Lepra

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Lepra is een besmettelijke huid- en zenuwziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium leprae of Mycobacterium lepromatosis.

Lepra is een van de ziekten die aangeduid werden met melaatsheid. In veel culturen rust een stigma op mensen die lijden aan lepra.

Over melaatsheid in de Bijbel, zie Melaatsheid voor het hoofdartikel.
Leprapatiënten in Tahiti (1895/1896)

Woorden. In de Griekse grondtaal van het Nieuwe Testament en in de oude Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint) heet melaatsheid lepra. Van het Griekse lepra komt het Latijnse woord leprosus (= melaats), komt het Nederlandse woord leproos, d.i. iem. die aan lepra lijdt, een melaatse. In de middeleeuwen was het woord ‘melaatsheid’ of ‘lazerij’ gebruikelijk[1]. In de late middeleeuwen ontstaan leprooshuizen, ook genoemd ‘leprozerieën’ of ‘lazarushuizen’. Lazarus gold in het bijgeloof als de beschermheilige van de leprozen. In de geschiedenis van Lazarus en de rijke man, door Jezus verteld (Luc. 16:19-31), is Lazarus een arme man, wiens huid overdekt is met zweren

Lu 16:20  Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, Lu 16:21  begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. (Telos)

De geschiedenis vertelt niet dat Lazarus melaats was. Toch is hij een symbool voor leprapatiënten geworden.

Lepra wordt ook wel genoemd 'de ziekte van Hansen', omdat de Noorse arts Armauer Hansen de leprabacterie Mycobacterium leprae in 1873 ontdekte.

Twee soorten lepra. Men onderscheidt naar het aantal leprabacteriën in het lichaam van de melaatse twee soorten lepra: multibacillaire lepra (MB) en paucibacillaire lepra (PB). Bij multibacillaire lepra heeft de leprapatiënt een groot aantal leprabacteriën in zijn lichaam en meer dan vijf gevoelloze vlekken op zijn huid. Deze vorm van lepra is erg besmettelijk. Bij paucibacillaire lepra heeft de leprapatiënt een klein aantal leprabacteriën in zijn lichaam en minder dan vijf gevoelloze vlekken op zijn huid. Deze tweede vorm van lepra is nauwelijks besmettelijk.

Oorzaak. Melaatsheid (lepra) ontstaat door een bacteriële infectie: zij wordt veroorzaakt door de leprabacterie. Deze bacterie huist vooral in de ‘koelere’ delen van het lichaam, zoals de ledematen en in het gezicht. De bacterie Mycobacterium leprae is verwant aan tuberculose.

Besmettelijkheid. Zoals gezegd, de multibacillaire lepra is zeer besmettelijk, de paucibacillaire lepra is nauwelijks besmettelijk.

Besmetting. Verspreiding en besmetting met de leprabacterie gebeurt door druppeltjes die vrijkomen bij hoesten en niezen. De verspreide bacteriën kunnen zo bij anderen binnendringen via neus en keel of via huidwondjes[2]. Het spreekt vanzelf dat mensen die in nauw en veelvuldig contact staan met een onbehandelde leprapatiënt, zoals familieleden, buren, vrienden, een grotere kans hebben om besmet te raken.

Natuurlijke afweer. Slechts 1 op de 100 besmette mensen krijgt de ziekte lepra[3][4]. De andere worden beschermd door hun eigen ingeschapen afweersysteem. Wie een slecht afweersysteem heeft, heeft groter kans op lepra.

Lichte vlek, hier op de elleboog. Zo kan het eerste verschijnsel eruit zien.

Incubatietijd. De tijd tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte is gemiddeld 2 tot 5 jaar. Dat komt doordat de leprabacterie zich zeer langzaam vermenigvuldigt: eens in de twee weken. Tijdens de incubatietijd kan de drager ongemerkt besmettelijk zijn: hij heeft nog niet door dat hij geïnfecteerd is.

Melaatsheid in vergevorderd stadium. Verkorte vingers.

Ziekteverschijnselen. De bacterie tast de huid en de zenuwen vlak onder de huid aan. Lepra begint met rood-witte vlekken op de huid, die jeuken, tintelen of gevoelloos zijn. Handen en voeten kunnen gevoelloos raken. Spieren in handen, voeten en oogleden kunnen verzwakken en er kunnen verlammingen ontstaan. Oren wangen en neus zwellen op. De traanvochtproductie neemt toe of af.

