Lukas (boek)/Hoofdstuk 9

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Boeken van de Bijbel:
Ge - Ex - Le - Nu - De
- Joz - Ri - Ru - 1Sa - 2Sa
- 1Ko - 2Ko - 1Kr - 2Kr
- Ezr - Ne - Es - Job
- Ps - Sp - Pr - Hgl
- Jes - Jer - Kla - Eze - Da
- Hos - Joë - Am - Ob
- Jon - Mi - Na - Hab
- Se - Hag - Za - Ma
Mt - Mr - Lu - Jh
- Hn - Ro - 1Co - 2Co
- Ga - Ef - Flp - Co
- 1Th - 2Th - 1Ti - 2Ti - Tit
- Flm - He - Ja - 1Pe - 2Pe
- 1Jo - 2Jo - 3Jo - Ju - Op.

Hoofdstuk 9 van het Bijbelboek Lukas (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Luk. 9:5

Lu 9:5  En allen die u niet ontvangen-vertrekt uit die stad en schudt het stof van uw voeten af tot een getuigenis tegen hen. (Telos)

Schudt het stof enz.

Lu 10:10  En welke stad u ook binnengaat en men ontvangt u niet, gaat naar buiten op haar straten en zegt: Lu 10:11  Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen wij af tegen u; weet evenwel dit, dat het koninkrijk van God nabij gekomen is.  Lu 10:12  Ik zeg u, dat het voor Sodom in die dag draaglijker zal zijn dan voor die stad. (Telos)

Paulus en Barnabas schudden het stof van hun voeten af, toen ze verworpen werden.

Hnd 13:50  De Joden echter stookten de aanzienlijke godsdienstige vrouwen en de voornaamsten van de stad op en verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verdreven hen uit hun gebied. Hnd 13:51  Zij schudden echter het stof van hun voeten af tegen hen en kwamen in Iconium. (Telos)

Paulus schudde ook zijn kleren af, toen hij door de Joden te Korinthe werd verworpen.

Hnd 18:5  Toen echter zowel Silas als Timotheus uit Macedonie waren gekomen, wijdde Paulus zich geheel aan het woord en betuigde de Joden dat Jezus de Christus is.        Hnd 18:6  Toen zij echter weerstonden en lasterden, schudde hij zijn kleren af en zei tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben rein; van nu af zal ik naar de volken gaan. (Telos)

Luk. 9:7

Lu 9:7  Herodes de viervorst nu hoorde alles wat er gebeurde; en hij was in verlegenheid, omdat door sommigen werd gezegd dat Johannes uit de doden was opgewekt, (Telos)

Herodes de viervorst. Dat was Herodes Antipas, die over Galilea en Perea het bewind voerde. Hij wordt viervorst genoemd, zie aldaar.

Luk. 9:12

Lu 9:12  De dag begon echter te dalen, en de twaalf kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Stuur de menigte weg, opdat zij naar de omliggende dorpen en velden gaan om onderdak en proviand te vinden, want wij zijn hier in een woeste plaats. (Telos)

Woeste plaats. Hier zou de wonderbare spijziging plaatsvinden. Dat herinnert aan de wonderbare spijziging van het volk Israël in de woestijn met manna ('brood uit de hemel') en kwakkels (vlees).

Luk. 9:16

Lu 9:16  Toen Hij nu de vijf broden en de twee vissen had genomen, keek Hij op naar de hemel, zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om ze aan de menigte voor te zetten. (Telos)

Broden. De Heer Jezus spijzigde de menigte met broden. Dat herinnert aan het manna, 'brood uit de hemel', waarmee God zijn volk in de woestijn spijzigde.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet. Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft. (HSV)

Het manna was ‘hemels koren’ (Ps. 78:24), ‘hemels brood’ (Ps. 105:4), ‘brood van de machtigen’ (Ps. 78:25)

Luk. 9:16

Lu 9:16  Toen Hij nu de vijf broden en de twee vissen had genomen, keek Hij op naar de hemel, zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om ze aan de menigte voor te zetten. (Telos)

Keek Hij op naar de hemel. Daar was Zijn Vader, van wie Hij het wonder verwachtte en met wie Hij het wonder deed. Er ging een wonderbare spijziging plaatsvinden, gelijk vroeger van Israël in de woestijn. Toen ontvingen zij brood uit de hemel, 'hemels brood'.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet. Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft. (HSV)

Het manna was ‘hemels koren’ (Ps. 78:24), ‘hemels brood’ (Ps. 105:4).

