Openbaring van Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 22

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 22 van het Bijbelboek Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

  • 22:1 De rivier van de levenswater
  • 22:2 De boom van het leven
  • 22:3-5 De slaven van God
  • 22:6v de profetie van dit boek
  • 22:8-9 Johannes wil de engel aanbidden

Opb. 22:2. De boom van het leven

Opb 22:2 In het midden van haar straat en aan beide zijden van de rivier was de boom van het leven, die twaalf vruchten draagt en elke maand zijn vrucht geeft; en de bladeren van de boom zijn tot genezing van de naties. (TELOS)

Rivier. Ook in Eden, de eerste woonplaats van de mens, was een rivier.

De boom van het leven. Ook in Eden was deze boom.

Twaalf vruchten. Wellicht twaalf verschillende soorten vruchten.

Opb. 22:6

Opb 22:6  En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Vergelijk het eerste vers van het boek:

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. (TELOS)

Opb. 22:7. Zaligspreking

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart. (TELOS)

Spoedig. Vgl 22:6 "Wat met spoed moet gebeuren".

Gelukkig hij die. Vergelijk de zaligspreking in het eerste hoofdstuk:

Opb 1:3 Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. (TELOS)

Het nieuw lezen of horen is gebeurd, nu komt het aan op bewaren.

Opb. 22:8-9. Johannes wil de engel aanbidden

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. Opb 22:9 En hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God! (TELOS)

Medeslaaf. Johannes is een slaaf (vgl. 1:1). De profeten zijn slaven. Ook de engel is een slaaf. Het boek is gericht aan de menselijke slaven van God/Jezus (1:1; 22:6).

Hen die de woorden van dit boek bewaren. Vergelijk:

Opb 1:3 Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. (TELOS)

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart. (TELOS)

Opb. 22:14. Gelukkig die hun kleren wassen

Opb 22:14 Gelukkig zij die hun lange kleren wassen, opdat zij recht hebben op de boom van het leven en zij door de poorten de stad binnengaan. (TELOS)

Die hun lange kleren wassen. "Hun lange kleren" ziet op hun hele verschijning van kop tot teen, fig. hun hele wandel, hun gedrag. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Kleren.Reiniging geschiedt door toepassing van het bloed van het Lam.

Opb 7:13  En een van de oudsten antwoordde en zei tot mij: Dezen die bekleed zijn met lange witte kleren, wie zijn zij en vanwaar zijn zij gekomen? Opb 7:14  En ik zei tot hem: Mijn heer, u weet het. En hij zei tot mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange kleren gewassen en ze wit gemaakt in het bloed van het Lam.

De gelovigen moeten zelf hun kleren wassen: ze moeten hun vlekken inzien (erkennen, belijden) en het bloed van het Lam toepassen, dat is aannemen, geloven, dat het bloed van Jezus reinigt van deze hun zondevlekken.

Recht op de boom van het leven. Wie bij het vloekhout van het kruis is geweest en daar het offer van de Heiland heeft aanvaard, heeft recht op de boom van het leven.

Zijn kruis werd mij een Levensboom.

En zij door de poorten van de stad ingaan. Vergelijk:

Opb 21:27 En geenszins zal iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam. (TELOS)

Opb. 22:15. Wie buiten zijn

Opb 22:15 Buiten zijn de honden, de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet. (TELOS)

Honden. In het Oosten zijn honden verachtelijke aaseters. Hier in figuurlijke zin gebezigd: onreine mensen die de gelovigen kunnen verscheuren, geestelijk en zedelijk kunnen aantasten.

Mt 7:6 Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de varkens; opdat zij ze niet misschien met hun poten vertrappen en zich omkeren en u verscheuren. (TELOS)

Tovenaars. Die magische (occulte) kunsten bedrijven. Voorbeelden in het Nieuwe Testament zijn Simon en BarJezus. Zie Tovenaar.

Hoereerders. Mannelijke prostitués, overspelers, ontuchtigen. Zie Hoereerder.

Leugen liefheeft en doet. Vergelijk:

Opb 21:27 En geenszins zal iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam. (TELOS)

Opb. 22:16

Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (TELOS)

Heb mijn engel gezonden. Jezus is de gebieder der engelen, hij is niet zelf een engel (Hebr. 1). (→ Godheid van Jezus Christus#Heer der engelen). Vergelijk:

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. (TELOS)

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Ik ben de wortel en het geslacht van David. De Heer schijnt hier te zeggen dat David uit hem is voortgesproten als uit een wortel. De omgekeerde is de bedoeling: de Heer Jezus is uit David voortgesproten; dat is hier de betekenis van 'wortel'. Hij is 'het geslacht van David': een nakomeling van die beroemde Israëlitische koning. Hij zal zitten op de troon van zijn vader David. Hij is de messiaanse koning.

De blinkende morgenster. De morgenster kondigt de opgaande zon, de komst van een nieuwe dag aan. De Heer is beide de Morgenster en de opgaande Zon der gerechtigheid. Voor de gemeenten verschijnt hij als de morgenster. Daarna verschijnt Hij met hen als de Zon der gerechtigheid.

Mal 4:2 Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. (HSV)

Opb. 22:17

Opb 22:17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; laat hij die wil, het levenswater nemen om niet. (TELOS)

De Geest. Dat is de Heilige Geest. Hij is een Persoon, zoals ook hier blijkt: Hij spreekt. En Hij wordt onderscheiden van de Zoon van God.

De bruid. Dat is de vrouw van het Lam (→ Bruid, bruidegom)

Dorst. Een geestelijke dorst.

Het levenswater. Vergelijk:

Joh 4:10 Jezus antwoordde en zei tot haar: Als u de gave van God kende en Wie Hij is die tot u zegt: Geef Mij te drinken, dan zou u aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven. Joh 4:11 De vrouw zei tot Hem: Heer, U hebt geen putemmer en de put is diep; waar hebt U dan het levende water vandaan? (...) Joh 4:13 Jezus antwoordde en zei tot haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst hebben; Joh 4:14 maar ieder die drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in het eeuwige leven. Joh 4:15 De vrouw zei tot Hem: Heer, geef mij dat water, opdat ik geen dorst heb en ik niet meer hier kom om te putten. (TELOS)