Door de gevoelloosheid merkt iemand minder gauw dat hij of zij zich verbrandt of wondjes oploopt. Dit kan tot gevolg hebben grote wonden, infecties, zweren, open wonden. Deze gevolgen leiden verder tot blindheid[5] en ernstige verminkingen en blijvende handicaps zoals klauwhanden, stompvoeten of een leeuwengezicht. Ook kunnen er episodes van pijn optreden, vergelijkbaar met kiespijn[6]. Lepra tast dus het lichaam aan en leidt tot handicaps. De ziekte van de lijder is dus zeer zichtbaar voor zijn medemensen, is weerzinwekkend. De symptomen verschillen per patiënt en het soort lepra. Een leproos hoeft niet alle symptomen te krijgen. Wordt hoe later lepra ontdekt en behandeld wordt, hoe groter de kans op ingrijpende gevolgen.

"Lepra takelt de zenuwen af. Ze doen niet meer wat ze horen te doen: prikkels doorgeven en zorgen voor een adequate reactie. Bijvoorbeeld je hand terugtrekken bij de hitte van een vuur, of een steentje uit je schoen halen als die in je voet prikt. Het begint vaak met een onschuldig vlekje, een kleine ongevoeligheid. Maar wordt het niet behandelt, dan groeit het uit tot blijvend zenuwschade en kunnen ernstige handicaps ontstaan." (Marit Hofman)[7]

Maatschappelijke gevolgen. Behalve lichamelijke gevolgen zijn er ook maatschappelijke gevolgen. Leprapatiënten komen wegens hun handicaps vaak zonder werk te zitten. Uit vrees voor besmetting worden ze door hun naasten vaak vermeden of zelfs verstoten. Ze tellen niet meer mee in de maatschappij. "Vaken raken ze alles en iedereen kwijt."[3] Een melaatse gold in het oude Israël als fysiek onrein en de mensen hielden zich van hem of haar op afstand. In veel delen van de wereld wordt melaatsheid gezien als hekserij of als straf van God. Bang om in afzondering terecht te komen, durven leprapatiënten vaak met niemand over hun ziekte te praten en soms durven ze zelfs niet naar het ziekenhuis te gaan. Vrouwelijke leprapatiënten zijn bang dat hun man hen verlaten zal als hij erachter komt.

Voorkomen. De ziekte komt (anno 2020) vooral voor in India, Indonesië en Brazilië. In 2018 woonde 75% procent van alle leprapatiënten op behandeling in India[2]. In Nederland is de ziekte sinds de vrijwel helemaal verdwenen; er worden naar schatting jaarlijks nog tussen de vijf en tien nieuwe gevallen vastgesteld (stand 2019). De besmetting hebben de Nederlanders opgelopen in het buitenland.

Jaarlijks komen er wereldwijd ruim 200.000 nieuwe leprapatiënten bij (stand 2020)[3][8]. Elke twee minuten wordt bij iemand de ziekte lepra vastgesteld[9] [6].

Behandeling. Lepra is te genezen door een cocktail van antibiotica die gedurende langere tijd dagelijks ingenomen moet worden, in geval van paucibacillaire lepra (PB) 6 maanden, en in geval van multibacillaire lepra (MB) 12 maanden. De medicatie doodt de leprabacteriën en stopt de infectie.[3] Het kan een half tot 2 jaar duren voor alle bacteriën zijn gedood[10]. Verder kan hersteloperaties uitvoeren en revalidatie toepassen.

Arabische melaatsen bedelend buiten Jeruzalem (1910).

Jezus en melaatsen

Melaatse genezen. Voordat de Heer zijn 'bergrede' (Matth. 5-7) hield, was hij in heel Galilea rondgetrokken, terwijl hij het evangelie van het koninkrijk van God predikte en "elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas" (Matth. 4:23). Het gerucht van Hem ging uit tot in heel Syrië en vele menigten volgen hem. Nadat hij zijn bergrede tot zijn leerlingen had gehouden, kwam een melaatse naar hem toe (Matth. 8:1v; Mark. 1:40v; Luk. 5:12v).