Ps 105:40 Zij baden, en Hij deed kwartels komen, Hij verzadigde hen met hemels brood. (HSV)

Luk. 9:17

Lu 9:17  En zij aten en werden allen verzadigd; en er werd opgeraapt wat hun aan brokken was overgeschoten, twaalf korven. (Telos)

Allen verzadigd. Ook in de woestijn zond God brood, 'tot verzadiging toe'.

Ps 78:23 Hij gebood de wolken daarboven en opende de deuren van de hemel: Ps 78:24 Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun hemels koren. Ps 78:25 Eenieder at het brood van de machtigen; Hij zond hun proviand tot verzadiging toe. (HSV)

Ps 105:40 Zij baden, en Hij deed kwartels komen, Hij verzadigde hen met hemels brood. (HSV)

Overgeschoten, twaalf korven. Er is genoeg zegen over voor gehéél Israël (vgl. Rom. 11:26), dat eens bekeerd zal zijn en de Messias zal aannemen.

Luk. 9:19

Lu 9:19  Zij nu antwoordden en zeiden: Johannes de doper; en anderen: Elia; en anderen, dat een profeet, een van de ouden, is opgestaan. (Telos)

Deze meningen waren ook Herodes de viervorst ter ore gekomen:

Lu 9:7  Herodes de viervorst nu hoorde alles wat er gebeurde; en hij was in verlegenheid, omdat door sommigen werd gezegd dat Johannes uit de doden was opgewekt,  Lu 9:8  en door sommigen dat Elia was verschenen, en door anderen dat een profeet, een van de ouden, was opgestaan.  Lu 9:9  Herodes nu zei: Johannes heb ik onthoofd, maar Wie is Deze van Wie ik zulke dingen hoor? En hij trachtte Hem te zien. (Telos)

Luk. 9:20

Lu 9:20  Hij nu zei tot hen: U echter, Wie zegt u dat Ik ben? Petrus nu antwoordde en zei: De Christus van God. (Telos)

De Christus van God. De door God gezonden koning en verlosser van Israël.

Luk. 9:22

Lu 9:22  en zei: De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt. (Telos)

Opvallend is dat de voornaamsten van het volk, inclusief de godsdienstige elite, Hem hebben verworpen en Hem hebben doen lijden. Dat betekent dat de meest ontwikkelden onder ons het volkomen mis kunnen hebben.

Op de derde dag. Vrijdag werd Hij gekruisigd, zaterdag was de rustdag, zondagochtend werd Hij opgewekt.

Luk. 9:23

Lu 9:23  Hij nu zei tot allen: Als iemand achter Mij wil komen, laat hij zichzelf verloochenen, dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen. (Telos)

Allen. De twaalf apostelen (9: 10, 12, 14, 16, 18).

Achter mij wil komen. Dat is Hem volgen, die verworpen zou worden.

Zichzelf verloochenen. De discipel Thomas geeft blijk van zelfverloochening toen hij Jezus volgde op weg naar Bethanië aan de Olijfberg. In Judea immers waren Jezus' tegenstanders te vrezen. Zelfverloochening voorkomt ook dat schaamte (vers 26) de overhand krijgt en ons belemmert voor de Heer Jezus uit te komen.

Joh 11:16  Thomas dan, Didymus geheten, zei tot zijn medediscipelen: Laten wij ook gaan om met Hem te sterven. (Telos)

Zijn kruis opnemen. Verwerping, afkeuring, smaad, hoon, spot verdragen. De Heer Jezus zegt dit nadat hij zijn komende lijden heeft aangeduid.

