoor pleiten om te sterven in plaats van aan het kruis te gaan. [7] — Lucius Annaeus Seneca (ca. 4 v.C. - 65 n.C), Romeins filosoof en staatsman en raadsheer van keizer Nero. Seneca betoogt aan het eind van het zijn leven (ca. 60-65) in Brief 101 aan een oud-leerling Lucilius dat zelfmoord te verkiezen is boven het wrede lot van kruisiging. 'Lelijke striemen' verwijst naar de resultaten van de geselslagen voorafgaand aan de kruisiging.

Sommigen hangen hun slachtoffers ondersteboven. Sommigen spietsen hen door hun geslachtsdelen. Anderen spreiden hun armen uit op gevorkte palen[8]. — Lucias Annaeus Seneca (over hem, zie vorige citaat).

Betrouwbare getuigen. . . . zagen de man naar het kruis gesleept worden terwijl hij uitriep dat hij een Romeins staatsburger was. En u, Verres, bevestigt dat hij wel heeft uitgeroepen dat hij een Romeins staatsburger was, maar toch hebt u hem hoe dan ook naar een meest wrede en beschamende dood gestuurd!'[9] — Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.C.), Romeins redenaar, politicus, advocaat en filosoof.

Bij de belegering van Jeruzalem werden zeer veel Joden door de Romeinen gekruisigd. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37- ca. 100 n.C.) verhaalt:

"Elke dag vingen Romeinse soldaten 500 Joden of meer. . . . De soldaten die door hun haat tegen de Joden werden gedreven, spijkerden hen aan kruisen. Ze spijkerden hen in verschillende posities, om zichzelf te vermaken en de Joden te doen gruwen die dit spektakel zagen vanuit de ommuurde stad Jeruzalem. Na verloop van tijd hadden de soldaten geen hout meer voor kruisen, en geen voor kruisen zelfs als ze meer hout hadden gevonden.[10]

Het meest ellendige van sterfgevallen[11] — Flavius Josephus.

Josephus vermeldt ook de straf die Jezus was opgelegd, namelijk dat

... Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd,...[12]

Schilderij uit 1878 van de Russische schilder Fedor Andreevich Bronnikov (1827-1902). Het stelt het lot van slaven voor, die in het oude Rome gekruisigd waren.

Gode een vloek

Wie als kwaaddoener gedood en aan het hout (paal, kruis) gehangen was, was naar de wet Gode een vloek. De Joden pasten geen doodstraf door ophanging toe; ze hingen niemand op aan de hals zodat de dood erop volgt. In Deut 21 vinden wij een wet voor de begrafenis van kwaaddoeners, die, na voltrekking van de doodstraf (door steniging), gehangen waren. Het ging om mensen die wegens Godslastering of een andere afschuwelijke misdaad gedood waren. Hun dode lichamen werden gedurende enige tijd aan een paal gehangen, tot vergroting van de schande[13] en om ook nog een tijd na hun dood hen tot een schouwspel te doen strekken voor de mensen tot afschrikking[14].

De 21:22  Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods [waardig] [is], dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben; De 21:23  Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft. (SV)

Anderen vertalen in plaats van 'hout': ‘paal’ of ‘boom’. Het dode lichaam van de gehangene moest vóór zonsondergang, waarna een nieuwe dag begon, worden begraven.

Het voor God een vloek zijn houdt in, volgens Matthew Henry: "het is de hoogste mate van smaad en schande, die een mens aangedaan kan worden, en maakt hem bekend als liggende onder de vloek van God, zoveel als een uitwendige straf dit kan. Zij, die hem aldus zien hangen tussen hemel en aarde, zullen tot de gevolgtrekking komen dat hij door beide verlaten en beide onwaardig is, ... “

De Heer Jezus is als gehangene aan het kruis een vloek geworden - voor ons een vloek geworden. Paulus zegt:

Ga 3:13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden (want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder die aan een hout hangt’), (TELOS)

De Heer droeg voor ons, en in onze plaats, de vloek van God. Vóór zonsondergang werd ook Hij, de Gehangene en Gestorvene, van het vloekhout afgenomen en begraven.

Jezus' kruisiging voorzegd

De kruisiging van de Heiland der wereld is in bijzonderheden voorzegd of voorafgebeeld in het Oude Testament.

