Nieuwe Testament

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Nieuwe Testament is het tweede hoofddeel van de Bijbel, dat zevenentwintig geschriften omvat, de boeken Mattheüs tot en met Openbaring (zie verderop). 

Naam

De naam Nieuwe Testament (Lat. Novem Testamentum; Hebr. Beriet Chadasha) verwijst naar het nieuwe verbond met het volk Israël. De grondslag van dit verbond is het bloed dat Jezus Christus heeft vergoten, zoals ook het oude verbond van God met Israël met bloed is ingewijd. 

Mt 26:28 Want dit is mijn bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. (TELOS)

Jezus is de middelaar van het nieuwe verbond. 

Heb 12:24 en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond; en tot het bloed van de besprenkeling, dat beter spreekt dan Abel. (TELOS)

Het volk Israël is door de verwerping van de Middelaar helaas niet ingegaan in het verbond. Eens zal het echter ingaan. Intussen ontvangt iedereen, Jood of niet-Jood, die thans gelooft in Jezus Christus vergeving van zonden en eeuwig leven.

De term 'Nieuwe Testament' is in de derde eeuw van onze jaartelling ingeburgerd. 

Samenstellende geschriften

Het Nieuwe Testament bevat de volgende 27 heilige schriften:

Geschrift Inhoud
Evangelie naar Matteüs De boodschap, het leven, het sterven en de opstanding van Jezus de Christus, de koning der Joden
Evangelie naar Marcus De boodschap, het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus, de dienstknecht van God
Evangelie naar Lucas De boodschap, het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus, de zoon des mensen
Evangelie naar Johannes De boodschap, het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus, de Zoon van God
Handelingen der Apostelen De heer Jezus 'afgewisseld' door de Heilige Geest. De verkondiging van het evangelie, de dood van Stefanus en de arbeid van de apostelen, met name Petrus en Paulus.
de brief van Paulus aan de Romeinen Het probleem van de zonde en de rechtvaardiging door het geloof. Het lot van Israël.
de 1e brief van Paulus aan de Korintiërs Wantoestanden en kwesties in de gemeente te Korinthe.
de 2e brief van Paulus aan de Korintiërs Vergeving van een boetvaardige broeder. De bediening van Paulus. Inzameling voor arme gelovigen.
de brief van Paulus aan de Galaten Leven in de vrijheid onder de genade tegenover leven onder de wet van Mozes.
de brief van Paulus aan de Efeziërs De geestelijke zegen van de gelovigen. Hun eenheid. De nieuwe mens.
de brief van Paulus aan de Filippenzen Dank voor de gave en de gemeenschap. Nederigheid en eenheid.
de brief van Paulus aan de Kolossenzen Tegen de dwalingen van judaisme en gnostiek. De Heer Jezus is voor de gelovige alles.
de 1e brief van Paulus aan de Thessalonicenzen Een God welgevallig leven. De wederkomst van Christus.
de 2e brief van Paulus aan de Thessalonicenzen De komst en de dag van de Heer. Tegen een ongeregelde wandel.
de 1e brief van Paulus aan Timoteüs Instructie en aanmoediging van Timotheüs. Over het gebed, opzieners en dienaars.
de 2e brief van Paulus aan Timoteüs Paulus ziet zijn eigen einde naderen. Hij moedigt Timotheüs aan te volharden. Over de laatste dagen.
de brief van Paulus aan Titus Instructie van Titus met betrekking tot oudsten en anderen. Roeping tot goede werken.
de brief van Paulus aan Filemon Verzoek aan Filemon om zijn weggelopen slaaf Onésimus, die gelovig is geworden, aan te nemen en te vergeven.
de brief aan de Hebreeën Waarschuwing tegen afdrijven naar de oude Joodse godsdienst. Christus is meerder, Hij heeft de offerdienst vervuld.
de brief van Jakobus Verzoekingen. Geloof zonder werken is dood. Het gevaar van de tong. Tegen wereldsgezindheid. Waarschuwing voor de rijken. Volharding. Lijden.
de 1e brief van Petrus Toerusting van de gelovigen met het oog op het lijden dat zij om Christus' wil ondergaan
de 2e brief van Petrus Waarschuwingen tegen zedeloze dwaalleraren. De laatste dagen en de wederkomst van de Heer.
de 1e brief van Johannes Wandelen in het licht en de liefde. De antichrist. Wie de Zoon heeft, heet het leven.
de 2e brief van Johannes Wandelen in waarheid en liefde. Afwijzing van dwaalleraars.
de 3e brief van Johannes Gastvrijheid van Gajus. Het verkeerde optreden van Diotrefes. Demétrius heeft een goed getuigenis.
de brief van Judas Bewaren van en strijden voor het geloof. Waarschuwing voor dwaalleraars.
De Openbaring Verschijning van de Heer Jezus aan Johannes. De zeven gemeenten. Het oordeel van de wereld. Het Duizendjarig rijk. Het laatste oordeel. De nieuwe schepping en het nieuwe Jeruzalem.