Luk. 9:25

Lu 9:25  Want wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zichzelf te verliezen of erbij in te boeten? (Telos)

In plaats van een kruis te dragen (verworpen en uitgestoten te worden), geniet zo iemand een enorme populariteit. Iemand die de hele wereld zal winnen is de persoon van Het Beest:

Opb 13:3  En ik zag een van zijn koppen als tot de dood geslagen, en zijn dodelijke wond werd genezen; en de hele aarde ging met verbazing het beest achterna.  Opb 13:4  En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (Telos)

Het Beest zal echter verloren gaan.

Luk. 9:26

Lu 9:26  Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van de Vader en van de heilige engelen. (Telos)

Vergelijk:

Mr 8:38  Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. (Telos)

Wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt. En daarom nimmer voor Hem durft uit te komen, durft te bekennen dat Hij in Jezus gelooft. Zelfverloochening (vers 23) houdt dat eventuele schaamte niet de overhand heeft en de belijdenis van 's Heren naam belemmert.

Wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid enz. Dat is zijn wederkomst op aarde. Iets van die heerlijkheid was al zichtbaar bij zijn eerste komst, namelijk de heerlijkheid van God in de heerlijkheid van de engel die aan de herders verscheen:

Lu 2:9  En zie, een engel van de Heer stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang. (Telos)

Luk. 9:27

Lu 9:27  Ik nu zeg u in waarheid: er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij het koninkrijk van God hebben gezien. (Telos)

Deze voorzegging is kort hierna vervuld door de verheerlijking op een hoge berg, zie volgende verzen.

Het koninkrijk van God hebben gezien. Dat gebeurt kort hierna. Wat enkele discipelen dan zien is Jezus in een heerlijke gedaante, met Mozes en Elia. 'die in heerlijkheid verschenen' (vers 31). In het koninkrijk van God is Christus de centrale figuur. Het omvat ook de heiligen van het Oude Verbond. En uit het Nieuwe Testament weten wij dat ook wij met Hem in heerlijkheid zullen verschijnen.

Luk. 9:28

Lu 9:28  Het gebeurde nu ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus, Johannes en Jakobus meenam en op de berg klom om te bidden. (Telos)

Petrus, Johannes en Jakobus. Dit drietal was ook uitgekozen om getuige te zijn van de opwekking van het dochtertje van Jaïrus, zie Petrus, Jakobus en Johannes.

Luk. 9:29

Lu 9:29  En terwijl Hij bad, werd het uiterlijk van zijn gezicht anders en zijn kleding werd lichtend wit. (Telos)

De drie leerlingen zagen nu 'zijn heerlijkheid' (vers 32).

Werd het uiterlijk van zijn gezicht anders. Wellicht zag het er ook anders uit toen Hij na zijn opstanding aan zijn vergaderde leerlingen verscheen en Hij hen moest verzekeren dat Hij het was, en toen hij aan de Emmaüsgangers verscheen (Luk. 24).

Luk. 9:30

Lu 9:30  En zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Mozes en Elia, (Telos)

Mozes en Elia. Beiden zijn profeten geweest en beiden zijn in levensgevaar geweest. Zij stonden nu bij Hem (vers 32).

Luk. 9:31

Lu 9:31  die in heerlijkheid verschenen en over zijn uitgang spraken die Hij zou volbrengen in Jeruzalem. (Telos)

Over zijn uitgang spraken die Hij zou volbrengen in Jeruzalem. Zij spreken over Jezus' lijden en sterven. De heuvel Golgotha buiten de stadsmuur wordt tot Jeruzalem gerekend.

Luk. 9:32

Lu 9:32  Petrus nu en zij die bij Hem waren, waren door slaap overmand; toen zij nu ontwaakten, zagen zij zijn heerlijkheid, en de twee mannen die bij Hem stonden. (Telos)

Zij die bij Hem waren. Of 'hem' (kleine letters), d.i. Petrus. De andere aanwezigen waren de broers Jakobus en Johannes (vers 28).

