Ootmoed, ootmoedig

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Ootmoed is het gevoel van onderdanigheid, onderworpen nederigheid, met name tegenover God. Ootmoedig is degene die dat gevoel heeft en het betoont, zich met ootmoed gedraagt. "Hij boog ootmoedig".

Afbakening van verwante begrippen. Verwant aan ootmoedig zijn deemoedig (vroeger gespeld demoedig) en nederig. Gemeenschappelijk is de eigenschap dat men zichzelf en zijn verdiensten niet hoog waardeert. Het is de eigenschap van hem, die geen hoog denkbeeld van zich zelf heeft en zulks in zijn daden toont. Anders gezegd, deze woorden duiden aan dat iemand blijkens zijn daden geen hogen dunk van zichzelf heeft.

Nederig drukt dit uit zonder bijgedachte. Het zegt omtrent de beweegreden niets; het drukt evenwel zeer sterk uit, dat de bescheidenheid uit uiterlijke blijken spreekt, zodat alle pracht en trotsheid verre blijft. “Een nederig man”. “Hij is nederig gekleed”. “In een nederige woning vindt men soms meer geluk dan in een trots paleis”.

Deemoedig heeft de bijgedachte van schuld, het onderstelt schuldgevoel. “Heel deemoedig kwam hij aanzetten, zich zijn schuld ten volle bewust.” “Hij smeekte God deemoedig om vergeving.” Daar ‘dee’ in ‘deemoedig’ op een oude wortel wijst die ‘laag, dienend’ betekende, is deemoedig in samenstelling zowel als in betekenis het tegenovergestelde van hoogmoedig. Het werkwoord deemoedigen duidt op de moed, het denkbeeld van kracht of verdiensten dat iemand van zichzelf koestert, doen dalen, zijn hoogmoed fnuiken. Hierom kan men zeggen “een vijand deemoedigen”, dat is de te hoge gedachten die hij van zijn krachten heeft doen dalen.

Ootmoedig heeft de bijgedachte van onderworpenheid; ootmoedig onderstelt dat men zijn eigen kleinheid of nietigheid diep gevoelt. Vandaar dat ‘ootmoedig’ vooral gebruikt wordt met betrekking tot het gevoel van onderworpenheid voor God. “Hij onderwierp zich ootmoedig aan Zijn wil.” “Een ootmoedig gebed.” “Uw ootmoedige dienaar”.

"Uw ootmoedige dienaar" was vroeger een beleefdheidsformule in brieven. Het werd tot een blote vorm van plichtpleging. Naar de letter is het een betuiging van nederigheid.

Verootmoedigen is alle schatting van eigen verdiensten ontnemen. Men zegt “zich voor God verootmoedigen”, om aan te duiden dat men jegens Hem alle gevoel van trotsheid laat varen én een diep gevoel heeft van zijn nietigheid tegenover Hem.

Terwijl deemoedig en ootmoedig op de toestand van het gemoed zien, ziet nederig op de uiterlijke blijken van die toestand, behalve in "nederig van hart".

Nieuwe Testament. Het Griekse woord in het Nieuwe Testament betekent de nederige gezindheid, het klein zijn in eigen ogen, het zich houden bij de nederigen (Rom. 12: 16), zichzelf onderaan plaatsen, alle anderen hoger achten dan zich zelf (Phil. 2: 3) en bij iedere mogelijke rang of rijkdom, matig van zichzelf houden (Rom. 12: 3).
Hnd 20:19 Dienende den Heere met alle ootmoedigheid, en vele tranen, en verzoekingen, die mij overkomen zijn door de lagen der Joden; (SV)
Ro 12:3 Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik aan ieder die onder u is, dat hij van zichzelf niet hoger moet denken dan het behoort, maar dat hij bescheiden moet denken, zoals God aan ieder een maat van geloof heeft toebedeeld. (TELOS)
Oorzaak tot ootmoedigheid. Oorzaak tot ootmoedigheid heeft de mens als wezen van stof en as (Gen. 18: 27), als een gering schepsel (Gen. 32: 10), als onwaardig zondaar (Luk. 5: 8), die zijn ogen zelfs niet naar de hemel durft opheffen (Luk. 18: 13).

