Lukas (boek)/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 2 van het Bijbelboek Lukas (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 2:9

Lu 2:9  En zie, een engel van de Heer stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang. (Telos)

De heerlijkheid van de Heer. De engel had niet zijn 'eigen' heerlijkheid, maar die van de Heer. Ook de gelovigen van Christus zullen met Zijn heerlijkheid bekleed worden. Vergelijk het hemelse Jeruzalem:

Opb 21:10  En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, die uit de hemel neerdaalde van God  Opb 21:11  en de heerlijkheid van God had. Haar lichtglans was aan zeer kostbaar gesteente gelijk, als een kristalheldere jaspissteen. (Telos)

Luk. 2:10

Lu 2:10  En de engel zei tot hen: Weest niet bang, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; (Telos)

Weest niet bang. Opbeurend woord!

Ik verkondig u grote blijdschap. De geboorte van de Verlosser moet ook voor de engelen reden tot blijdschap zijn. Zij verblijden zich over een zondaar die zich bekeert.

Luk. 2:11

Lu 2:11  want u is heden een Heiland geboren, die Christus [de] Heer is, in de stad van David. (Telos)

Die Christus [de] Heer is. Hij is Zaligmaker èn Heer. Hij is van [de] Heer en ook zelf [de] Heer. Zie Godheid van Jezus.

Lu 2:26  En hij had een Goddelijke aanwijzing ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van [de] Heer had gezien. (Telos)

In de stad van David. Daar moest Jezus geboren worden, in de stad van zijn vader David. Hij was een zoon van David en de geboorteplaats onderstreept dat nog eens. Lukas schrijft dat Jozef opging 'naar de stad van David die Bethlehem heet" (Luk. 2:4). Zacharias, de vader van Johannes de Doper, had geprofeteerd dat de God van Israël "een hoorn van behoudenis voor ons heeft opgericht in het huis van zijn knecht David" (Luk. 1:69).

Luc. 2:15

Lu 2:15  En het gebeurde, toen de engelen van hen waren weggegaan naar de hemel, dat de herders tot elkaar spraken: Laten wij toch naar Bethlehem gaan en deze zaak zien die er is gebeurd, die de Heer ons heeft bekend gemaakt. (TElos)

Naar Bethlehem gaan. Want dat is 'de stad van David', door de engel genoemd (2:11).

Luc. 2:16

Lu 2:16  En zij kwamen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kindje, liggend in de kribbe. (Telos)

Haastig. De emotie van vrees (vers 10) had plaatsgemaakt voor die van opwinding, die zich uitte in een haastig gaan.

Maria en Jozef. Niet andersom genoemd. In dit evangelie staat Maria op de voorgrond. Het geslachtsregister van Jezus, dat verderop wordt geschreven, is dat via Maria.

Luc. 2:17

Lu 2:21  En toen acht dagen waren vervuld om Hem te besnijden, ontving Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot was ontvangen. (Telos)

Toen acht dagen waren vervuld om Hem te besnijden, ontving Hij de naam Jezus. Het was de gewoonte om de baby een naam te geven op de dag van de besnijdenis. Dat was ook bij Johannes de Doper gebeurd.

Lu 1:59  En het gebeurde op de achtste dag dat zij kwamen om het kindje te besnijden; en zij noemden het naar de naam van zijn vader Zacharia. (Telos)

De naam Jezus, die door de engel was genoemd. Door de engel Gabriël:

Lu 1:31  en zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. (Telos)

Die naam was ook aan Jozef, de man van Maria, bekendgemaakt:

Mt 1:21  Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk behouden van hun zonden.  (...) Mt 1:25  En hij had geen gemeenschap met haar, totdat zij een Zoon gebaard had; en hij gaf Hem de naam Jezus. (Telos)

Luc. 2:26

Lu 2:26  En hij had een Goddelijke aanwijzing ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van [de] Heer had gezien. (Telos)

De Christus van [de] Heer. Hij is van [de] Heer, maar ook zelf [de] Heer. Zie Godheid van Jezus Christus.

Lu 2:11  want u is heden een Heiland geboren, die Christus [de] Heer is, in de stad van David. (Telos)

Luc. 2:32

Lu 2:32  een licht tot openbaring voor de naties en tot heerlijkheid voor uw volk Israël. (Telos)

Voor .. voor. Eigenlijk 'van'[1].

