Lictor

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een lictor (Gr. Ραβδουχος, rhabdouchos, lett. ‘roededrager’) was in het Romeinse rijk een gerechtsdienaar, een lagere ambtenaar in dienst van een praetor, dit is een stadsbestuurder belast met rechtspraak. Vóór de praetor uit droeg de lictor een bundel roeden (Lat. fasces) met daarin een bijl, als teken van diens rechtsmacht.

Een Romeinse lictor in toga en dragende de bundel roeden (Lat. fasces).

Lictoren (gerechtsdienaars) kwamen namens de praetoren zeggen dat de apostel Paulus, die in Filippi was geslagen en gevangengenomen, losgelaten moest worden.

Hnd 16:35 Toen het nu dag was geworden, zonden de praetoren de gerechtsdienaars om te zeggen: Laat die mensen los. Hnd 16:36 De gevangenbewaarder nu berichtte deze woorden aan Paulus: De praetoren hebben de boodschap gezonden dat u moet worden losgelaten; gaat dan nu naar buiten en vertrekt in vrede. Hnd 16:37 Paulus echter zei tot hen: Zij hebben ons, die Romeinen zijn, onveroordeeld in het openbaar geslagen en in de gevangenis geworpen; en nu zetten zij ons in het geheim eruit? Niets daarvan; maar laten zij zelf komen en ons naar buiten leiden. Hnd 16:38 De gerechtsdienaars nu berichtten deze woorden aan de praetoren; en zij werden bang toen zij hoorden dat het Romeinen waren. Hnd 16:39 En zij kwamen het hun verzoeken; en na hen naar buiten geleid te hebben vroegen zij hun uit de stad weg te gaan. (TELOS)

Het Griekse woord in dit Schriftgedeelte wordt verschillend vertaald: “gerechtsdienaars” (HSV, NBG51, Canisius, TELOS) “stadsdienaars” (SV, Lutherse vertaling), “stafdragers” (Naardense bijbel), “lictoren” (WV78, WV95)