Overheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De overheid is het (bevoegde) gezag, de ingestelde heerschappij of de macht die over ons regeert. De overheid is de instelling, het ambt dat een rechtmatige volksregering bezit.

Een rechtmatige regering is een regering die in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving in aangesteld en tot haar ambt als overheid is gekomen. In de schrijf- en spreektaal alsook in het denken van de mensen is het onderscheid tussen rechtmatige regering en overheid dermate klein, dat we gerust kunnen spreken van 'overheid', als ambt van een rechtmatige regering.

Hogere en lagere overheden. Menselijke overheden zijn de landelijke of nationale overheid (de rijksoverheid in Nederland, de federale overheid in België), de provinciale en de gemeentelijke overheid. De twee laatstgenoemden zijn lagere overheden t.o.v. de rijksoverheid. Het uitvoeren door lagere organen van door hogere organen opgestelde regels wordt medebewind genoemd. Medebewind is een plicht.

'In dienst bij de overheid zijn' betekent: deel uitmaken van een overheidsdienst, een rijksbetrekking hebben.

Macht en gezag

De overheid oefent macht en gezag uit. Macht is het vermogen tot beheersen en gezag is de bevoegdheid om toezicht op de gestelde regels uit te oefenen en de naleving daarvan desnoods met geweld af te dwingen.

God de Allerhoogste

De hoogste Machthebber en Gezagsdrager is de God van de hemel, Die Zich in de Bijbel, Zijn Woord, heeft kenbaar gemaakt. God betoont Zich niet te allen tijde als de hoogste Machthebber en Gezagsdrager, daar Hij in Zijn voorzienigheid en in overeenstemming met Zijn heilsplan, de mensheid in de tijd tot een zekere grens haar gang laat gaan.

1 Tim. 6:15 God is "de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen en Heere der heren" (SV).

1 Tim. 1:17 De Koning nu van de eeuwen, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleenwijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid (SV).

Door God ingesteld

God stelt de overheden aan en geeft ze macht en gezag. De overheid regeert bij de gratie van God, en niet bij die van het volk. Elk soort overheid is van God.

Ro 13:1 Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld. (Telos)

Dan. 2: 21, 37 Hij zet de koningen af en Hij bevestigt de koningen.

Koning Nebukadnezar verhief zich hoogmoedig zijn macht. Daarop werd hij van Hogerhand vernederd, zodat hij de beesten gelijk werd, totdat hij zou erkennen dat God de Allerhoogste heerschappij geeft.

Dan. 5:18-37. ... totdat gij bekent, dat de Allerhoogste over de koninkrijken van de mensen heerschappij heeft en dat Hij ze geeft aan wie Hij wil 

Dienares van God

God regeert door de overheid. Zij is Gods dienares, de burgers ten goede. De overheidspersonen zijn Gods dienaars. De overheid draagt wapens en hanteert wapens om het kwade te bestrijden.

Ro 13:3 Want de overheidspersonen zijn niet voor het goede, maar voor het kwade werk te vrezen. Wilt u nu de overheid niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben, Ro 13:4 want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u het kwade doet, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade bedrijft. (Telos)

Ro 13:6 Want daarom betaalt u ook belasting; immers, zij zijn dienaars van God, juist daarin voortdurend werkzaam. (Telos)

God neigt het hart van overheidspersonen.

Spr. 21:1 Des konings hart is in de hand van de Heere als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil (SV)

Wijsheid

De overheden hebben wijsheid nodig om hun onderdanen te regeren.

Spr. 8:15-16 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid. Door Mij heersen de heersers en de prinsen, al de rechters van de aarde.

Wetten van de overheid

De overheid maakt wetten om de openbare orde te handhaven.

'Tien geboden haar grondwet'

Sommige christenen stellen dat Gods tien geboden ook voor de overheid gelden en dat elke overheid is geroepen God te dienen en Zijn Koninkrijk te bevorderen. Of zij dit weet, beseft, wil, doet of niet. De eigenlijke grondwet van elke regering moeten de Tien Geboden zijn. De overheid moet zó regeren dat alle onderdanen God eren en dienen, en ze moeten haar onderdanen daarin voorgaan. Gods Wet moet de overheid steeds voor ogen staan. Wat van de koning van Israël gold, is van toepassing op alle overheden.

