Oordelen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oordelen is een woord met verschillende betekenissen[1]:

1. Een oordeel, een vonnis wijzen. "Een burgerlijke rechter alleen moet hier oordelen".

2. vonnissen, veroordelen

3. uitspraak doen tussen. Synoniem: beslissen.

Jes 5:1 Ik wil graag voor mijn Beminde zingen, een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard. Mijn Beminde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel. Jes 5:2 Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen, Hij beplantte hem met edele wijnstokken. (...) Hij verwachtte dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht stinkende druiven voort. Jes 5:3 Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, oordeel toch tussen Mij en Mijn wijngaard. Jes 5:4 Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard, dan wat Ik eraan gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht dat hij goede druiven zou voortbrengen, terwijl hij slechts stinkende druiven voortbracht? (HSV)

4. door redeneren tot een gevolgtrekking komen. "Oordeel niet zo lichtzinnig over zaken die je niet goed kent", "oordeel (nu) zelf" (= trek zelf de conclusie, zeg je mening), "over iets oordelen als een blinde over de kleuren" (= als onbevoegde een ongegrond of verkeerd oordeel over iets vellen), "te oordelen naar" (= afgaande op)

5. keuren, achten. "Iets niet raadzaam oordelen".

6. een gevoelen, een mening over iets of iem. hebben. "Ik oordeel dat wij dadelijk openheid van zaken moeten geven".

Griekse woorden

In de Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament worden verschillende werkwoorden gebruikt die in Nederlandse vertalingen overgezet zijn met 'beoordelen', 'oordelen', 'veroordelen' en dergelijke. Een voorbeeld is 1 Cor. 11:31; hieronder de tekst met tussen haakjes het vertaalde Griekse werkwoord.

1Co 11:31 Als wij echter onszelf beoordeelden (diakrino), zouden wij niet geoordeeld worden (krino); 1Co 11:32 maar als wij geoordeeld worden (krino), dan worden wij door de Heer getuchtigd, opdat wij niet met de wereld veroordeeld (katakrino) worden. (TELOS)

Van deze drie woorden wordt het werkwoord Krino het meest gebruikt. De woorden worden hieronder behandeld.

Krino

Het Griekse woord dat dikwijls door oordelen, veroordelen e.d. vertaald wordt, is κρινω, krino (klemtoon op eerste lettergreeo kri-). Het Strongnummer is 2919. Het werkwoord komt 114x voor in het Nieuwe Testament. Het heeft deze betekenissen[2]: 1) scheiden, schiften, onderscheiden, kiezen, 2) goedkeuren, achten, de voorkeur geven, 3) van mening zijn, denken, 4) beslissen, besluiten, 5) richten, oordelen, 6) heersen, regeren, 7) elkaar bestrijden.

De ene mens kan een ander mens (be)oordelen. Hij gebruikt daarvoor een maatstaf, bijvoorbeeld de wet van Mozes. Paulus, voor de Joodse Raad gesteld, zei tot de man die beval hem te slaan.

Hnd 23:3 Toen zei Paulus tot hem: ... u zit mij te oordelen (krino) naar de wet en beveelt tegen de wet mij te slaan? (TELOS)

De man bleek de hogepriester te zijn. Hij zat de vergadering voor met de bevoegdheid een gerechtelijke uitspraak te doen.

Diakrino

Een ander Grieks werkwoord is διακρινω, dia’krino (klemtoon op de lettergreeo -kri-). Het woord komt 19x voor in het Nieuwe Testament. Het Strongnummer is 1252. Betekenissen zijn[2]: 1) schiften, onderscheid maken, voorkeur geven; 2) leren door onderscheid te maken, proberen, beslissen; 3) van iemand scheiden, in de steek laten; 4) zich in een vijandelijke geest afscheiden, tegenstaan, bestrijden in redetwist, betwisten; 5) met zichzelf oneens zijn, aarzelen, twijfelen.

Katakrino

Weer een ander Grieks werkwoord is κατακρινω, katakrino (klemtoon op de lettergreep -kri-), en betekent "veroordelen" in de zin van "een vonnis tegen iemand vellen, schuldig achten"[2]. Dit werkwoord komt 19x voor in het Nieuwe Testament. Het Strongnummer is 2632.