Toen zij nu ontwaakten, zagen zij zijn heerlijkheid.

Efe 5:14  Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. (Telos)

Luk. 9:33

Lu 9:33  En het gebeurde, toen zij van Hem scheidden, dat Petrus tot Jezus zei: Meester, het is goed dat wij hier zijn, en laten wij drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia-zonder te weten wat hij zei. (Telos)

Toen zij van Hem scheidden. Om terug te keren naar de hemel.

Luk. 9:34

Lu 9:34  Toen hij nu dit zei, kwam er een wolk en overschaduwde hen, en zij werden bang toen zij de wolk ingingen. (Telos)

Kwam er een wolk en overschaduwde hen. De wolk een teken is van Gods tegenwoordigheid. Uit de wolk komt vervolgens een stem (vers 35-36)

Luk. 9:36

Lu 9:36  En terwijl de stem kwam, werd Jezus alleen gevonden. En zij zwegen en vertelden niemand in die dagen iets van wat zij hadden gezien. (Telos)

Werd Jezus alleen gevonden. Doordat Mozes en Elia van Hem gescheiden, heengegaan waren (vers 33).

En zij zwegen enz. Waarom zwegen zij? Omdat, zo lezen wij elders, Jezus hen uitdrukkelijk bevel had gegeven om aan niemand te vertellen wat zij hadden gezien voordat de Zoon des mensen uit de doden was opgewekt. Na Zijn opstanding deelden zij het mee.

Mt 17:9  En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun aldus: Zegt aan niemand het gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt. (Telos)

Mr 9:9  En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Hij hun dat zij niemand zouden vertellen wat zij hadden gezien, voordat de Zoon des mensen uit de doden was opgestaan. (Telos)

Luk. 9:39

Lu 9:39  En zie, een geest grijpt hem en plotseling schreeuwt hij en laat hem stuiptrekken en schuimen, en hij gaat ternauwernood bij hem vandaan als hij hem mishandelt. (Telos)

Een geest. Een demon: een boze, onreine geest, zie vers 42, waar hij aangeduid wordt met 'demon' en 'onreine geest'.

Mishandelt. Dat zal een ogenblik later gebeuren,zie vers 42.

Stuiptrekken. Dat gaat een ogenblik later gebeuren, zie vers 42.

Luk.9:41

Lu 9:41  Jezus nu antwoordde en zei: O ongelovig en verdraaid geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier. (Telos)

O ongelovig en verdraaid geslacht. Dit zegt de Heer ten aanhoren van de menigte, waaruit een man zijn smeekbede heeft gesproken (vers 38). Hetzelfde ongeloof, dezelfde ontrouw wordt het volk Israël verweten in het lied van Mozes, die de leider van het volk sprak aan het eind van zijn leven.

De 32:15 Maar toen Jesjurun vet werd, trapte hij achteruit - u bent vet, u bent dik, u bent vetgemest - toen verliet hij God, Die hem gemaakt heeft, hij versmaadde de Rots van zijn heil. De 32:16  Zij hebben Hem tot na-ijver gebracht met vreemde goden, met gruwelijke daden hebben zij Hem tot toorn verwekt. De 32:17  Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, aan nieuwe goden, die kortgeleden gekomen zijn, voor wie uw vaderen niet gehuiverd hebben. De 32:18  De Rots Die u verwekt heeft, hebt u veronachtzaamd, en u hebt de God Die u gebaard heeft, vergeten. (HSV)

In dat lied wordt Israël, des HEEREN deel (Deut. 32:9), ook een "verkeerd en verdraaid" (32: 5) geslacht, een "dwaas en onwijs volk" (32:6), een "geheel verkeerd geslacht" (32:20) genoemd, zonder verstand (32:28). Het schetst Israëls verwording en afval.