Bespuwd, geslagen. Voordat iemand gekruisigd werd, werd hij geslagen, gegeseld. Jesaja zei:

Jes 50:6  Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel Jes 50:7  Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. (SV)

Jezus werd geslagen in het huis van de hogepriester en in het pretorium.

Mt 26:67  Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met vuisten,  Mt 26:68  en zij gaven Hem kaakslagen en zeiden: Profeteer ons, Christus, wie is het die U heeft geslagen? (Tlos)

Mt 27:26 Toen liet hij hun Barabbas los, maar Jezus geselde hij en leverde Hem over om gekruisigd te worden. (Telos)

Bedwelmende drank. Zoals boven gezegd kenden de Romeinen, voor zover wij weten, niet het gebruik om de kruiseling een bedwelmende drank te geven (Matth. 27:34, vgl. Ps. 69:22; Marc. 15:23). Het schijnt een gewoonte bij de Joden te zijn geweest, die ze vonden voorgeschreven in Spr. 31:6v.

Spr 31:6 Geeft bedwelmende drank aan wie te gronde gaat, en wijn aan wie bitter bedroefd zijn; (NBG51)''

David voorzegde:

Ps 69:21  (69-22) Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.(SV)

Ook dit Schriftwoord vond vervulling:

Mt 27:33  En toen zij bij een plaats waren gekomen, Golgotha geheten, dat betekent: Schedelplaats,  Mt 27:34  gaven zij Hem wijn met gal gemengd te drinken; en toen Hij die had geproefd, wilde Hij niet drinken. (Telos)

Met overtreders gerekend. De profeet Jesaja voorzegde dat de Messias met de overtreders geteld zou worden

Jes 53:12  Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. (SV)

De Heer Jezus werd gekruisigd met twee overtreders, twee rovers:

Mr 15:27  En met Hem kruisigden zij twee rovers, een aan zijn rechterhand en een aan zijn linkerhand. (Telos)

Handen en voeten doorboord. Psalm 22 spreekt van de doorboring van handen en voeten, honderden jaren voordat de Romeinen de straf door kruisiging invoerden:

Ps 22:16   (17) Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord. (HSV)

Geen been gebroken. God bepaalde aangaande het paaslam dat geen been ervan gebroken mocht worden. De Joden verzochten stadhouder Pilatus dat de benen van de kruiselingen gebroken werden, dat is om hun dood te bespoedigen.

Ex 12:46  In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken. (SV)

Joh 19:31 Opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de sabbat, daar het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat was groot), verzochten de Joden dan Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden. Joh 19:32  De soldaten dan kwamen en braken wel de benen van de eerste en van de andere die met Hem waren gekruisigd; Joh 19:33  maar toen zij bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al was gestorven, braken zij zijn benen niet. (...) Joh 19:36  Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden. (Telos)

Vergelijk ook:

Ps 34:15  (34-16) Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep. (...) Ps 34:17  (34-18) Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. Ps 34:18  (34-19) Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest. Ps 34:19  (34-20) Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.  Ps 34:20  (34-21) Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.

Doorstoken zijde. De profeet Zacharia voorzegde dat huis van David en de inwoners van Jeruzalem eens zullen aanschouwen "hem, die zij doorstoken hebben":

Zac 12:10  Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. (SV)

Toen Jezus gestorven was en nog aan het kruis hing, doorstak een soldaat zijn zijde met een speer:

Joh 19:34  Maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit. Joh 19:35  En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft. Joh 19:36  Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden. Joh 19:37  En weder zegt een ander schriftwoord: Zij zullen zien op Hem, die zij doorstoken hebben. (Telos)

Jezus is een van de vele mensen die in de menselijke geschiedenis gekruisigd zijn. Bijzonder is echter dat zijn kruisiging de enige is die eeuwen tevoren, in bijzonderheden is voorzegd, door de profeten van het Oude Verbond. Tot de twee discipelen die naar Emmaüs liepen, zei de opgestane Heer:

Lu 24:25  En Hij zei tot hen: O onverstandigen en tragen van hart in het geloven van alles wat de profeten hebben gesproken! Lu 24:26  Moest de Christus dit niet lijden, en zo in zijn heerlijkheid binnengaan? Lu 24:27  En te beginnen met Mozes en alle profeten legde Hij hun uit wat in al de Schriften over Hem stond. (Telos)

Toen Hij later aan de elf discipelen verscheen:

Lu 24:44  Hij nu zei tot hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles moest worden vervuld wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en in de profeten en psalmen. Lu 24:45  Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden, Lu 24:46  en zei tot hen: Zo staat er geschreven dat de Christus moest lijden en uit de doden opstaan op de derde dag, (Telos) 

Zijn kruis opnemen

Jezus leerde dat navolging van Hem inhoudt: zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Hem volgen.