Paulus' ootmoed. De apostel Paulus plaatst zich als de voornaamste van de zondaren (1 Tim. 1: 15), als de geringsten van de apostelen onderaan (1 Kor. 15: 9), ofschoon hij anders zeer goed weet en tegenover zijn medestanders en lasteraars mag laten gelden, welk een uitverkoren werktuig hij is en dat hij meer gearbeid heeft dan zij allen (1 Kor. 15 : 10; 2 Kor. 11: 23). Terwijl hij echter dit niet aan zichzelf, maar aan de hem inwonende genade toeschrijft, openbaart hij juist de rechte ootmoed, die zich niet verheft, in het besef niets het zijne te mogen noemen, maar alles ontvangen te hebben, en zichzelf niet wegwerpt, in het bewustzijn van hetgeen de genade van God aan hem en door hem gedaan heeft.

Valse ootmoed. Fr is een valse, gehuichelde en overdreven ootmoed tegenover mensen en God, en in beide gevallen is deze alleen een deksel van de meest onverdragelijke, de geestelijke hoogmoed.

Zichzelf ootmoedig vinden. Wie zichzelf voor ootmoedig houdt of verklaart, is wellicht al op de weg van de hoogmoed. Vandaar het woord: „wees ootmoedig, maar zeg het niemand" ook uzelf niet, dat u het bent!

Ootmoed vereist geen middelaar. Roomskatholieken kunnen zeggen, dat de ootmoed en eerbied voor Christus het de zondige mens niet veroorlooft, om zonder tussenpersonen iets van Hem te bidden. Deze gedachte moet worden afgewezen. In Kolosse schijnen gelovigen met zelfgekozen geestelijkheid en overdreven godsdienstigheid de engelen als middelaren van het geloof tussen de mens en God vereerd te hebben (Kol. 2: 18, 23), wat verkeerd is. De mens kan ootmoedig rechtstreeks tot Christus komen.
Mt 11:28 Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Mt 11:29 Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen; Mt 11:30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht. (TELOS)
Ootmoed jegens mensen. De ootmoed jegens mensen moet zich als een echte parel hierdoor bewijzen, dat hij zonder ophef, met zachtmoedigheid, geduld, verdraagzaamlieid, vredelievendheid, innige barmhartigheid, vriendelijkheid en liefde in het een ware parelsnoer van christelijke deugden zich laat opnemen (Ef. 4: 2; Kol. 3: 12).
Efe 4:2 Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde; (SV)
Flp 2:3 [Doet] geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven. (SV)
Col 3:12 Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; (SV)
1Pe 5:5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade. (SV)

Varia

Arndt noemt als zes trappen van ootmoed[1]:

1. Zich in zijn hart voor geringer houden dan anderen, en graag de minste zijn.

2. Niemand verachten of veroordelen, maar altijd op zichzelf zien.

3. Aangeboden eer ontvluchten en mijden, en wanneer men die hebben moet, daarover bedroefd zijn.

4. Minachting geduldig lijden, en zich daarover verheugen.

5. Met geringe lieden graag omgaan en zich niet beter achten dan zij; ja zichzelf voor de grootste zondaar houden.

6. Graag en gewillig gehoorzaam zijn, niet alleen aan de groten, maar ook aan de meest geringen.

Zie ook

Nederig

Bron

Petrus Weiland, Kunstwoordenboek, of: Verklaring van allerhande vreemde woorden, benamingen, gezegden en spreekwijzen, die, uit verscheidene talen ontleend, in de zamenleving en in geschriften, betreffende alle vakken van kunsten, wetenschappen en geleerdheid voorkomen (1821), s.v. ‘demoedig, nederig, ootmoedig’, ‘Demoedigen, verootmoedigen’, blz. 38-39. Tekst hiervan is verwerkt op 7 april 2014.

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Deemoedig – nederig – ootmoedig.

Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922), s.v. Deemoedig — nederig — ootmoedig.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Ootmoed, ootmoedig, verootmoedigen. De tekst van dit lemma is op 12 febr. 2018 verwerkt.

Voetnoot

  1. Genoemd in H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Ootmoed, ootmoedig, verootmoedigen.