Offer

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Een offer is een gift of geschenk dat aangeboden wordt. Offer heeft in het algemeen de betekenis van gewijde gave, zoals in "een offer op het altaar van het vaderland". In dichterlijke taal kan elk huldeblijk een offer worden genoemd[1]. In de Bijbel vinden wij meerdere soorten offers die aan God gebracht worden. De offers worden beschreven in Leviticus 1 - 7. Ze wijzen heen naar het offer dat Christus aan het kruis bracht. Hij heeft zich "voor ons overgegeven als een offerande en een slachtoffer voor God" (Ef. 5:2). 

Offerande betekent zowel de daad van het offeren, als de gave, die geofferd wordt, bijvoorbeeld in "Abrahams offerande". "Offerande" kan verder betekenen: bewijs van hulde, liefde of dankbaarheid. "Offerande" is meer in deftige stijl in gebruik, terwijl "offer" het gewone woord is[1].

Hebreeuwse woorden. Hebreeuwse woorden zijn korban, zebach, mincha, olah, chatah, asham. De algemene Hebreeuwse naam korban (meervoud korbanot) betekent hetzelfde als gave en omsluit alles wat aan de dienst van God gegeven wordt, b.v. eerstelingen van de vruchten, tienden, bijdragen tot de instandhouding van het heiligdom, van de eredienst, tot onderhoud van de priesters, en van alle soorten van offers. Korban is dus offer in het algemeen. Een zebach is een slachtoffer, dus een bloedig offer: een dier uit de veestapel of een tamme vogel, waarvan het bloed wordt vergoten. Een zebach sjelamiem is een vredeoffer. Een mincha is een offer van de vrucht van het land (graan, olie, wijn) door menselijke arbeid verkregen: een spijsoffer. Een olah is een brandoffer. Een chatah is een zondoffer. Een asham is een schuldoffer.

Griekse woorden. Dooron (δωρον) is het Griekse woord voor gift, geschenk, gave. Het is de letterlijke vertaling van het Hebreeuwse mincha. Thusia (θυσια) is het Griekse woord voor offer en komt overeen met het Hebreeuwse zebach (= "slachtoffer"). Beide Griekse woorden komen voor in:

Heb 8:3 Want iedere hogepriester wordt aangesteld om zowel gaven als slachtoffers te offeren; daarom was het nodig dat ook Deze iets had om te offeren. (TELOS)

Slachtoffer. Een slachtoffer is een bloedig offer. Het Hebreeuwse woord is zebach, meervoud zebachiem.

1Kr 29:21 De volgende dag slachtten zij voor de HERE slachtoffers en brachten zij de HERE brandoffers: duizend stieren, duizend rammen, duizend schapen met de daarbij behorende plengoffers, en slachtoffers in menigte voor geheel Israel. (NBG51)

Efe 5:1 Weest dan navolgers van God, als geliefde kinderen, Efe 5:2 en wandelt in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offerande en een slachtoffer voor God tot een welriekende reuk. (TELOS)

Zie Slachtoffer voor het hoofdartikel

Geschiedenis. Het offer is even oud als de geschiedenis van de gevallen mens: de zonen van Adam brachten offers aan God. Bij alle volken die van Adam afstammen en in al hun godsdiensten komen offers voor.

Offerdieren. De landdieren die God als geschikt voor het offer aanwees, waren reine diersoorten en zij behoorden tot het tamme vee. Nergens en nimmer spreekt de bijbel over het offeren van wilde roofdieren. Dergelijke dieren zouden in strijd zijn met het karakter van het ware Offer, onze Heiland, die leefde en stierf in gehoorzaamheid en overgave.

Israëls offers. Het geslachte paaslam, waarvan het bloed aan de deurposten de Israëlieten vrijwaarde van het oordeel, staat aan het begin van de verlossing van Israel uit Egypte. De oudtestamentische offerdienst is door God ingesteld toen Israel in de woestijn was, op weg naar het beloofde land. Centraal in de Israelietische offerdienst stonden de dagelijkse brandoffers en het jaarlijkse zondoffer. Daarnaast waren er vijf soorten offers die de individuele Israëliet mocht of moest brengen:

  1. het brandoffer

    Dit staat in de offerdienst van Israël op de voorgrond. In Leviticus wordt het als eerste genoemd. Het is een vrijwillig en bloedig offer. Het moest bestaan uit een dier van vee (rund, geit of schaap) of gevogelte (duif). Het brandoffer verwijst naar het offer van Jezus Christus, die zich offerde aan God om Hem te verheerlijken.
    Voor het hoofdartikel over het brandoffer, zie Brandoffer.
     
