Naomi

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Náomi was de vrouw van Elimélech van Bethlehem-Juda, de moeder van Machlon en Chiljon, en de schoonmoeder van Ruth en Orpa.

Náomi vertrekt met haar gezin uit Bethlehem-Juda naar de velden van Moab. Illustratie: Alexandre Bida (1813-1895)

Haar naam betekent 'mijn liefelijkheid, mijn schoonheid, mijn bekoorlijkheid'[1], van het werkwoord naom = liefelijk, bekoorlijk zijn[1]. De Hebreeuwse naam is נעמי . Het Strongnummer is 05281. De naam komt 21x voor in de Bijbel, alleen in het boek Ruth.

Naomi woonde met haar man en haar twee zonen in Bethlehem. Een hongersnood dwong hen naar het land van de Moabieten te verhuizen, waar Naomi's zonen met twee Moabietische meisjes Ruth en Orpa in het huwelijk traden.

Elimelech
 
Naomi
 
 
 
 
Machlon
 
Ruth
 
Chiljon
 
Orpa
 

Toen haar echtgenoot en haar zonen, wier huwelijk niet met kinderen gezegend was, gestorven waren, besloot zij naar Bethlehem terug te keren, vergezeld door Ruth, die haar niet wilde verlaten. Tegen de inwoners van Bethlehem zei ze na aankomst: Noem mij Mara (= bitterheid).

Dit alles en ook het verhaal van het huwelijk, tussen Boaz en Ruth gesloten, wordt ons in het boek Ruth medegedeeld.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Naomi' is op 19 aug. 2016 verwerkt.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Elia. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.