Loofhuttenfeest

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Loofhuttenfeest (Hebr. soekot, meervoud van soeka, hut) is een gedachtenis- en oogstfeest, een van de gezette hoogtijden van God die hij voor zijn volk Israël heeft ingesteld. Men herdenkt de woestijnreis, toen de Israëlieten in loofhutten (tenten) woonden. Het is het laatste feest van het Israëlietische (bijbels-godsdienstige) jaar en wordt gevierd van de 15e tot de 22e van de zevende maand (september/oktober). Tijdens de zeven feestdagen wonen de Israelieten in zelfgebouwde loofhutten en zijn vrolijk. Het feest is ook een ‘feest der inzameling, op de uitgang van het jaar, wanneer u uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben’ (Ex. 23:16). Gedurende het feest werden vuuroffers gebracht. Het feest is een altoosdurende inzetting voor Israël (Lev. 23:41) en zal ook na de wederkomst van Christus, gedurende zijn duizendjarig vrederijk, verplicht gehouden worden (Zach. 14;16-19).

Dit artikel handelt over het loofhuttenfeest in de Bijbel. Over de Joodse viering van het feest, zie Soekot

Schriftplaatsen aangaande het Loofhuttenfeest zijn: Ex. 23:14-17; Lev. 23: 33-36; 39-43; Num. 29: 12-38; Deut. 16: 13-17; 31:9-13; Ezr. 3:1-7; Neh. 8:13-18; Ezech. 45:21-25; Zach. 14:16-19; Joh. 7:2-39. Na Genesis wordt in elk boek van Mozes melding gemaakt van het feest. In Leviticus en Numeri wordt het feest uitvoerig beschreven.

Naam. Het feest wordt in de Heilige Schrift genoemd ‘het feest der loofhutten’ (Deut 16:13, 16) en ‘het feest der inzameling’ (Ex. 23:16; vgl. 34:22; Lev. 23:39). Synoniem: feest der tabernakelen (Eng. feast of tabernacles).

Ex 23:16 … En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben. (SV)

Tijd. Het feest begint elk jaar op 15e dag van de 7e maand (Num. 29:1) van de godsdienstige kalender (september/oktober) en duurt zeven dagen (Deut. 16:13), gevolgd door een achtste dag (Lev. 23:26), evenals de 1e een rustdag.

Le 23:34 Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor de HEERE. Le 23:35 Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. Le 23:36 Zeven dagen lang moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen. (HSV)

Gedachtenisfeest. Het Loofhuttenfeest, het laatste feest, is een gedachtenis aan het wonen in loofhutten na de verlossing uit Egypte, gedurende de woestijnreis. Het pascha, de eerste hoogtijdag, is een herinnering aan Gods verschonende (sparende) voorbijgang van Israël en de verlossing uit Egypte.

Viering in het beloofde land. Konden het Pascha en het feest der Ongezuurde Broden in de woestijn worden gehouden, het loofhuttenfeest kon slechts in het beloofde land worden gevierd, nadat de oogst was ingezameld, want van een oogst in de woestijn, onderweg naar het beloofde land, was natuurlijk geen sprake.

Feestelijk. De hoogtijdagen van Loofhutten hebben een feestelijk karakter. Er zijn zeven dagen van vrolijkheid (Lev. 23:40).

In Jeruzalem. Het feest moest in Jeruzalem, de stad door God verkoren, gevierd worden (Deut. 16:15). Het was dan ook één van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten (Ongezuurde Broden, Wekenfeest, Loofhuttenfeest) waarvoor alle mannen van Israël voor het aangezicht van de HEER moesten verschijnen te Jeruzalem (Ex. 23:17, 34:23).

Voor God. Het was een feest voor de Here God. Er wordt uitvoerig over het feest gesproken. De Heer vindt er kennelijk vreugde in dat zijn volk gelukkig woont in het beloofde land en zich verheugt in de zegeningen, die Hij hen schenkt. Want de oogst was binnen, de schuren vol. En God wilde dat zijn volk vrolijk zou zijn over al die zegeningen en Hem danken.

Loof. Welk loof werd voor de hutten gebruikt?