  2. het spijsoffer

    Dit is een vrijwillig offer, bestaande uit koren in verschillende vorm: brood, koeken, meel enz. Een deel van dit offer kwam op het vuur van het altaar, het andere deel was tot voedsel voor de priesters. Het spreekt van het reine mens-zijn en zuivere leven van Jezus Christus.
    Voor het hoofdartikel over het brandoffer, zie Spijsoffer.
     
  3. het vredeoffer (of dankoffer)

    Het vredeoffer, ook dankoffer genoemd, is een offer waarvan God en offeraar elk een deel kregen. Het is enige offer waarvan naast de priesters ook het volk mocht eten. Het spreekt ervan dat Christus de gemeenschap tussen God en mens hersteld heeft.
    Zie Vredeoffer voor het hoofdartikel over dit onderwerp. 
     
  4. het zondoffer

    Het zondoffer of reinigingsoffer is een verplicht offer en spreekt zinnebeeldig van Christus, die voor ons tot zonde is gemaakt, om ons vrij te maken van de macht der zonde die ons van nature in zijn greep houdt en in ons vlees woont.
    Zie Zondoffer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
     
  5. het schuldoffer

    Het schuldoffer of hersteloffer is een verplicht offer dat gebracht werd ter genoegdoening voor de schuld door de die de zonde veroorzaakt. Het symboliseert het offer van de Heer Jezus voor onze schuld bij God. 
    Zie verder het artikel Schuldoffer

De eerste drie soorten offers waren onverplicht, vrijwillig te brengen. De Israëliet bracht een vrijwillig offer om God te danken of te eren. De beide laatste offers (zond- en schuldoffer) waren nodig om de door de zonde verstoorde betrekking tussen God en de Israeliet te herstellen; ze waren verplicht.

Brandoffer, zondoffer en schuldoffer zijn bloedige offers, slachtoffers; dankoffer en spijsoffer zijn onbloedige offers.

De offers aan God in het Oude Testament zijn voorafbeeldingen van het Grote Offer dat de Heer Jezus in zijn Zelfovergave zou brengen. Zie Offer van Christus. God wenste van zijn verloste volk niet één soort offer, maar meerdere soorten. Elk soort offer beeldt iets van het offer van de Heer Jezus af[2].

Gedurig offer

Het gedurig offer, ook genoemd voortdurend offer of dagelijks offer, is het brandoffer van twee lammeren dat dagelijks door de priester op het brandofferaltaar, bij de ingang van de tent der samenkomst, aan God gebracht werd. Zie art. Gedurig offer.

Aanbidding en offerrande

Het brengen van een offer ging soms samen met aanbidding.

1Sa 1:3 Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.

Afgodische offers

Niet alleen aan God worden offers gebracht, ook aan de afgoden, zelfs door het volk van God. Een afschrikwekkend voorbeeld is de afgoderij van Israël in de woestijn:

Ex 32:4 En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben. Ex 32:5 Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn! Ex 32:6 En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen. Ex 32:7 Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven. Ex 32:8 En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.

Wat meer is

Het brengen van offers is een uitwendige dienst aan God. Hij heeft echter vooral welgevallen aan gerechtigheid, goedertierenheid en ootmoed bij de mens, dus deugdzaamheid. Dat blijkt onder meer uit Micha 6:6v.  

Micha 6:6-8Mic 6:6  Waarmee zal ik de HEERE tegemoetgaan [en] mij buigen voor de hoge God? Zal ik Hem tegemoetgaan met brandoffers, met eenjarige kalveren?

Duits: Womit soll ich vor den HERRN treten, mich beugen vor dem hohen Gott? Soll ich mit Brandopfern, mit einjährigen Kälbern vor ihn treten?