Mt 8:1  Toen Hij nu van de berg was afgedaald, volgden Hem vele menigten. Mt 8:2  En zie, een melaatse kwam naar Hem toe en huldigde Hem en zei: Heer, als U wilt, kunt U mij reinigen.  Mt 8:3  En Hij strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd. Mt 8:4  En Jezus zei tot hem: Let erop dat u niemand iets zegt; maar ga heen, toon u aan de priester en offer de gave die Mozes heeft geboden, hun tot een getuigenis. (Telos)

Geschiedenis

Enkele feiten uit de geschiedenis.

1e eeuw. Jezus Christus, de Zoon van God, verkondigt het evangelie van het koninkrijk van God en geneest tal van ziekten, waaronder melaatsen.

De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37 — ca. 100 n.C.), die leefde in de tijd vlak na Jezus, schreef: ‘Zij wier lichamen door lepra waren aangetast, werden door Mozes uit de stad verbannen (…) Zij hebben met niemand omgang en onderscheiden zich in niets van doden’ [11]

Middeleeuwen. Voornamelijk tussen 1100 en 1600 komt melaatsheid in de Europese samenleving veel voor[1]. In de 2e helft van de 13e is de ziekte op haar hoogtepunt[1].

Ze wordt als ongeneeslijk beschouwd. Artsen menen dat je melaats kan worden door het eten van peper, knoflook of vlees van zieke varkens. Ook wordt wel gedacht dat de ziekte een straf van God is. Een hoogleraar in de geschiedenis der geneeskunde schreef over de melaatsheid in de Middeleeuwen: “De angst voor alle andere ziekten bij elkaar viel in het niet bij de dodelijke angst voor melaatsheid. Zelfs de Zwarte Dood veroorzaakte niet zo’n verschrikkelijke angst.” [12] De geneesmeester bedachten van alles, maar ze vonden geen geneesmiddel. Daarom nam de Kerk de taak op zich om de melaatsheid te bestrijden[13]. Zij gingen ervan uit dat melaatsheid een besmettelijke ziekte was, zoals beschreven in het Oude Testament. Zij volgde daarbij de voorschriften uit Leviticus. “Als melaatsheid was geconstateerd, werd de patiënt afgezonderd en uit de gemeenschap gestoten (…) De voorschriften uit Leviticus volgend, nam de kerk de taak op zich om de melaatsheid te bestrijden (…) Het was het eerste grote wapenfeit in profylaxe, namelijk de systematische uitroeiing van een ziekte,” aldus de medisch historicus[12].

Door de terugkomst van de kruisvaders, de hernieuwde handelscontacten met het Nabij Oosten en de verstedelijking (bevolkingsgroei in de steden) groeit lepra snel uit tot een epidemie. De stadsbesturen zien zich genoodzaakt iets te doen tegen het toenemend aantal melaatsen in de stad. De besturen maken vooral gebruik van de bestaande regels die gericht zijn op de isolatie van leprozen en gebaseerd zijn op de wetten van Mozes uit Leviticus 13.

Na de grote pestplaag ontstaan halverwege de 14 eeuw in Holland de eerste huizen bestemd voor de opvang van melaatsen. Deze 'leprooshuizen' worden ook wel ‘leprozerieën’ of ‘lazarushuizen’ genoemd. De stadsbesturen geven de leprozen een eigen plaats buiten de stadsmuren, maar binnen het rechtsgebied van hun stad, om greep te houden op de leprozen. Buitensluiting wordt meer maatschappelijk gewenst en aanvaard. Er ontstaan ook onderkomens voor leprozen zonder georganiseerde zorg. De meeste Hollandse leprooshuizen ontstaan aan het einde van de 14e eeuw en het begin van de 15e eeuw. Groepsvorming en vervreemding zijn onvermijdelijk het gevolg. Volstrekte afzondering blijkt echter ondoenlijk. De melaatsen blijven mensen aanspreken om aalmoezen te vergaren. Leprozen moeten zich houden aan strenge kledingvoorschriften. Ze moeten een klepper gebruiken om aan te geven dat ze melaats zijn. Een 'Lazarusklepper' bestaat uit drie plankjes die op elkaar slaan en een hard geluid geven.[1]

Twee melaatsen worden belet de stad binnen te komen. De voorste hanteert een klepper om zijn komst aan te kondigen.