De orde, waarin zij gerangschikt zijn, is echter niet bepaald door de tijd van hun vervaardiging. De (of enkele) Evangeliën bijvoorbeeld schijnen van latere datum te zijn dan enkele van de Brieven, en van de Brieven, zijn bijvoorbeeld die aan de Thessalonicenzen ouder dan die aan de Romeinen. De brieven zijn in volgorde van grootte achter elkaar geplaatst. 

Indeling

Een eenvoudige groepering van de Nieuwtestamentische geschriften is: 

  • De vier Evangeliën.
  • De Handelingen der Apostelen.
  • De veertien brieven van Paulus (de brief aan de Hebreeën meegeteld)
  • De zeven Algemene Zendbrieven (een van Jacobus, twee van Petrus, drie van Johannes, een van Judas).
  • De Openbaring van Johannes.

Ze worden ook wel in drie groepen gerangschikt: historische, leerstellige en profetische boeken.  De historische boeken zijn: De Evangeliën, naar de beschrijving van respectievelijk Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, en de Handelingen der Apostelen. Zie hierna. De leerstellige: de brieven van Paulus aan de Romeinen, de Korinthiërs (2), de Galaten, de Efeziërs, de Filippensen, de Kolossensen, de Thessalonicenzen (2), Timotheüs (2), Titus, Filémon; de brief aan de Hebreeën; en de brieven van Jakobus, Petrus (2), Johannes (3), Judas. Zie hierna.

Er is maar één profetisch boek: de Apocalypse, of de Openbaring aan Johannes. Het Nieuwe Testament eindigt met dat boek, om de gemeente van Christus in haar lijden en strijden te troosten met de wederkomst van haar Heer. De uiteindelijke overwinning over al haar vijanden en haar verheerlijking door die wederkomst wordt in dit Boek voorgesteld. 

Deze indeling in historische, leerstellige en profetische boeken moet als een onderscheiding, niet als een strenge scheiding in drie soorten worden opgevat. Zo bevatten de Evangeliën ook leerstellige en profetische gedeelten, terwijl de leerstellige boeken allen een historische aanleiding gehad hebben, waarnaar vaak wordt verwezen of soms gezinspeeld wordt. 

Een andere indeling scheidt de leerstellige boeken in de brieven van Paulus en de algemene zendbrieven en komt tot de volgende vierdeling[1]:

  • 5 geschiedkundige boeken (4 evangeliën en Handelingen)
  • 14 brieven van Paulus
  • 7 algemene zendbrieven (Jacobus, 1 Petrus 2 Petrus, 1 Joh., 2 Joh., 3 Joh., Judas). 
  • 1 profetisch boek (Opb.) 

Het volgende schema van Clarence Larkin deelt de boeken in andere groepen in en vermeldt bij elk boek de vermoedelijke datum van ontstaan. 

Nieuwe Testament-Larkin.gif

Ontstaan en canonvorming

Bij de aanvang van de christelijke kerk werd steeds uit het Oude Testament gelezen. Al spoedig ontstond de behoefte gegevens op schrift te stellen over leven, sterven, opstanding en leer van Jezus Christus. Bij het ontstaan van de evangeliën is de Heilige Geest een grote Hulp geweest: Hij heeft de woorden van de Heer Jezus bij de apostelen in herinnering gebracht.  

Joh 14:26 Maar de Voorspraak, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in mijn naam, Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd. (TELOS)

De arts Lucas beschreef ook de gebeurtenissen na de hemelvaart van de Heiland. Zijn boek Handelingen was in feite het vervolg op zijn biografisch geschrift, het evangelie naar Lukas. De apostolische brieven gingen onder de christenen circuleren. 

Wanneer zijn de Nieuwtestamentische geschriften vervaardigd? Terwijl de boeken van het Oude Testament in een tijdsverloop van meer dan duizend jaar zijn vervaardigd, zijn de boeken van het Nieuwe Testament allemaal geschreven in de eerste eeuw van onze christelijke jaartelling, de meeste zeker in de 2e helft. 

Wanneer is de canon, de lijst van gezaghebbende Nieuwtestamentische geschriften, vastgesteld? Hoewel de boeken van het Nieuwe Testament allen geschreven zijn in de eerste eeuw van onze jaartelling, is pas in de tweede helft van de 4de eeuw vastgesteld, dat als canon van het Nieuwe Testament zou gelden de verzameling van de 27 boeken zoals wij die kennen. Dat dit zo lang duurde, vond zijn oorzaak daarin, dat ten opzichte van sommige geschriften onzekerheid bestond. Onzekerheid bestond aangaande het goddelijk gezag van Hebreeën, Jakobus, Judas, 2 Petrus, 2 en 3 Johannes en de Openbaring van Johannes. 