Ne 8:15  ... Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is. Ne 8:16  (8-17) Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraïmspoort. (SV)

Woning. In de dagen van Ezra en Nehemia woonde het volk in de loofhutten.

Ne 8:17  (8-18) En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israëls hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap. (SV)

Rustdagen met samenkomsten. De eerste en de achtste dag (de dag na het feest) waren rustdagen, waarop geen dienstwerk mocht worden verricht. Op die dagen waren er heilige samenkomsten.

Nu 29:12  Ook op de vijftiende dag van deze zevende maand moet u een heilige samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag u [dan] doen, maar zeven dagen [lang] moet u voor de HEERE een feest vieren. (HSV) Nu 29:35 Op de achtste dag moet u een bijzondere samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag u [dan] doen. (HSV)

Ten tijde van Ezra en Nehemia werd het loofhuttenfeest na lange tijd weer gehouden. De achtste dag, 'de verbodsdag', werd in acht genomen.

Ne 8:17  (8-18) En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israëls hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap. Ne 8:18  (8-19) En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht. (SV)

Vuuroffers. Op elk van de acht dagen moesten bijzondere vuuroffers worden gebracht: brandoffers en hun bijbehorende spijs- en drankoffers, alsook een geitenbok ten zondoffer. De Israëlieten mochten, gezien de ontvangen zegen, niet ledig voor het aangezicht van de Heer verschijnen. Ieder moest iets brengen overeenkomstig de bekomen zegen. De nationale offers waren deze: 

1e dag 15 Tisjrie (Num. 29:13-16) 2e dag 16 Tisjrie (Num. 29:17-19) 3e dag17 Tisjrie (Num. 29:20- 4e dag 18 Tisjrie (Num. 29:23-25) 5e dag19 Tisjrie (Num. 29:26) 6e dag 20 Tisjrie (Num. 20:29-31) 7e dag 21 Tisjrie (Num. 32-34) 8e dag 22 Tisjrie (Num. 29:35-38)
Jonge stieren: 13 12 11 10 9 8 7 1
Rammen: 2 als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag 1
Volkomen

eenjarige lammeren:

14 als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag als 1e dag 7
Spijsoffer bij die brandoffers: (3/10 x 13)+(2/10 x 2)+(1/10 x 14) (3/10 x 12)+ zie 1e dag (3/10 x 11)+ zie 1e dag (3/10 x 10)+ zie 1e dag (3/10 x 9)+ zie 1e dag (3/10 x 8)+ zie 1e dag (3/10 x 7)+ zie 1e dag (3/10 x 1)+(2/10 x 1)+(1/10 x 7)
Zondoffer geitenbok: 1 1 1 1 1 1 1 1

Merk op dat het aantal jonge stieren dagelijks één minder was. Het bijbehorend spijsoffer (drietiende efa meel per stier) nam evenredig af. Op de 8e dag waren de aantallen brandoffers geheel verschillend. Het aantal rammen en lammeren was de helft van het getal van elk der voorgaande feestdagen.

De teruggekeerde ballingen vierden in 537 v.C. het loofhuttenfeest volgens deze offervoorschriften:

Ezr 3:4 Zij vierden het Loofhuttenfeest volgens wat geschreven staat, namelijk een brandoffer van een dag op [die] dag in het [juiste] aantal, overeenkomstig de bepaling voor elke afzonderlijke dag. (HSV)

Deze offers werden gebracht naast het dagelijks brandoffer met zijn spijsoffer en drankoffer (Num. 29:16, 19, 22, 25, 28, 31, 34, 38). Voorlezing der wet. Op het Loofhuttenfeest moest om de zeven jaar aan het volk de wet worden voorgelezen, opdat de Israelieten de HEER zouden vrezen en de woorden van de wet zouden waarnemen te doen (Deut. 31:9-13). Toen het feest na lange tijd weer gevierd werd ten tijde van Ezra en Nehemia, las men dag aan dag in het wetboek van God.