In het middeleeuwse Holland hebben naar schatting zo'n twaalf leprozenhuizen onder stedelijk bestuur bestaan, onder meer bij Leiden, Schiedam en Haarlem. Eén zo'n huis heeft bij de stad Gouda gestaan. In 1394 stelt ene Aernd Pic Dyrcxz te Gouda aan het Goudse stadsbestuur een huis met erf ter beschikking voor de opvang van de zieken ‘die beziect sijn mitter lazarijen’. Het huis, dat op een steenworp van de stadsmuur ligt, wordt bestemd tot leprooshuis. De leprozenmeesters, afgevaardigden van het Goudse stadsbestuur, vingen deze zieken daar op, gaven hen een bestaan en organiseerden de leprozenzorg. De zweren en wonden van de melaatsen worden verbonden en verzorgd, hun lichaam wordt schoongehouden, en ze krijgen voedsel en drinken aangeboden. Het leprozenhuis wordt beheerd het college van Heilige Geestmeesters, behorend tot de parochie, dat zich toelegt op de zorg aan armen. In 1408 gaat het beheer over op leproosmeesters, die verantwoording verschuldigd zijn aan het stadsbestuur. De leprozen moeten deelnemen aan het huishouden en agrarische werkzaamheden op het erf verrichten, driemaal daags het Ave Maria opzeggen, elke week deelnemen aan de mis en zich onthouden van geslachtelijke omgang. Ze eten gezamenlijk eenvoudige maaltijden aan een lange tafel bij het haardvuur. Na het slaan van de avondklok moeten ze hun gebeden doen en naar bed gaan. Eén keer per jaar mochten ze op een dag, veertig dagen voor Pasen, binnen de stadsmuren om aalmoezen vragen. Ze hielden dan een bedeloptocht met trommelslag. In 1423 verhuizen de Goudse melaatsen naar een nieuw gebouw bij de Sint Jobskapel buiten de Potterspoort, langs de Kromme Gouwe[1].

In de 16e eeuw begint lepra allengs te verdwijnen uit de Nederlanden.

1586. Prins Maurits van Oranje vaardigt de ‘ordre op ’t schouwen en bedelen der leprosen’ uit, met een kledingvoorschrift voor heel Holland: de leproos moet een vliegermantel en een hoed met witte band dragen.[1]

1652. In Gouda wordt de laatste leproos opgenomen.

1856. Aan de Noorse kust, vooral rondom de stad Bergen, leven zo'n 2800 melaatsen tussen de overige mensen. Om in hun onderhoud te voorzien gaan zij als marskramer langs de deuren en verspreiden daardoor ongeweten de melaatsheid. De regering besluit in te grijpen en de melaatsen af te zonderen en hen onder te brengen in speciale ziekenhuizen. Met geweld worden zij afgezonderd. De isolatie draagt bij aan het terugdringen van de ziekte. Zie 1930.

1872. Een Bijbels woordenboek uit 1872 schrijft dat "nog heden, naast de muren van Jeruzalem voor de Zionspoort, in een afgezonderde plek eene gemeente van 40-50 melaatschen woont."[14]

1873. De Noorse arts Armauer Hansen ontdekt de leprabacterie Mycobacterium leprae. Naar hem wordt lepra ook wel genoemd 'de ziekte van Hansen'.

1884. Bij Jozef de Veuster, bekend als 'pater Damiaan', als missionaris werkzaam in een melaatsenkolonie, wordt lepra vastgesteld.

Damiaan (ca. 1878) met melaatse meisjes.

1891.

Verspreiding van melaatsheid in de wereld in het jaar 1891. In West-Europa komt melaatsheid vooral in Noorwegen voor.
Jozef de Veuster ('Pater Damiaan') in 1888. Zijn gelaat is getekend door lepra. In 1898 zou hij overlijden.

1898. Overlijden van missionaris der melaatsen Jozef de Veuster ('pater Damiaan'), zie foto.

1930. In Noorwegen zijn, voordat er een geneesmiddel tegen lepra bestaat, nog enkele tientallen patiënten, vooral dankzij hun afzondering.

Jaren 1980. Sinds de jaren tachtig is lepra goed behandelbaar met meer medicijnen tegelijk in een kuur van 6 tot 12 maanden.

2008. Een tweede soort leprabacterie wordt ontdekt, Mycobacterium lepromatosis. Deze soort veroorzaakt bij de mens de besmettelijkste vorm van lepra en komt vooral voor in Mexico en in het Caraïbisch gebied.