Aan het eind van de 2e eeuw werden alleen de evangeliën officieel gebruikt. Ireneüs en Tertullianus bevestigen dat in hun geschriften. Maar in diezelfde tijd waren de Handelingen en de 13 brieven van Paulus ook al aanvaard. Het boek Openbaring werd tegen het eind van de 3e eeuw alom aanvaard. De Hebreeënbrief wordt al in 95 na Chr. aangehaald door Clemens van Rome, maar pas tegen het eind van de 4e eeuw werd de brief overal geaccepteerd. Over 2 Petrus, 2 en 3 Johannes, Jakobus en Judas is lang geaarzeld maar ze werden wel overal in de gemeenten gebruikt. De kerkvergadering te Rome, 382, Hippo Regius, 393, en Carthago, 397, zetten een stempel op de in de Gemeente van Christus reeds algemeen geworden overtuiging dat al de 27 Nieuwtestamentische boeken als goddelijke Schriften moesten worden erkend. Op de Concilies van Laodicea (363 na Chr.) en Carthago (397 na Chr.) werd de Canon van het Nieuwe Testament vastgesteld zoals wij die nu kennen. De Canon werd dus niet van bovenaf opgelegd, maar ontstond als gevolg van de erkenning en het gebruik binnen de christelijke gemeente. Vooral aan de kerkvaders Origines (220) en Eusebius (340), is het te danken, dat men tot eenheid van gevoelen gekomen is.

De Griekse tekst werd grotendeels gestandariseerd in de 5e eeuw. Enkele manuscripten geven een oudere tekst weer. 

Het NT is in duizenden manuscripten overgeleverd, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de oude Griekse klassieken waarvan we zeer weinig exemplaren kennen. We hebben NT-ische teksten in het Grieks, Latijn, Syrisch, Egyptisch, Aramees en andere talen. In de geschriften van de kerkvaders vinden we vele citaten uit het NT.

De Evangeliën, naar de beschrijving van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, en de Handelingen der Apostelen worden door geleerden 'de historische boeken' genoemd. Deze geschriften hebben, afgezien van de tijd van hun vervaardiging, de eerste plaats in het Nieuwe Testament gekregen, omdat zij in het licht stellen de vervulling van al de voorzeggingen van het Oude Testament, in de komst van de Heer Jezus Christus, en handelen over Zijn persoon en werk, en over het werk van Zijn apostelen tot grondlegging van Zijn gemeente. Zij omvatten de geschiedenis van de eerste 60 jaar na Christus’ geboorte.

Johannes beschrijft een aantal tekenen door de Heiland der wereld verricht en deelt dan mee:

Joh 20:31 maar deze zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat u gelovend het leven hebt in zijn naam. (TELOS)

Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere,
Dien grooten God, die wondren deed;
Zijn rechterhand, vol sterkte en eere.
Zijn heilige arm wrocht heil na leed.
Dat heil heeft God nu doen verkonden.
Nu heeft Hij zijn gerechtigheid.
Zoo vlekkeloos en ongeschonden.
Voor 't heidendom ten toon gespreid.

(naar Psalm 98)

De leerstellige boeken

Op de historische boeken volgen de zogenaamde 'leerstellige boeken': de brieven van Paulus aan de Romeinen, de Korinthiërs (2), de Galaten, de Efeziërs, de Filippensen, de Kolossensen, de Thessalonicenzen (2), Timotheüs (2), Titus, Filémon; de brief aan de Hebreeën; en de brieven van Jakobus, Petrus (2), Johannes (3), Judas. Nicolaas Beets noemt ze 'leerboeken'[2].        

Uit het boek Handelingen is ons gebleken, dat de apostelen uitgingen om onder joden en heidenen het Evangelie te verkondigen. Met de gemeenten, die door hun zendingswerk gesticht waren of waarmee ze in nauwere betrekking gekomen waren, bleven ze voortdurend gemeenschap onderhouden. Geregeld werden zij op de hoogte gesteld van de geestelijke toestand van de gemeenten, en omdat zij de zorg van alle gemeenten op hun apostolische hart droegen (2 Kor. 11 :28), leefden de apostelen met ze mee, zowel in hun strijd als in hun bloei. Wanneer persoonlijk bezoek onmogelijk was, dan vermaanden of vertroosten zij de gemeenten door Zendbrieven, waarvan zij bij het schrijven daarvan onfeilbaar door de Heilige Geest werden geleid.