Mic 6:7 Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden rammen, in tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven [voor] mijn overtreding, de vrucht van mijn [moeder]schoot [voor] de zonde van mijn ziel

Duits: Hat der HERR Wohlgefallen an Tausenden von Widdern oder anunzähligen Strömen Öl? Soll ich meinen Erstgeborenen geben für meine Übertretung, die Frucht meines Leibes für die Sünde meiner Seele?

Mic 6:8 Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is en wat de HEERE van u vraagt: niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.

Duits: Es ist dir gesagt, Mensch, was gut ist und was der HERR von dir fordert: was anders als Recht tun, Liebe üben und demütig wandeln mit deinem Gott?

Onze offerdienst

Welke offers brengen wij aan God? Wat houdt onze tegenwoordige (Nieuwtestamentische) offerdienst in? Wat is de christelijke offerdienst?

Begrip en besef van Christus’ offer

Voordat we offers kunnen brengen, is het belangrijk dat wij iets van het offer van Christus hebben begrepen. Het gaat er daarbij ook om wat we met God daarin ‘delen’, met Hem gemeenschappelijk hebben.

Wat ons begrip van ’s Heilands offer betreft, begrijpen we en beseffen we 

  • Welke waarde en betekenis het offer van de Heer Jezus voor God, Zijn Vader, heeft?
  • Welke waarde en betekenis Zijn offer voor ons heeft?

Als we dat begrijpen en beseffen, maken we dan God en onze Heiland daarvoor groot?!

Welke offers wij mogen brengen

Een kort overzicht van de offers die wij mogen brengen:

  • lofoffers, die we als ‘vrucht der lippen’ God mogen aanbieden. Petrus spreekt met het oog op deze offers van ‘geestelijke offeranden’ (Hebr 13:15; 1 Petr 2:4,5);
  • de geldelijke of anderszins stoffelijke (materiële) offers van weldadigheid en  mededeelzaamheid (Hebr. 13:16)

    Heb 13:16 En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.

  • het levende offer van ons lichaam, d.w.z. dat ons doen en laten, wat wij in het lichaam verrichten, toegewijd is aan God, ten dienste van de gerechtigheid in plaats van de zonde. Opdat in ons lichaam, hetzij door het leven, hetzij door de dood, Christus mag worden grootgemaakt (Rom. 12:1; Filip. 1:20).

Meer informatie

Zie ook: Altaar | Brandoffer | Offer van Christus | Priester | Schuldoffer | Spijsoffer | Vredeoffer | Vuuroffer | Zondoffer 

Hugo Bouter, Aspecten van het werk van Christus. Gouda: Stichting Boeken om de Bijbel, 2006. Pagina's: 64. Download (pdf-document) van OudeSporen.nl. Dit boekje behandelt de vier hoofdtypen van de oudtestamentische offeranden: De eerste drie zijn vrijwillige offeranden (het brandoffer, het spijsoffer en het vredeoffer), het vierde hoofdtype is het verplichte offer: het zond- en schuldoffer. De verschillende offers illustreren verschillende aspecten van het werk van Christus. De beschouwing geldt vooral de geestelijke betekenis van de offers. 

H.L. Heijkoop, Het offer; de geestelijke betekenis van de offers in het Oude Testament. Winschoten: Uit het Woord der Waarheid, 1977. Pagina's: 454. Uitvoerige en diepgaande behandeling van de offers en hun geestelijke betekenis. 

Bronnen

  • In de eerste versie van dit artikel is tekst overgenomen uit Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) betreffende de betekenis van offer, offerande enslachtoffer.
  • Kris Tavernier, Een blik op de offers (2007). Artikel op OudeSporen.nl.
  • Jaap Fijnvandraat, Op stap door het eerste boek van Samuel, aflevering 2. In: Bode van het Heil in Christus, jrg. 143, aug. 2000.
  • Bijbelsch Handboek en Concordantie (Rotterdam: J.M. Bredée, ca. 1892), blz. 11. Hieruit is op 23 mei 2013 tekst verwerkt. 

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. offer-offerande-slachtoffer
  2. Evenzo zijn er vier evangeliën (in plaats van één) om de persoon en het leven van de Christus te beschrijven.