De oudsten noch Jezus veroordeelden de overspelige vrouw.

Joh 8:10 En Jezus richtte Zich op en zei tot haar: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld? Joh 8:11 En zij zei: Niemand, Heer. En Jezus zei tot haar: Ik veroordeel u ook niet; ga heen, zondig voortaan niet meer. (TELOS)

Judas zag dat Jezus was veroordeeld:

Mt 27:3 Toen kreeg Judas, die Hem had overgeleverd, berouw, toen hij zag dat Hij was veroordeeld, en bracht de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug (TELOS)

De rechterlijke macht tot veroordeling of vrijspraak berust bij Jezus

Ro 8:34 wie is het die veroordeelt? Christus Jezus is het die gestorven is, ja nog meer, die opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt. (TELOS)

Maatstaf

De ene mens kan een ander mens beoordelen. Hij gebruikt daarvoor een maatstaf, bijvoorbeeld de wet van Mozes. Paulus, voor de Joodse Raad gesteld, zei tot de man die beval hem te slaan.

Hnd 23:3 Toen zei Paulus tot hem: ... u zit mij te oordelen naar de wet en beveelt tegen de wet mij te slaan? (TELOS)

De man bleek de hogepriester te zijn. Hij zat de vergadering voor met de bevoegdheid een gerechtelijke uitspraak te doen.

Oordelen door Jezus

God zal oordelen door Jezus.

Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Vergelijk:

Ro 2:16 op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus, naar mijn evangelie. (TELOS)

Jezus komt ten oordeel.

Opb 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. (TELOS)

Oordelen door de gelovigen

De Heer Jezus heeft ons gezegd niet te oordelen.

Mt 7:1 Oordeelt niet, opdat u niet wordt geoordeeld; Mt 7:2 want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u worden geoordeeld, en met de maat waarmee u meet, zal u worden gemeten. Mt 7:3 En wat ziet u de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog merkt u niet? Mt 7:4 Of hoe zult u tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, en zie, de balk is in uw oog? Mt 7:5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, en dan zult u helder zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. (TELOS)

Vergelijk:

Jak 4:11 Spreekt geen kwaad van elkaar, broeders. Wie van een broeder kwaad spreekt of zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet. Als u echter de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet maar een rechter. Jak 4:12 Een is de Wetgever en Rechter, Hij die kan behouden en verderven. Maar wie bent u dat u uw naaste oordeelt? (TELOS)

Zijn broeder oordelen in Jak. 4 is hem als rechter vonnissen, met de bijgedachte van liefdeloos en onrechtvaardig. Oordelen kan ook gebruikt worden in de zin van 'beoordelen'.

1Co 4:3 Doch mij is voor het minste, dat ik van ulieden geoordeeld worde, of van een menselijk oordeel; ja, ik oordeel ook mijzelven niet. 1Co 4:4 Want ik ben mijzelven van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar Die mij oordeelt, is de Heere. 1Co 4:5 Zo dan oordeelt niets vóór den tijd, totdat de Heere zal gekomen zijn, Welke ook in het licht zal brengen, hetgeen in de duisternis verborgen is, en openbaren de raadslagen der harten; en als dan zal een iegelijk lof hebben van God. SV)

Deze passage in de Herziene Statenvertaling:

1Co 4:3 Maar het betekent zeer weinig voor mij dat ik door u beoordeeld word of door enig menselijk oordeel. Ja, ik beoordeel ook mijzelf niet. 1Co 4:4 Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet gerechtvaardigd. Wie mij echter beoordeelt, is de Heere. 1Co 4:5 Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. (HSV)

Anderzijds mogen wij de zonde in een broeder niet verdragen en moeten wij, als hij niet willen horen naar de gemeente, de omgang met hem mijden. De Heer Jezus heeft gezegd:

Mt 18:15 Als nu uw broeder tegen u zondigt, ga heen, overtuig hem tussen u en hem alleen; Mt 18:16 als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Als hij echter niet luistert, neem nog een of twee met u mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Mt 18:17 Als hij echter hun geen gehoor geeft, zeg het aan de gemeente; als hij echter ook de gemeente geen gehoor geeft, laat hij voor u zijn als de heiden en de tollenaar. (TELOS)

Binnen de gemeente hebben de gelovigen te oordelen over ernstig kwaad dat zich voordoet; ze mogen het kwaad niet laten voortbestaan, maar moeten de boze, degene die het kwaad of het slechte doet, uit hun midden wegdoen. In de gemeente te Korinthe bijvoorbeeld liet men een 'broeder' begaan die overspel pleegde met de vrouw van zijn vader. Dat is ontoelaatbaar.

1Co 5:3 Want ik, naar het lichaam afwezig maar naar de geest aanwezig, heb reeds, alsof ik aanwezig was, hem geoordeeld die dit zo bedreven heeft, in de naam van onze Heer Jezus Christus 1Co 5:4 (als u en mijn geest vergaderd zijn met de kracht van onze Heer Jezus) 1Co 5:5 zo iemand aan de satan over te geven tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden wordt in de dag van de Heer Jezus. (...) 1Co 5:9 Ik heb u in de brief geschreven, dat u geen omgang moet hebben met hoereerders; 1Co 5:10 niet in het algemeen met de hoereerders van deze wereld, of de hebzuchtigen en rovers, of afgodendienaars, want dan zou u wel de wereld moeten uitgaan. 1Co 5:11 Maar nu heb ik u geschreven, dat als iemand die broeder genoemd wordt, een hoereerder is, of een hebzuchtige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of rover, u met hem geen omgang moet hebben, dat u met zo iemand zelfs niet moet eten. 1Co 5:12 Want wat heb ik hen die buiten zijn te oordelen? Oordeelt u niet hen die binnen zijn? 1Co 5:13 Maar hen die buiten zijn, zal God oordelen. Doet de boze uit uw midden weg. 1Co 6:1 Durft iemand van u, als hij een zaak heeft tegen de ander, recht te zoeken bij de onrechtvaardigen en niet bij de heiligen? 1Co 6:2 Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor de geringste rechtszaken? 1Co 6:3 Weet u niet, dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer de dingen van dit leven? 1Co 6:4 Als u dan rechtszaken hebt over de dingen van dit leven, stelt dan daarover hen die in de gemeente niet geacht zijn! 1Co 6:5 Ik zeg het tot uw beschaming. Is er dan onder u niet een wijze, ook niet een, die uitspraak zal kunnen doen tussen zijn broeders? 1Co 6:6 Maar een broeder voert met een broeder een rechtsgeding, en dat bij ongelovigen! 1Co 6:7 Reeds in het algemeen nu is het een gebrek bij u, dat u rechtszaken met elkaar hebt. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever te kort doen? 1Co 6:8 Maar u doet onrecht en doet te kort en dat aan broeders! (TELOS)

Het oordelen aangaande de overspeler is geen oordeel ter verdoemenis, want ondanks het oordeel wordt de geest van de geoordeelde behouden (vers 5) als hij een echte gelovige is. Ik hoef mijn geweten niet door dat van een ander te laten oordelen en beperken.

1Co 10:27 Als iemand van de ongelovigen u uitnodigt en u wilt er heengaan, eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder te onderzoeken om het geweten. 1Co 10:28 Maar als iemand tot u zegt: Dit is godenoffer, eet het dan niet ter wille van hem die u dat te kennen geeft en van het geweten. 1Co 10:29 Ik bedoel echter niet uw eigen geweten, maar dat van de ander; want waarom wordt mijn vrijheid door het geweten van een ander geoordeeld? 1Co 10:30 Als ik met dankzegging deelneem, waarom word ik gelasterd om datgene waarvoor ik dankzeg? (TELOS)

"Zijn vrijheid laten oordelen" is hier haar aan het oordeel van het geweten van een ander onderwerpen.

Zie ook

Artikel Oordeel.

Bron

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. 2,0 2,1 2,2 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.