Lukas (boek)/Hoofdstuk 8

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 8 van het Bijbelboek Lukas (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 8:21-22

Lu 8:20 En men berichtte Hem: Uw moeder en uw broers staan buiten en willen U zien. Lu 8:21 Hij antwoordde echter en zei tot hen: Mijn moeder en mijn broeders zijn dezen die het woord van God horen en doen. (TELOS)

Mijn moeder. In geestelijke zin. Maria was de lichamelijke moeder. De opmerking van de Heer moet ons bewaren voor oververheffing van Maria, zoals in de Rooms-Katholieke Kerk is gebeurd. Vergelijk:

Lu 11:27 Het gebeurde nu, toen Hij dit zei, dat een vrouw uit de menigte haar stem verhief en tot Hem zei: Gelukkig de schoot die U heeft gedragen en de borsten die U hebt gezogen. Lu 11:28 Hij echter zei: Jawel, maar veeleer gelukkig zij die het woord van God horen en bewaren. (TELOS)

Ook deze woorden moeten ons ervoor bewaren Maria op een voetstuk te zetten.