Van deze brieven zijn er ons in het Nieuwe Testament 21 bewaard:

  • 13 Brieven van Paulus, aan bijzondere gemeenten of personen gericht;
  • de brief aan de Hebreeën;
  • 7 algemene Zendbrieven, van Jakobus, Petrus (2), Johannes (3) en Judas. 

Evenals de Evangeliën, hadden ook de Brieven een historische aanleiding. Zij hebben allereerst betekenis voor de gemeenten of personen aan wie de apostelen deze brieven hebben geschreven. Maar zij zijn ook bestemd voor de Gemeente van alle eeuwen, en daarom blijven ze bij de tijdelijke en plaatselijke belangen van de toenmalige gemeenten niet staan, maar stellen de zaligmakende genade van God, welke in Christus Jezus verscheen, in het helderste licht, en ontplooien de waarheid, die naar de godsvrucht is in haar rijkdom en schoonheid. Hierom vooral worden deze brieven leerstellige geschriften genoemd.  

Brieven

Vermelding van de afzender(s).

1Th 1:1 Paulus, Silvanus en Timotheus aan de gemeente van de Thessalonikers in God de Vader en de Heer Jezus Christus: genade zij u en vrede! (TELOS)

Deze en andere brieven beginnen met vermelding van de afzenders. Wij noemen de afzender meestal aan het eind van een brief, bijvoorbeeld "met vriendelijke groet, naam afzender". Maar als wij telefoneren, noemen ook wij in het begin onze naam. Zegenwens. De brieven beginnen meestal met een zegenwens, die de ontvanger genade, vrede, barmhartigheid en/of liefde toewenst.

2Co 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Timotheus, de broeder, aan de gemeente van God die in Korinthe is, met alle heiligen die in heel Achaje zijn; 2Co 1:2 genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (TELOS)

"Barmhartigheid zij u". De wens "barmhartigheid van God [zij u]" in het begin van een brief vinden wij meestal in brieven aan een enkeling.

1Ti 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus naar het bevel van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop, 1Ti 1:2 aan Timotheus, mijn echt kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heer. (TELOS)

2Ti 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, naar de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, 2Ti 1:2 aan Timotheus, mijn geliefd kind: genade, barmhartigheid, vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heer. (TELOS)

2Jo 1:1 De oudste aan de uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen, 2Jo 1:2 ter wille van de waarheid die in ons blijft en met ons zal zijn tot in eeuwigheid: 2Jo 1:3 genade, barmhartigheid, vrede zal met ons zijn van God de Vader en van de Heer Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde. (TELOS)

Judas wenst in zijn brief "de geroepenen" barmhartigheid toe, maar dan zal hij bedoelen: ieder van hen.

Jds 1:1 Judas, slaaf van Jezus Christus en broer van Jakobus, aan de geroepenen die in God de Vader geliefd en in Jezus Christus bewaard zijn: Jds 1:2 barmhartigheid, vrede en liefde zij u vermenigvuldigd. (TELOS)

Danken. Paulus spreekt in het begin van brieven vaak zijn dank jegens God uit en wel om iets dat de gelovigen hebben.

Ro 1:8 Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, omdat uw geloof wordt rond verteld in de hele wereld. (TELOS)

1Co 1:4 Ik dank mijn God altijd over u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus, (TELOS)

Flp 1:3 Ik dank mijn God, telkens als ik u gedenk, (TELOS)

Col 1:3 Wij danken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus altijd, als wij voor u bidden, (TELOS)

1Th 1:2 Wij danken God altijd voor u allen, terwijl wij u gedenken in onze gebeden, (TELOS)

2Th 1:3 Wij behoren God altijd te danken voor u, broeders, zoals het betaamt, omdat uw geloof zich zeer vermeerdert en de liefde van ieder van u allen tot elkaar toeneemt, (TELOS)

Flm 1:4 Ik dank mijn God, terwijl ik u altijd gedenk in mijn gebeden, (TELOS)

Meer informatie

Brian H. Edwards, Why Twenty Seven?: How Can We Be Sure That We Have the Right Books in the New Testament? Pagina's: 253. EP Books, 2007. ISBN-10: 0852346506. ISBN-13: 978-0852346501

Bron

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 10, 63, 71-72, 88. Hieruit is onder toestemming in 2012 tekst gebruikt.

Voetnoten

  1. Zo Het Guldenboekje; Eenige bijzonderheden uit den Bijbel en uit de Leer en de Gebruiken der Kerk, voor Catechesatiën, Scholen met den Bijbel en Huisgezinnen. Door een Predikant. Gorinchem: J.H. Knierum, 1938. Blz. 6.
  2. Nicolaas Beets, Christelijke lesjes: eerste aanleiding tot godsdienst-onderwijs (Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.), blz. 7.