Ofel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ofel (= 'hoogte’) heet het zuidoostelijk gedeelte van den tempelberg. Deze hoogte wordt genoemd in Neh. 3:26; 11: 21; 2 Kron. 27: 3; 33: 14; Micha 4: 8.

Het Hebreeuwse woord is Ophel. Het komt 5x in de Bijbel voor. Het Strongnummer is 06077. In Het Engels, Frans en Duits is de naam Ophel.

De Ofel was het gedeelte van de oostelijke heuvel dat in het noorden grensde aan het tempelplateau en in het zuiden aan de Stad Davids.

Ligging van de Ofel tussen tempelgebied en de stad van David.
Map of jerusalem 1903.jpg

Op de Ofel woonden ten tijde van Nehemia de Nethinim (tempelhorigen).

Ne 3:26 De tempeldienaren [die] op de Ofel woonden, [verrichtten herstelwerk] tot tegenover de Waterpoort aan de oost[kant] en de [hoog] uitstekende toren. (HSV)

Ne 11:21 De tempeldienaren woonden op de Ofel; Ziha en Gispa waren aangesteld over de tempeldienaren. (HSV)

Ook andere steden hadden hun Ofel: Samarië, 2 Kon. 5: 24, waar 'hoogte' vertaling van Ofel is, en Dibon, volgens het opschrift op de steen van Meesja.

Bronnen

Aantekeningen bij de Leidse vertaling van Neh. 3:26.

Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), toelichting bij Neh. 3:26