Openbaring van Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 3 van het Bijbelboek Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Dit hoofdstuk bevat korte brieven, door de Heer Jezus gedicteerde en door Johannes opgeschreven boodschappen aan drie gemeenten:

  • Opb. 3: 1-6. Boodschap voor de christengemeente te Sardis.
  • Opb. 3:7-13. Boodschap voor christengemeente Filadelfia.
  • Opb. 3:14-22. Boodschap voor christengemeente te Laodicea.

Hieronder worden enkele passages uit Hoofdstuk 3 van het bijbelboek Openbaring van Johannes becommentarieerd.

Opb. 3:10 Bewaring voor het uur van de verzoeking

Opb 3:10 Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. (TELOS)

Bewaren voor. Lett. "bewaren uit". Vgl.

Opb 3:10 Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen. (SV)

De zelfde combinatie van "bewaren" (Gr. tereo) en "uit" (Gr. ek) vinden wij alleen in Joh. 17:12.

Joh 17:15 Ik vraag niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. (TELOS)

De zin in Joh. 17:15 is dat de gelovigen niet in de macht van de boze komen, dat zij niet in zijn handen vallen. De zin in Opb. 3:10 is dat de gelovigen niet in dat vreselijke uur komen.

Uur van de verzoeking. Het uur van de verzoeking is wellicht de tijd dat de mensheid verleid en gedwongen wordt om het beest uit de zee en zijn beeld te aanbidden en het merkteken van zijn naam te ontvangen. De heiligen zullen deze afgoderij afwijzen, doch dat in veel gevallen met de dood bekopen. Wanneer de satan gegrepen en gevangen gezet is, zag Johannes de martelaren:

Opb 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (TELOS)

Zie verder bij Uur van de verzoeking.