Mr 8:31  En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan. Mr 8:32  En Hij sprak dit woord vrijuit; en Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen. Mr 8:33  Hij keerde Zich echter om en terwijl Hij naar zijn discipelen keek, bestrafte Hij Petrus en zei: Ga weg, achter Mij, satan; want je bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van de mensen. Mr 8:34  En Hij riep de menigte met zijn discipelen bij Zich en zei tot hen: Als iemand Mij wil navolgen, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Mr 8:35  Want wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven zal verliezen ter wille van Mij en het evangelie, zal het behouden. (Telos)

Zijn kruis opnemen betekent: de last van verwerping en veroordeling, lijden als gevolg van verwerping aanvaarden. Dat lijden kan een dodelijke afloop hebben; naar de mens gesproken verliest men dan zijn leven. Soms wordt van een mens die een grote last te dragen heeft (ernstige ziekte, grote tegenspoed), gezegd dat hij een 'zwaar kruis heeft'. Dit is onjuist woordgebruik, omdat een 'kruis hebben of dragen' oorspronkelijk en eigenlijk duidt op lijden door verwerping vanwege mensen.

Christenen gekruisigd

In het verleden, zowel in de eerste eeuwen van onze jaartelling als ook in onze 21e eeuw, zijn christenen gekruisigd om hun geloof. Jezus heeft voorzegd dat leerlingen van Hem gekruisigd zouden worden.

Mt 23:34 Daarom, zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden; van hen zult u er doden en kruisigen, en van hen zult u er in uw synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen; (TELOS)

Ook in de 21 eeuw zijn christenen gekruisigd. Bijvoorbeeld op 28 aug. 2015 werden in de Syrische stad Aleppo vier christenen gemarteld en gekruisigd door leden van ISIS, omdat ze weigerden zich te bekeren tot de Islam[15].

Bron

Voor de eerste versie van dit artikel is gebruikt gemaakt van tekst uit: Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften, s.v. Kruis, kruisigen. Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.

Voetnoten

  1. Justin. 50, 21, 4.
  2. Suet. Jul. Caes. c. 74
  3. Plautus, Mostellaria, II, 1, 13
  4. De hypothese van een hartbreuk wordt genoemd in Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften, s.v. Kruis, kruisigen. Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.
  5. Plutarchus, Sera, 554. Aangehaald in Stephen Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video. Aangehaald in Stephen Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video.
  6. Chariton, Kallirhoë, 4.2.7. Aangehaald in Stephen Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video.
  7. Lucius Annaeus Seneca, Epistulae Morales, 101.14. Aangehaald in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video. En in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion, StephenMillerBooks.com, zonder jaar.
  8. Lucius Annaeus Seneca, Aan Marcia, over troost, 2.3. Aangehaald in Stephen Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video.
  9. Tegen Verres (70 v.Chr.), 2.5.64. Aangehaald in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video. En in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion, StephenMillerBooks.com, zonder jaar.
  10. Oorlogen der Joden, 5.11.1. Aangehaald in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion (2015). Vimeo.com: 14 febr. 2017. Engelstalige video. En in Stephen M. Miller, What Romans said about crucifixion, StephenMillerBooks.com, zonder jaar.
  11. Oorlogen, 7:203
  12. De Joodse Oudheden 18.64
  13. Volgens de Aantekeningen bij de Petrus Canisius vertaling: "Nadat de doodstraf voltrokken was, werd in sommige gevallen het lijk aan een paal gehangen tot vergroting van de schande.”
  14. Op het oogmerk van afschrikking wijst onder meer de aantekening in de Groot Nieuws Bijbel.
  15. 12 Christians Brutally Executed By ISIS Refused to Renounce Name of Christ, Died Praying, Reciting Lord's Prayer, Gospelherald.com, nieuwsbericht van 2 okt. 2015