Ofir

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ofir of Ophir is in de Bijbel een kleinzoon van Heber en een land dat door zijn fijn goud bekend was.

Zoon van Joktan

In Genesis 10:29 en 1 Kronieken 1:23 wordt Ofir samen met Havila en Jobab zonen van Joktan genoemd. Ofir is daarmee een kleinzoon van Heber.

Land

In de Bijbel wordt Ofir het land genoemd waar Salomo zijn goud en andere kostbaarheden vandaan haalde (1 Kon. 9:28; 10:11). Ook in Job wordt het land geprezen om zijn goud (Job 22:24; 28:16), hetzelfde in de Psalmen en Jesaja (Ps. 45:10; Jes. 13:12).

David bereidde goud van Ofir voor de bouw van Gods huis te Jeruzalem.

1Kr 29:4 Drie duizend talenten gouds, van het goud van Ofir, en zeven duizend talenten gelouterd zilver, om de wanden der huizen te overtrekken; (SV)

De Israëlieten zonden schepen daarheen, welke met apen, pauwen, elpenbeen, almuggimhout, vooral met goud terugkwamen.

Ligging. De plaats van Ofir is onzeker. Sommigen menen dat Ofir in het zuiden of zuidwesten van Arabië ligt, anderen wijzen het land Poent op de oostkust van Afrika aan, weer anderen denken aan India. Uit het land Poent plachten de oude Egyptenaren goud en wierook te halen. Poent is hoogstwaarschijnlijk wat het Eritrea, Djibouti en Noord-Somalië van nu is.[1] 

Mogelijke ligging van Ofir: op de oostkust van Afrika. De kaart geeft Salomo's handelsondernemingen weer.

Bronnen

Ofir, Bijbelaantekeningen.nl. Enige tekst hiervan is, onder toestemming, verwerkt op 10 mei 2018.

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Ophir' is op 10 mei 2018 verwerkt.

Voetnoot

  1. Voor nadere informatie over de verschillende hypothesen omtrent de locatie van Ofir, zie Ofir, Bijbelaantekeningen.nl.