Oostpoort

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Oostpoort of Gouden poort is een bekende poort in de stadsmuur van Jeruzalem.

Hij wordt in het Bijbel het eerst genoemd in Neh. 3:29. De Oostpoort was de oostelijke toegang tot het tempelplein. Volgens sommigen staat hier thans de zogeheten ‘Gouden Poort’. Anderen daarentegen vereenzelvigen haar met de Waterpoort[1]. Oostpoort en Waterpoort worden echter onderscheiden genoemd in Neh. 3:26 en 29.

Gouden Poort in 1865.
De Gouden Poort, gezien vanaf de voet van de Olijfberg (2009).

Ten tijde van Nehemia was Semaja de bewaker van de Oostpoort.

Ne 3:29 Daarachter verrichtte Zadok, de zoon van Immer, herstelwerk, tegenover zijn huis, en daarachter verrichtte Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaker van de Oostpoort, herstelwerk. (HSV)

Ezechiël ziet in zijn visioenen ook de Oostpoort (Ez. 10:19; 11:1).

In 1530 heeft het toenmalige islamitisch bestuur van de stad de Gouden Poort dichtgemetseld om zo te voorkomen dat de Messias door deze poort terug zou kunnen keren in de stad.

De ringmuur van de toekomstige tempel in het messiaanse vrederijk zal ook een oostpoort hebben.

Eze 40:44 Aan de buitenzijde van de binnenpoort waren de kamers van de zangers, in de binnenste voorhof, dat aan de kant van de noorderpoort was. De voorkant ervan was in de richting van het zuiden. Eén was er aan de kant van de oostpoort, die naar het noorden gericht was. (HSV)

Bron

Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht. Boekencentrum, 1987. Toelichting bij Neh. 3:29

Voetnoot

  1. Zo de aantekening bij de Leidse vertaling van Neh. 3:29.