Een licht tot openbaring voor de naties. Dat is goed nieuws voor Theofilus, aan wie Lucas schreef.

Tot heerlijkheid voor uw volk Israël. Deze profetie zal nog in vervulling gaan. Zie Toekomst van Israël.

Luc. 2:34

Lu 2:34  En Simeon zegende hen en zei tot zijn moeder Maria: Zie, Deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken wordt (Telos)
Anna (staande), Maria, Jozef en Simeon (rechts). Schilderij van de Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn.

Deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël. Saulus kwam over Hem ten val en werd een vervolger van de gemeente. Hij kwam ook tot bekering en stond als het ware op. De 'velen' die ten val komen kan duiden op de vele tegenstanders; de 'velen' die door Hem opstaan kan slaan op (1) de opstanding van de oudtestamentische heiligen en/of (2) de bekering van Israël, want héél Israël zal behouden worden.

Een teken dat weersproken wordt.

Heb 12:3  Want let op Hem die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen bezwijkt. (Telos)

Hnd 28:22  Wij achten het echter juist van u te horen wat uw denkbeelden zijn; want wat deze sekte betreft, ons is bekend dat zij overal wordt tegengesproken. (Telos)

Luc. 2:35

Lu 2:35  (en ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan), opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden. (Telos)

Door uw eigen ziel zal een zwaard gaan. Het lijden van haar zoon aan het kruis zou hij zeer smartelijk treffen. Simeon zegent beide Jozef en Maria, maar spreekt vervolgens tot Maria. Jozef was vermoedelijk al overleden zijn toen Jezus stierf.

Opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden. Christus roept bij velen reacties op, waardoor openbaar wordt hoe mensen over hem denken.

Luc. 2:36

Lu 2:36  En er was een profetes, Anna, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser; deze was op zeer hoge leeftijd gekomen, nadat zij na haar maagdelijke staat zeven jaar met haar man had geleefd. (Telos)

Anna. Haar naam betekent 'genade'. Zie Anna.

Zeer hoge leeftijd. Ze was ongeveer 84 jaar (vers 37). In de tijd werden mensen gemiddeld niet zo oud als tegenwoordig.

Ps 90:10  Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen. (SV)

Luc. 2:38

Lu 2:38  En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij en loofde God en sprak over Hem tot allen die de verlossing van Jeruzalem verwachtten. (Telos)

Zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij. Door de Geest geleid; goddelijk 'toeval'.

Loofde God. Ook hadden God geloofd met betrekking tot de Messias: de herders (vers 20) en Simeon (vers 28).

Sprak over Hem. Zodoende was zij met de herders (2:17) een vroege getuige van Christus.

De verlossing van Jeruzalem verwachtten. Ook Zacharias had gesproken van verlossing:

Lu 1:74  om ons te geven dat wij, gered uit de hand van onze vijanden, onbevreesd Hem zouden dienen, (Telos)

Israël met Jeruzalem wacht niet niet alleen verlossing, maar door de Christus ook verheerlijking:

Lu 2:32  een licht tot openbaring voor de naties en tot heerlijkheid voor uw volk Israel. (Telos)

Luc. 2:40

Lu 2:40  Het kind nu groeide op en werd gesterkt, vervuld met wijsheid; en de genade van God was op Hem. (Telos) 

Vervuld met wijsheid. En daarin toenemend, zoals vers 52 zegt.

Lu 2:52  En Jezus nam toe in <de> wijsheid en grootte en gunst bij God en mensen. (Telos)

De genade van God was op Hem. Hij was een mens gelijk wij, uitgezonderd een zondige natuur. Gelijk wij had hij genade van God nodig in dit leven.

Luc. 2:47

Lu 2:47  Allen nu die Hem hoorden, waren buiten zichzelf over zijn inzicht en zijn antwoorden. (Telos)

Zijn inzicht en zijn antwoorden. Deze gaven blijk van zijn wijsheid en kennis (vgl. verzen 40 en 52).

Luc. 2:52

Lu 2:52  En Jezus nam toe in <de> wijsheid en grootte en gunst bij God en mensen. (Telos)

Nam toe in <de> wijsheid. Vergelijk:

Lu 2:40  Het kind nu groeide op en werd gesterkt, vervuld met wijsheid; en de genade van God was op Hem. (Telos)

Grootte. Waarschijnlijk in figuurlijke zin bedoeld.

Voetnoot

  1. Aantekening in de Telos-vertaling