Marcusevangelie/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 2 van het Bijbelboek Marcusevangelie wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Marc. 2:9

Mr 2:9 Wat is gemakkelijker: te zeggen tot de verlamde: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op, neem uw rustbed op en loop? (TELOS)

Het is allebei even makkelijk of moeilijk, want alleen op gezag van God en door God. De schriftgeleerden zeiden: "wie kan zonden vergeven dan Een: God?" (vers 7). Ze zouden ook moeten zeggen: "Wie kan zulke woorden tot een verlamde spreken dan Een: God?".

Marc. 2:10

Mr 2:10 Maar opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven, - zei Hij tot de verlamde: (TELOS)

De Zoon des mensen. Jezus zelf, die geboren is uit een vrouw en mens is geworden. De uitdrukking 'De Zoon des mensen' komt hier in het Marcusevangelie de eerste keer voor.

Macht heeft. Gemachtigd is door God en daardoor bevoegd is, zowel om zonden te vergeven als om zieken te genezen.

Marc. 2:13

Mr 2:13  En Hij ging opnieuw naar buiten naar de zee; en de hele menigte kwam naar Hem toe en Hij leerde hen. (TELOS)

De zee. Het meer van Galilea.

Hij leerde hen. Vergelijk:

Mr 2:2 En er verzamelden zich velen, zodat er zelfs bij de deur geen plaats meer was; en Hij sprak het woord tot hen.

Marc. 2:22

Mr 2:22 En niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen barsten en de wijn wordt uitgestort en de zakken gaan verloren; maar jonge wijn moet men in nieuwe zakken doen. (TELOS)

Druivensap werd in zakken van geitenhuid of in stenen vaten gedaan, om daarin te gisten. → Wijn.

Het nieuwe leven met de Heer kan men niet met wettische vormen en gewoonten verbinden. Zie Romeinen 7 en 8.