De 32:5  Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. De 32:6  Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft? De 32:7  Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. (...) De 32:20  En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. (SV)

Het Griekse werkwoord achter 'verdraaid' is διαστρεφω, diastrepho, dat betekent: verdraaien, een draai geven, verkeren, verwringen. Het heeft ook figuurlijke betekenissen: iets verkeerd voorstellen (Hand. 13:10), iemand van de rechte weg afbrengen, van het rechte pad afwenden, verleiden (Luk. 23:2). In Luc. 9:41 betekent het: zedelijk verkeerd, zedelijk slecht[1], zoals in Flp 2:15.

Flp 2:15  opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld,

De NBG51-vertaling heeft 'verkeerd'. De Canisius-vertaling heeft 'boos'. De Leidse vertaling en de Herziene Statenvertaling hebben 'ontaard'. De Naardense vertaling heeft 'verworden' en in de parallelplaats Matth. 17:17 'ontaard'.

Sommigen lezen de gedachte van afwending, tegenstaan, dwarsheid. De Willibrord-vertaling heeft 'tegendraads'; de NBV2004-vertaling heeft 'dwars'.

Hoe lang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Mozes sprak het lied (Deut. 32, zie boven) aan het eind van zijn leven. Deze man Gods zou het volk niet in het beloofde land brengen. Dit was voor Jozua weggelegd. Jezus kon, tijdens zijn omwandeling op aarde, zijn ongelovig volk niet in het beloofde land, niet in het vrederijk brengen. Dat zal Hij echter doen bij zijn wederkomst, als een Jozua.

Luk. 9:42

Lu 9:42  En nog terwijl hij naderbij kwam, rukte de demon aan hem en liet hem stuiptrekken. Jezus echter bestrafte de onreine geest, maakte het kind gezond en gaf het aan zijn vader terug. (Telos)

Rukte de demon aan hem. Zie 'grijpt hem' in vers 39. De geest (vers 30) is een demon: een boze, onreine geest, een gevallen engel.

Stuiptrekken. Dat verschijnsel had de vader genoemd, zie vers 39.

Gaf het aan zijn vader terug. Aan hem die natuurlijk gehecht was aan zijn eniggeboren zoon. Iets van dat 'teruggeven' gebeurt bij de wederkomst van de Heer Jezus. Wat gebeurt er met onze ontslapen gelovige dierbaren. God zal ze met Jezus bij ons brengen.

1Th 4:14  Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen. (Telos)

Luk. 9:43

Lu 9:43  En allen stonden versteld over de majesteit van God. Toen nu allen zich verwonderden over alles wat Hij deed, zei Hij tot zijn discipelen: (Telos)

Over de majesteit van God. Door zijn optreden werd iets van Gods majesteit openbaar. Jezus koninklijke heerlijkheid en majesteit was op de berg getoond aan drie discipelen. Petrus was één van hen. Over zijn belevenis schrijft hij later:

2Pe 1:16  Want niet als navolgers van vernuftig verzonnen fabels hebben wij u de kracht en komst van onze Heer Jezus Christus bekend gemaakt, maar als ooggetuigen van zijn majesteit. 2Pe 1:17  Want Hij ontving van God de Vader eer en heerlijkheid, toen van de luisterrijke heerlijkheid zo’n stem tot Hem kwam: ‘Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden’.  2Pe 1:18  En wij hoorden deze stem uit de hemel komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren.(Telos)

Nu had de menigte door en in Jezus iets gezien van Gods majesteit. Jezus' koninklijke macht en gezag was een afstraling van Gods majesteit. Hij is het beeld van God, de Majesteit in de hoge.

Heb 1:3  Deze, die de uitstraling is van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen en die alle dingen draagt door het woord van zijn kracht, is, nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, (Telos)

Heb 8:1  De hoofdzaak nu van wat wij zeggen is, dat wij zo’n hogepriester hebben, die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van de Majesteit in de hemelen, (Telos)

Voetnoot

  1. D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia).