Openbaring van Johannes/Hoofdstuk 19

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 19 van het Bijbelboek Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Johannes hoort de stem van een grote menigte in de hemel: Lof om het oordeel over de Grote Hoer. Johannes hoort een stem van een grote menigte. Blijdschap dat God zijn koningschap aanvaardt heeft. Blijdschap in de hemel over de aanstaande bruiloft van het lam. Johannes ziet de hemel geopend (19:11v). Jezus komt met zijn hemelse legers. Hij oordeelt. Johannes ziet een engel staan in de zon. Deze nodigt tot de grote maaltijd van God. Het beest en de koningen van de aarde en hun legeres verzameld ten oorlog tegen de Heer Jezus en zijn leger. De beide beesten levend ter helle geworpen. De overigen werden gedood door het woord van de Heer Jezus. 

Opb. 19:1. Eerste halleluja

Opb 19:1  Hierna hoorde ik als een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja! De behoudenis en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God! (TELOS)

Grote menigte. De menigte der verlosten en/of engelen. Vergelijk vers 6:

Opb 19:6 En ik hoorde als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, die zeiden: Halleluja! Want de Heer, onze God, de Almachtige, heeft zijn koningschap aanvaard. (TELOS)

Halleluja! Zie Halleluja.

Behoudenis. Zie behoudenis.

Heerlijkheid. Zie heerlijkheid.

Macht. Hij is "onze God, de Almachtige" (19:6). "Onze God, de Almachtige, heeft zijn koningschap aanvaard" (19:6). Hij zal zijn macht openbaren in zijn koninkrijk.

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. (TELOS)

Opb. 19:2. Om zijn oordeel over de hoer

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken.

Waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen. Ook het altaar, dat is de zielen onder het altaar, beleden:

Opb 16:7 En ik hoorde het altaar zeggen: Ja Heer, God de Almachtige, waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen. (TELOS)

De overwinnaars van het beest zingen "rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen":

Opb 15:3 En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Koning van de naties! (TELOS)

Grote hoer. Dat is het zedelijk en geestelijk kenmerk van Babylon.

Geoordeeld. Vergelijk:

Opb 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit, (TELOS)

Hoererij. Hoererij en ongerechtigheid, bepaald haar bloedschuld, zijn haar twee hoofdzonden.

Bloed van zijn slaven. Vergelijk:

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. En toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering. (TELOS)

Opb 18:24 En in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn. (TELOS)

Opb. 19:3. Tweede halleluja

Opb 19:3 En voor de tweede maal zeiden zij: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Tweede maal. De eerste maal in 19:1.

Halleluja! Zie Halleluja.

Haar rook. De stad zal met vuur worden verbrand. De rook van haar brand zal door velen worden gezien, door de koningen der aarde (18:9), de mensen op zee (18:18).

Tot in alle eeuwigheid. Haar oordeel zal tot in alle eeuwigheid gezien worden.

Opb. 19:4. Aanbidding van God

Opb 19:4 En de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens vielen neer en aanbaden God die op de troon zat en zeiden: Amen, halleluja! (TELOS)

Vierentwintig oudsten. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen.

Opb. 19:5. Opwekking om God te prijzen

Opb 19:5  En van de troon ging een stem uit die zei: Prijst onze God, al zijn slaven, en u die Hem vreest, kleinen en groten! (TELOS)

Een stem. Waarschijnlijk de stem van de Zoon van God, onze Heer en Heiland Jezus Christus. Zie ook Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Stem.

Onze God. Tot Maria van Magdala zei de Heer:

Joh 20:17 ... Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader; maar ga heen naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God. (TELOS)

Kleinen en groten. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen

Opb. 19:6. Derde halleluja

Opb 19:6 En ik hoorde als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, die zeiden: Halleluja! Want de Heer, onze God, de Almachtige, heeft zijn koningschap aanvaard. (TELOS)

Grote menigte. Vergelijk:

Opb 19:1 Hierna hoorde ik als een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja! De behoudenis en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God! (TELOS)

Wie zijn die grote menigte? Een antwoord zegt: de oudtestamentische heiligen. Ze worden in Ps. 45 en Hebr. 1 aangeduid als 'medegenoten' of 'metgezellen'.

Ps 45:6 (45-7) Uw troon, o God! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid. Ps 45:7 (45-8) Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten. (...) Ps 45:9 (45-10) Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke [staatsdochteren]; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir. (SV)

Het eerste gedeelte van het citaat wordt in Hebr. 1 op de Heer Jezus toegepast.

Heb 1:8 maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is de scepter van uw koningschap. Heb 1:9 U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’. (TELOS)

Tot die metgezellen behoort ook Johannes de Doper, die zichzelf een 'vriend van de Bruidegom' noemde.

Als een stem van vele wateren. Vergelijk:

Opb 1:15 en zijn voeten aan blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven, en zijn stem als een gedruis van vele wateren. (TELOS)

Van wie is de stem van vele wateren? Een antwoord zegt: Christus.

Donderslagen. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Donderslagen.

Heef zijn koningschap aanvaard. De Griekse brontekst heeft de werkwoordsvorm van de aoristus: Gods regering als koning is begonnen, Hij is gaan regeren.

Dat God zijn koningschap heeft aanvaard, daarvan gewaagt reeds 11:17.

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. (TELOS)

De boodschap klinkt als de zevende en laatste bazuin heeft geklonken. De boodschap klinkt opnieuw nadat de zevende schaal is uitgegoten en de Grote Hoer is geoordeeld. De schalen kunnen worden gezien als vallend binnen het tijdsbereik van de zevende bazuin. Er klinkt dus aan het begin en na afloop van de oordelen van de laatste bazuin de boodschap dat God zijn regering begint. De tijd van de zevende bazuin vormt de overgang naar de tijd van de openbare Godsregering.

God heeft altijd geregeerd, bij wijze van spreken 'achter de schermen', maar nu gebeurt dat openbaar: Hij zal zijn koningschap gaan uitoefenen op een meer directe en merkbare wijze, over de gehele aarde. "De macht is van onze God", jubelt de grote menigte in 19:1. Hij is de "Koning van de naties", belijden de overwinnaars van het beest (15:3).

Uit een psalm van David:

1Kr 16:30 Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde. 1Kr 16:31 Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert. 1Kr 16:32 Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is. 1Kr 16:33 Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEEREN, omdat Hij komt, om de aarde te richten. (SV)

Ook psalmen 97 en 99 spreken van Gods regering

Ps 97:1 De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden. Ps 97:2 Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons. Ps 97:3 Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand. Ps 97:4 Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft. Ps 97:5 De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde. Ps 97:6 De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer. (... ) Ps 97:8 Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE! Ps 97:9 Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden. (...) Ps 97:11 Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart. Ps 97:12 Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, ... (SV)

Ps 99:1 De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit [tussen] de cherubim; de aarde bewege zich. Ps 99:2 De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken. (SV)

De aarde beweegt tijdens de grootste aardbeving ooit, wanneer de zevende en laatste schaal is uitgegoten.

Opb. 19:7

Opb 19:7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; (TELOS)

Wij. Deze 'wij' sluiten de gemeente, de vrouw van het Lam niet in. Want zij verwijzen naar 'zijn vrouw'. De 'wij' duidt waarschijnlijk op de engelen en misschien ook op de oudtestamentische heiligen inclusief Johannes de Doper, de vriend van de bruidegom.

Hem de heerlijkheid geven. Vergelijk:

Opb 19:1 Hierna hoorde ik als een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja! De behoudenis en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God! (TELOS)

De bruiloft van het Lam is gekomen. Met dit gegeven is de gedachte strijdig, dat de bruiloft van het Lam plaatsvindt tijdens Daniëls 70e jaarweek.

Opvallend is dat de bruiloft wordt genoemd onmiddellijk na het verkondigen van het begin van Gods regering. Het Lam begint te regeren samen met Zijn vrouw. Van deze Koning en Zijn gemalin wordt gesproken in Ps. 45.

Ps 45:6 (45-7) Uw troon, o God! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid. Ps 45:7 (45-8) Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten. (...) Ps 45:9 (45-10) Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke [staatsdochteren]; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir. (SV)

Het eerste gedeelte van het citaat wordt in Hebr. 1 op de Heer Jezus toegepast.

Heb 1:8 maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is de scepter van uw koningschap. Heb 1:9 U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’. (TELOS)

Zijn vrouw. Dat is de gemeente van Christus. Zij vormt een tegenstelling met de Grote Hoer. Zij is thans (anno 2018) een verloofde maagd. De vóórhuwelijkse betrekking met het Lam is er al.

Zich gereedgemaakt. Zij heeft haar bruidskleding aangetrokken.

Opb. 19:8. Haar kleding

Opb 19:8 en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. (TELOS)

Haar is gegeven. Het is haar vergund om bekleed te zijn met de gerechtigheden van de heiligen. Die gerechtigheden zijn hun mooie sieraad! Ze mogen gezien worden. Die gerechtigheden zijn uit genade gedaan. Gods genade stelt ons in staat goede werken te doen. God èn mens werken samen:

Flp 2:12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; Flp 2:13 want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen. (TELOS)

Bekleed ... met blinkend, rein, fijn linnen. De 24 oudsten zijn bekleed met witte kleren, die spreken van reiniging, verlossing van de zonden. De kleding van de bruid van het Lam spreekt van de gerechtigheden die de verlosten hebben gedaan.

Opb 4:4 en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen. (TELOS)

Ook de Grote Hoer was bekleed met fijn linnen.

Opb 18:16 en zeggen: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken en versierd met goud, edelgesteente en parels; want in een uur is die zo grote rijkdom verwoest.

Echter ontbreekt de kwalificatie 'blinkend, rein'.

Gerechtigheden van de heiligen. Vergelijk:

2Co 5:10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad. (TELOS)

Die gerechtigheden zijn goede vruchten. God heeft van deze gerechtigheden genoten als van smakelijke vruchten.

Opb. 19:9. De geroepenen tot het bruiloftsmaal

Opb 19:9 En hij zei tot mij: Schrijf: gelukkig zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. (TELOS)

Hij. In het volgende vers blijkt dit een engel te zijn.

Zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. De maaltijd is in de hemel. De bruid is niet geroepen tot de maaltijd, zij is niet te gast. Vermoedelijk zijn de geroepenen anderen dan degenen die de Bruid van het Lam vormen. Vermoedelijk zijn zij de gasten die genodigd worden: de Oudtestamentische gelovigen, inclusief Johannes de Doper, die zich een vriend van de Bruidegom (Christus) noemde.

Dit zijn de waarachtige woorden van God. De engel herhaalt deze woorden later:

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Dat de woorden uit Opb. 22:6 van een engel zijn, blijkt uit het verband: Opb. 22:1 en 8.

Opb. 19:10. Johannes wil de engel aanbidden

Opb 19:10 En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden; en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie. (TELOS)

Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf ... aanbid God! De engel zegt dat later weer, vergelijk:

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. Opb 22:9 En hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God!

Gelovigen zijn slaven, engelen eveneens.

Een engel wil niet aangebeden worden, want alleen God komt aanbidding toe. De Heer Jezus liet aanbidding toe. Het Lam ontvangt aanbidding. Daarom kan Hij niet voor een engel gehouden worden. Hij is wezenlijk één met God. Hij is de gebieder der engelen.

Uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben. Het getuigenis 'van' Jezus: afkomstig van Hem en aangaande Hem. Dat is kenmerkend voor gelovigen in Christus: niet hun spreken van God, maar hun spreken van hun Heer en Heiland Jezus Christus. Johannes, de schrijver, was zo iemand die het getuigenis van Jezus had (Opb. 1:2, 9). En ook anderen in de zware tijd van het eind (Opb. 12:17; 20:4). Zie Getuigenis van Jezus in het laatste Bijbelboek.

De geest van de profetie. Nieuwtestamentische profetie spreekt van de Heer Jezus en verheerlijkt Hem. Van de Heilige Geest zei Jezus:

Joh 16:14 Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het mijne nemen en het u verkondigen. Joh 16:15 Alles wat de Vader heeft, is het mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij uit het mijne neemt en het u zal verkondigen. (TELOS)

Opb. 19:11. Hemel geopend: Christus komt

Opb 19:11  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. (TELOS)

De hemel geopend. In het begin zal Johannes de deur geopend in de hemel. Daar deze deur kwam hij uit de wereld in de hemel.

Opb 4:1 Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren.

Nu komt de Heer Jezus uit de hemel naar deze wereld.

Een wit paard. Een wit paard spreekt van overwinning. Ook de eerste ruiter reed op een wit paard.

Opb 6:2 En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat had een boog, en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit overwinnend en om te overwinnen. (TELOS)

Maar de Heer Jezus laat de zijnen delen in de overwinning. Ze volgen Hem op witte paarden.

Hij die daarop zat. Vergelijk:

Opb 19:19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. (TELOS)

Opb 19:21 En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem die op het paard zat, .... (TELOS)

Getrouw. Hij is de trouwe getuige (1:5), "de trouwe en waarachtige getuige" (3:14).

Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God: (TELOS)

Hij is ook getrouw aan de opdracht die Zijn Vader hem gaf en aan de zijnen die Hij heeft verlost.

Waarachtig. Hij is "de Waarachtige" (3:7). Hij is "de waarheid" (Joh. 14:6).

Opb 3:7 En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, ... (TELOS)

Oordeelt. Door Jezus oordeelt God de aarde.

Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Vergelijk:

Ro 2:16 op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus, naar mijn evangelie. (TELOS)

Ps 96:13 Voor het aangezicht des HEEREN; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid. SV)

Ps 98:9 Voor het aangezicht des HEEREN, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in alle rechtmatigheid. (SV)

Voert oorlog in gerechtigheid. Hij voert een rechtvaardige oorlog en in zijn strijd handelt hij rechtvaardig. Er waren oorlogen op aarde, er was een oorlog in de hemel. Nu komt er een oorlog die een einde aan de oorlogen en hun ellende maakt. Een beslissende slag grijpt er plaats.

Ex 15:3  De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! (SV)

Joz 10:42  En Jozua nam al deze koningen en hun land op eenmaal; want de HEERE, de God Israëls, streed voor Israël. (SV)

Jes 31:4  Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel. (SV)

Zac 14:3  En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. Zac 14:4  En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; ... (SV)

Ps 24:7  Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga! Ps 24:8  Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd.  Ps 24:9  Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!  Ps 24:10  Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela. (SV)

Opb. 19:12. Zijn uiterlijk

Opb 19:12 En zijn ogen zijn als een vuurvlam en op zijn hoofd zijn vele diademen en Hij heeft een geschreven naam, die niemand kent dan Hijzelf. (TELOS)

Zijn ogen zijn als een vuurvlam. Die ogen had Johannes in het begin gezien.

Opb 1:14 en zijn hoofd en haar als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam (TELOS)

De Heer zegt ook van zichzelf dat Hij ogen heeft als een vuurvlam.

Opb 2:18 En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, die zijn ogen heeft als een vuurvlam en zijn voeten aan blinkend koper gelijk: (TELOS)

Op zijn hoofd vele diademen. Daarentegen had de eerste ruiter, die op het witte paard, een enkele kroon.

Opb 6:2 En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat had een boog, en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit overwinnend en om te overwinnen. (TELOS)

De Draak met zeven koppen heeft op elke kop een diadeem, totaal zeven diademen (12:3). Het Beest uit de zee heeft tien horens, elk met een diadeem. De Heer Jezus heeft "vele" diademen. Hun getal wordt niet genoemd.

Geschreven naam. Deze naam wordt ons niet bekendgemaakt. Vergelijk:

Ri 13:18 En de Engel des HEEREN zeide tot hem: Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk. (SV)

Een andere "geschreven naam" is wel bekend wel:

Opb 19:16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heer van de heren. (TELOS)

De Heer zal de overwinnaar een witte steen geven en op de steen een nieuwe naam geschreven die alleen de ontvanger kent.

Opb 2:17 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan hij die hem ontvangt. (TELOS)

Op de overwinnaar zal de Heer Jezus schrijven de naam van het nieuwe Jeruzalem en Jezus' nieuwe naam:

Opb 3:12 Wie overwint, die zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van mijn God en hij zal geenszins meer daaruit weggaan; en Ik zal op hem schrijven de naam van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. (TELOS)

Opb. 19:13. Zijn kleed en naam

Opb 19:13 En Hij is bekleed met een in bloed gedoopt kleed, en zijn naam wordt genoemd: het Woord van God. (TELOS)

Een in bloed gedoopt kleed. Het spreekt wellicht van zijn eigen bloed dat weleer vergoten is op aarde. Vergelijk het in bloed gedoopte kleed van Jozef, dat zijn vader Jacob werd getoond. Vergelijk ook wat gezegd wordt van de levende vogel, die in het bloed van de geslachte vogel wordt gedoopt, als onderdeel van de ontzondiging van een 'melaats' huis.

Le 14:51  ... en de levende vogel zal hij nemen en ze dopen in het bloed van de geslachte vogel en het levende water, en zevenmaal dat huis besprenkelen. Le 14:52  Zo zal hij het huis ontzondigen met het bloed van de vogel, het levende water, de levende vogel, het cederhout, de hysop en het scharlaken. Le 14:53  En de levende vogel zal hij buiten de stad in het open veld laten wegvliegen; zo zal hij verzoening doen over dat huis, en het zal rein zijn. (NBG51)

Het in bloed gedoopte kleed kan ook spreken van het wraakgericht dat de Heer uitvoert. Vergelijk:

Opb 19:15 En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige. (TELOS)

Zijn naam wordt genoemd. In het vorige vers werd de geschreven naam niet genoemd.

Het Woord van God. Hij is het Woord van God (Joh. 1:1), dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond (Joh. 1:14).

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (TELOS)

Opb. 19:14. Zijn gevolg

Opb 19:14 En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen. (TELOS)

De legers die in de hemel zijn. Vermoedelijk scharen van engelen. Zij vormen één machtig leger.

Opb 19:19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. (TELOS)

Volgden Hem.

Spr 30:29 Met hun drieën zijn ze goed van tred,- vier zijn er met een goede gang: Spr 30:30 een mannetjesleeuw, de held onder het gedierte,- nooit keert hij om voor het aanschijn van wát ook maar; Spr 30:31 een windhond, strak van lendenen, of een bok,- en een koning vergezeld van zijn manschap! (NaB)

De NBG51-vertaling heeft 'een koning wiens krijgsvolk met hem is'. De NBV-vertaling heeft 'een koning aan het hoofd van zijn leger'.

Witte paarden. De Heer Jezus rijdt op een wit paard. Zijn ruiters eveneens. De kleur spreekt van overwinning.

Bekleed met wit, rein, fijn linnen. Het zijn zuivere lichtwezens, heilige engelen. De vrouw van het Lam is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen; het fijne linnen symboliseert de gerechtigheden van de heiligen (19:8). In ons onderhavige vers 14 is geen sprake van gerechtigheden. De engelen verrichten niettemin menige goede dienst, ook ten behoeve van de heiligen op aarde.

Heb 1:14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die tot dienst uitgezonden worden ter wille van hen die de behoudenis zullen beerven? (TELOS)

Opb. 19:15. Zijn zwaard en staf en optreden

Opb 19:15 En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige. (TELOS)

Uit zijn mond een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. Dat spreekt van een vonnis en de uitvoering ervan.

Heb 4:12 Want het woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt de gedachten en overleggingen van het hart. (TELOS)

Hoeden met een ijzeren staf. Gestrengheid jegens het kwaad en de bozen.

Hij treedt de wijnpersbak enz. Hij voert het wraakgericht uit.

Opb 19:13 En Hij is bekleed met een in bloed gedoopt kleed, en zijn naam wordt genoemd: het Woord van God. (TELOS)

Opb. 19:16. Zijn geschreven naam

Opb 19:16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heer van de heren. (TELOS)

Zijn kleed. Dat in bloed gedoopt is (19:13).

Geschreven naam. Naast de hier vermelde naam heeft Hij ook een geschreven naam die niemand kent dan Hijzelf.

Opb 19:12 En zijn ogen zijn als een vuurvlam en op zijn hoofd zijn vele diademen en Hij heeft een geschreven naam, die niemand kent dan Hijzelf. (TELOS)

Koning van koningen, Heer van heren. Hij is "de overste van de koningen van de aarde".

Opb 1:5 en van Jezus Christus, de trouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de overste van de koningen van de aarde. Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door zijn bloed, (TELOS)

Opb. 19:17. De vogels geroepen tot de maaltijd van vlees

Opb 19:17 En ik zag een engel staan in de zon, en hij riep met luider stem en zei tot alle vogels die in het midden van de hemel vlogen: Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd van God; (TELOS)

Alle vogels. Een enorme zwerm vogels zal het vlees van de talrijke verslagenen eten.

Komt, verzamelt u tot de grote maaltijd van God. De uitnodiging tot de maaltijd gebeurt vóór de oorlog. De uitslag is bij voorbaat bekend.

Een oproep tot een maaltijd vinden wij ook in:

Jer 12:7 Ik heb Mijn huis verlaten, Ik heb Mijn erfenis laten varen; Ik heb de beminde Mijner ziel in de hand harer vijanden gegeven. Jer 12:8 Mijn erfenis is Mij geworden als een leeuw in het woud; zij heeft haar stem tegen Mij verheven, daarom heb Ik haar gehaat. Jer 12:9 Mijn erfenis is Mij een gesprenkelde vogel; de vogelen zijn rondom tegen haar; komt aan, verzamelt, al gij gedierte des velds, komt om te eten! Jer 12:10 Veel herders hebben Mijn wijngaard verdorven, zij hebben Mijn akker vertreden; zij hebben Mijn gewensten akker gesteld tot een woeste wildernis. (SV)

Tot een maaltijd in het dal van Gogs menigte zal worden genodigd:

Eze 39:17 Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed. Eze 39:18 Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, [en] varren, die altemaal gemesten van Basan zijn. Eze 39:19 En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb. Eze 39:20 En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van [rij] paarden en wagen [paarden], van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE. Eze 39:21 En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb. (SV)

Vogels.

Eze 39:17 Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed. (SV)

Eze 39:4 Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven. (SV)

Opb. 19:18. De gevallenen

Opb 19:18 opdat u vlees eet van koningen, vlees van oversten over duizend, vlees van sterken, vlees van paarden, en van hen die daarop zitten en vlees van allen, zowel van vrijen als van slaven, van kleinen als van groten. (TELOS)

Vlees. De grote maaltijd bestaat uit vlees van omgekomen mensen en dieren.

Van kleinen als van groten. Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Kleinen en groten.

Opb. 19:19. Verzameld tot de oorlog

Opb 19:19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. (TELOS)

Het beest en de koningen van de aarde. Het beest uit de zee is verbonden met tien koningen, maar de alliantie omvat ook de overige koningen van de aarde.

Verzameld. Bijeenkomen op een bepaalde plaats.

Om oorlog te voeren. Zij vrezen een invasie van buiten. Zij gaan oorlog voeren tegen de Heer Jezus Christus.

Opb. 19:20. Ondergang van het beest en de valse profeet

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (TELOS)

Het beest werd gegrepen. De strijd schijnt in een ogenblik beslecht. De wereldleider wordt gegrepen. De wetteloze zal verteerd worden door de adem van Jezus' mond.

2Th 2:8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en ten niet doen door de verschijning van zijn komst; (TELOS)

Hij zal worden uitgeschakeld, gegrepen en levend in de hel worden geworpen.

Met hem de valse profeet. De tweede belangrijke menselijke tegenstander van God op aarde.

Die de tekenen en diens tegenwoordigheid had gedaan. En hem daardoor aanzien en heerlijkheid had gegeven.

Opb 13:13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. Opb 13:14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. (TELOS)

Waardoor hij hen misleidde. Het waren bedrieglijke tekenen. Ze brachten de mensen ertoe om het merkteken van het beest te ontvangen aan hun rechterhand of op hun voorhoofd, en om het beeld van het beest te aanbidden.

Levend werden deze twee geworpen .... Zonder een lichamelijke dood te ondergaan. Levend worden ook de gelovigen opgenomen, en overkleed met een hemelse woning; dezen daarentegen tot gelukzaligheid.

De poel van vuur die van zwavel brandt. Dat is de hel.

Opb. 19:21. Dood van de overigen

Opb 19:21 En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees. (TELOS)

Gedood met het zwaard uit de mond van Hem. Door zijn vonnis, door het woord dat Hij, de Heer Jezus, sprak. Vaker spreekt de Openbaring van de Heer Jezus als hebbend een zwaard, dat scherp en tweesnijdend is.

Opb 1:16 En Hij had in zijn rechterhand zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. (TELOS)

Opb 2:12 En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij die het scherpe, tweesnijdende zwaard heeft: (...) Opb 2:16 Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond. (TELOS)

Opb 19:15 En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige. (TELOS)

Die op het paard zat. Een wit paard.

Opb 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. (TELOS)

Alle vogels werden verzadigd van hun vlees. Zie vs. 17-18.