Ne 8:17  (8-18) En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israëls hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap. Ne 8:18  (8-19) En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht. (SV)

Plengen van water

In de tijd na het Oude Testament kwam bij het Loofhuttenfeest een eigenaardige plechtigheid, die aan het drankoffer van het dagelijkse morgen- en avondoffer verbonden was: de ceremonie van het waterscheppen en plengen. De Joodse Misjna (Soekka 4:1, 8) vermeldt dat het wonen in de loofhutten en het plengen van water zeven dagen duurde. De ceremonie verliep als volgt (Misjna, Soekka 4:9). Een gouden karaf met een inhoud van 3 log (= ca. 1,5 liter) vulde men uit Siloam. Bij de waterpoort gekomen blies men drie tonen op de ramshoorn, de middelste was een lange toon. Dan besteeg een priester de trap van het altaar en wendde zich naar links, waar twee zilveren bekkens stonden. Het ene bekken, dat aan de westzijde, was gevuld met water, en dat aan de oostzijde was gevuld met wijn. De priester goot uit het waterbekken in het wijnbekken, en omgekeerd[1]. Volgens rabbi Jehudah (Misjna, Soekka 4:9) werd op elk van de acht dagen een log (ca. 0,5 liter) uitgegoten, van elk bekken een log in het andere bekken. Tot de priester die het water zou plengen riep het volk: "Hef uw hand omhoog!" Want het was een keer gebeurd dat een priester het water per ongeluk over zijn voeten goot.

De ceremonie van het waterscheppen en plengen ging gepaard met licht en uitbundigheid. De Misjna (Soekka 5:3) zegt: "Er was geen binnenplaats in Jeruzalem, die niet verlicht was door de verlichting voor het waterscheppen." Er werd gedanst en op talloze instrumenten gespeeld.

De vraag naar de oorsprong van de ceremonie van het waterscheppen werd na het einde van de Talmoedische periode (na 500 n.C.) beantwoord door Rav Ena. Hij verwijst naar Jes. 12:3.

Jes 12:2 Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE, en Hij is mij tot heil geworden. Jes 12:3 U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil. (HSV)

Uit het evangelie naar Johannes (Joh. 7) blijkt dat de Heer Jezus deelnam aan het Loofhuttenfeest in Jeruzalem. Op de laatste, de grote dag van het feest, dat is waarschijnlijk de achtste dag, kennelijk naar aanleiding van de waterplengingen, sprak Hij over de stromen van levend water van de Heilige Geest.

Joh 7:37 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken! Joh 7:38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Joh 7:39 Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt. Joh 7:40 Sommigen dan uit de menigte die deze woorden hoorden, zeiden: Deze is waarlijk de profeet. (TELOS)

De volgende Engelstalige video gaat over de ceremonie van het water scheppen uit de vijver Siloam en het plengen.


Messianic Jewish Reflections on the Feast of Tabernacles, Youtube.com, upload door AskDrBrown (Michael Brown), 19 sept. 2013. Speelduur: 5 min. 32 sec.

Type

Het Loofhuttenfeest is een type, een voorafschaduwing van het Vrederijk.

Toekomst

In de toekomst, na de verschijning van de Heer Jezus in de wereld, zal het feest gevierd worden volgens het voorschrift van Ezechiel 45:25. De overgebleven volkeren, die tegen Jeruzalem waren opgetrokken, zullen in het vrederijk van Christus jaarlijks optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren (Zach. 14:16-19). In het Vrederijk is het Loofhuttenfeest een internationaal feest dat te Jeruzalem gehouden zal worden. Het volk dat niet op het Loofhuttenfeest verschijnt, zal door droogte worden geplaagd.

Zac 14:16  Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren. Zac 14:17 Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. Zac 14:18 Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen [regen] is [gevallen], niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Zac 14:19 Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren. (HSV)

Meer informatie

R. Been, De feesten des Heren in Israël, blz. 60-69. Apeldoorn: Medema, 1979. ISBN 90 6353 022 6. Aantal pagina's: 73.

Adam Eliyahu Berkowitz, For First Time Since Second Temple: Golden Vessel Used In Libation Ceremony. Nieuwsartikel van 30 sept. 2018 op BreakingIsraelNews.com

Voetnoot

  1. Misjna (Soekka 4:9)