Christelijke hulp

De Nederlandse organisatie Leprazending, onderdeel van The Leprosy Mission, is een christelijke organisatie die in 33 landen hulp biedt aan leprapatiënten. De hulp bestaat uit vijf vormen: 1. Medische zorg en revalidatie, 2. Zelfredzaamheid bevorderen; 3. Voorzien in eerste levensbehoeften; 4. Bevorderen van deelneming aan de maatschappij; 5. Voorlichting over lepra.[15]

Meer informatie

Artikel Lepra op Wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 17 okt. 2020

Over het stellen van de diagnose, zie Wat is lepra?, Leprastichting.nl.

Marit Hofman vertelt op https://www.leprazending.nl/maritblogt over haar ervaring als leprapatiënte in haar tienertijd.

Daan van Leeuwen, 'Leven buiten de stadsmuren. De wijze van functioneren van het goudse leprooshuis in de late middeleeuwen', in: Tidinge van die Goude, aug. 2013(pdf). Beschrijft de geschiedenis van het Goudse leprozenhuis en de behandeling van leprozen in de Middeleeuwen.

Bronnen

Lepra, Wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is verwerkt op 17 okt. 2020.

Wat is lepra?, Leprastichting.nl

Daan van Leeuwen, 'Leven buiten de stadsmuren. De wijze van functioneren van het goudse leprooshuis in de late middeleeuwen', in: Tidinge van die Goude, aug. 2013(pdf). Beschrijft de geschiedenis van het Goudse leprozenhuis.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 Daan van Leeuwen, 'Leven buiten de stadsmuren. De wijze van functioneren van het goudse leprooshuis in de late middeleeuwen', in: Tidinge van die Goude, aug. 2013(pdf).
  2. 2,0 2,1 Lepra, nl.wikipedia.org. Geraadpleegd 9 okt. 2020.
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 Wat is lepra?, Leprastichting.nl. Geraadpleegd 16 okt. 2020.
  4. Wat is lepra?, Leprastichting.nl. Geraadpleegd 16 okt. 2020. Een video op deze pagina zegt dat 95% van de mensen immuun is voor lepra.
  5. Door verzwakte oogspieren kan de leprapatiënt zijn ogen niet meer sluiten. De ogen drogen uit, stof vuil blijft makkelijk in de ogen zitten, met blindheid tot gevolg.
  6. 6,0 6,1 Uitzending van 'Brandstof' dd. 16 okt. 2020, een radio-programma van Groot Nieuws Radio. Twee vrouwen van de Leprazending kwamen daarin aan het woord.
  7. De Nederlandse Marit Hofman bleek als 12-jarig meisje lepra te hebben. Daarvan is zij genezen. Zij heeft gewerkt voor Leprazending. Bron: https://www.leprazending.nl/maritblogt. Geraadpleegd op 16 okt. 2020.
  8. Wat is lepra? Leprazending.nl, geraadpleegd op 16 okt 2020, zegt: "Ieder jaar worden ongeveer 210.000 mensen met lepra geregistreerd, waaronder 18.000 kinderen. Het werkelijke aantal ligt hoger, de ziekte wordt niet altijd herkend of geregistreerd."
  9. Bron: Leprazending.nl, geraadpleegd 16 okt. 2020.
  10. Is lepra besmettelijk, Leprazending.nl. Geraadpleegd op 16 okt. 2020
  11. Joodse Oudheden, 3.11.3. Aangehaald in: René van Loon, Levend bewijs! Rotterdam: Opstandingskerk, 7 jan. 2018. Preek naar aanleiding van Leviticus 13: 45-46 en 14: 1-20 en Mattheüs 7:28 - 8:4 (kerntekst: 8: 4)
  12. 12,0 12,1 Citaat van George Rosen, aangehaald in: Ben Hobrink, 'Dokters, was u handen!', in: IDDG (In Dienst de Genezing), dec. 2012. IDDG is het tijdschrift van de Christian Medical Fellowship Nederland.
  13. Ben Hobrink, Melaatsheid. Youtube.com: Ben Hobrink, 19 juli 2013. Duur: 4 min 27 sec.
  14. H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Melaatsch.
  15. https://www.leprazending.nl/projecten Geraadpleegd 16 okt. 2020.