Nahas

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Nahas (= slang) is de naam van meerdere mannen genoemd in de Bijbel. De bekendste is Nahas koning der Ammonieten.

De Hebreeuwse naam is נחשׁ, Nachash. De betekenis is: slang[1], toverij[2], Het Strongnummer is 05176. De eigennaam komt 9x in het Oude Testament voor. In het Engels: Nahash. De naam verwijst naar:

1) de koning der Ammonieten ten tijde van Saul en David (1 Sam. 11); zijn zonen heten Hanun (2 Sam. 10:1) en Sobi (2 Sam. 17 : 27).

Zijn belegering van de stad Jabes in Gilead (1 Sam. 11: 1v.) en het oorlogsgevaar waarmede hij Israel bedreigde, deden dit volk een koning begeren (1 Sam. 12: 12). Door Saul verslagen en binnen zijn grenzen teruggedreven, heeft hij zich later welwillend jegens David betoond en hem weldadigheid bewezen (2 Sam. 10:2). Of hij dit deed gedurende diens vlucht voor Saul of door een gelukwens bij Davids troonsbestijging of op een andere wijze weten wij niet.

Na de dood van Nahas brak zijn zoon en opvolger Hanun de vriendschappelijke betrekkingen met Israël af, tot grote schade voor de Ammonieten (2 Sam. 10: 1 vv; 1 Kron. 19: 1vv.).

Of Nahas, wiens zoon Sobi David op zijn vlucht voor Absalom met zijn vriendschap verkwikte (2 Sam . 17, 27), een ander aanzienlijk man van dezelfden naam te Rabbath, de hoofdstad der Ammonieten, was, dan of hij dezelfde was als genoemde koning Nahas, is niet met zekerheid te bepalen. Het laatste is waarschijnlijker: Sobi was dan een broer van Hanun en door David in plaats van Hanun als vazal aangesteld had.

2) De eerste man van Joabs moeder (2 Sam. 17 : 25, vgl. 1 Kron. 2: 16).

3) vader van Abigáïl, de moeder van Amása, aanvoerder van Absaloms leger.

Boaz
 
Ruth
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Obed
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Isaï
 
?
 
Nahas
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eliab
 
Zeruja
 
 
 
 
Abinadab
 
Abigaïl
 
 
 
 
Simea
 
 
 
 
Nethaneël
 
 
 
 
Raddai
 
 
 
 
Ozem
 
 
 
 
David

2Sa 17:25 En Absalom had Amasa in Joabs plaats gesteld over het heir. Amasa nu was eens mans zoon, wiens naam was Jethra, de Israëliet, die ingegaan was tot Abigail, dochter van Nahas, zuster van Zeruja, Joabs moeder. (SV)

Nahas' dochter Abigaïl was een stiefzuster van David en zuster van Zeruja. Zeruja was de moeder van Joab. Als Nahas de naam van Abigaïl vader is, dan was deze vóór of ná Isaï de man van Davids moeder. Is Nahas de naam van Abigaïls moeder dan was deze een tweede vrouw van Isaï. Een onechte zoon van deze Abigail bij Jethra of Jether, een Ismaëliet, was Amasa (2 Sam . 17, 25).

Bronnen

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Nahas. De tekst van dit lemma is op 3 feb. 2017 verwerkt.

Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, 1885-1886) s.v. Nahas, Abigaïl. De tekst van deze lemma's is op 3 feb. 2016 verwerkt.

Voetnoot

  1. Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, 1885-1886) s.v. Nahas. De tekst van dit lemma is op 3 feb. 2016 verwerkt.
  2. Slang en ook toverij noemt S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Nahas. Van Ronkel was hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.