Deut. 17: 18-20. Als hij op de stoel van Zijn koninkrijk zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze Wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht van de levietische priesters is; en het zal bij hem zijn en hij zal daarin lezen al de dagen van zijn leven; opdat hij de HEERE, zijn God, lere vrezen, om te bewaren al de woorden van deze Wet en deze inzettingen, om die te doen; dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechter- of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonden, in het midden van Israël. (SV)

Het eerste gebod gebiedt God te dienen en verbiedt het dienen van andere goden dan de drie-enige God. Al de (heidense) koningen, de overheden van de aarde worden vermaand zich aan de door God gezalfde Koning Jezus gehoorzaam te onderwerpen en Hem onderdanig te zijn.

Ps. 2:10-12. Nu dan, gij koningen, handelt verstandig; laat u tuchtigen, gij rechters van de aarde! Dient de HEERE met vreze en verheugt u met beving. Kust de Zoon, opdat hij niet toorne… (SV)

Elke overheid is door God geroepen niet alleen de publieke zonden tegen de tweede tafel, maar ook de publieke zonden tegen de eerste tafel van de Wet, zoals afgoderij en wat dies meer zij, beeldendienst, misbruik van Gods Naam en zondagsontheiliging, te straffen. Als de overheid in gebreke blijft en Gods wet naast zich neer legt, of er zelfs tegen in gaat, is dat haar verantwoordelijkheid. Maar het is en blijft - zo leert dit standpunt - onze christelijke verantwoordelijkheid Gods Wet altijd hoog te houden en de overheid waar mogelijk daarop aan te spreken. Als het nodig is, mogen we met geestelijke wapens strijden tegen de overheid, als zij behoort tot de geweldhebbers van deze eeuw. Het is een gunst van God is als christenen een stil en gerust leven kunnen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid.

Burgerlijke overheid en de kerk

De burgerlijke overheid en de kerk hebben elk hun eigen terrein en taak: de een heeft de burgerlijke en de andere de geestelijke regering. De overheid mag zich niet met kerkelijke zaken bemoeien, en de kerk mag alleen aan de overheid voorhouden hoe zij volgens Gods Woord moet regeren. Kan dat wel, als er grondwettelijk sprake is van godsdienstvrijheid en scheiding van kerk en staat; als er sprake is van multireligiositeit en een christelijke minderheid? Het kan en mag niet anders.

Houding van de onderdaan

Vrees

De overheid is te vrezen als men kwaad doet.

Ro 13:3 Want de overheidspersonen zijn niet voor het goede, maar voor het kwade werk te vrezen. Wilt u nu de overheid niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben, Ro 13:4 want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u het kwade doet, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade bedrijft. (Telos)

Onderdanigheid

Wij behoren de overheden, als dienaren van God, te hoogachten en te gehoorzamen, vanwege hun goddelijke ambt (Rom. 13: 1-6). Ook als de overheid de christenen vervolgt. Ten tijde van de wrede keizer Nero schreef Paulus aan Titus:

Tit 3:1 Herinner hen eraan, aan overheden en machten onderdanig te zijn, gehoorzaam, tot alle goed werk bereid te zijn, (Telos)

De onderdanen van een overheid hebben haar onderdanig te zijn. Om twee redenen: (1) om de straf die zij kan toedelen en (2) om het geweten, namelijk dat zij Gods dienares is.

Ro 13:1 Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld. (...) Ro 13:4 want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u het kwade doet, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade bedrijft. Ro 13:5 Daarom is het nodig onderdanig te zijn, niet alleen om de straf, maar ook om het geweten. (Telos)

Ongehoorzaamheid

Tegenover onderdanigheid staat ongehoorzaamheid. In de regel is het verkeerd om de overheid ongehoorzaam te zijn.

Ro 13:2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, weerstaat de instelling van God; en zij die weerstaan, zullen oordeel voor zichzelf ontvangen. (Telos)

Hieronder een voorbeeld van burgerlijke ongehoorzaamheid: ongehoorzaamheid aan het rookverbod in de horeca:

"Het rookverbod in de horeca is volgens Clean Air Nederland tot nu toe een mislukking. Volgens de belangenorganisatie voor niet-rokers negeert een meerderheid van de kroegen het verbod omdat er onvoldoende handhaving is. Clean Air Nederland wil dat horecagelegenheden voor de rechter worden gesleept als ze geregeld in de fout gaan. Ook moeten rokers zelf boetes kunnen krijgen als ze het rookverbod in de horeca overtreden. Clean Air Nederland zegt dat het in een maand tijd 3000 klachten heeft ontvangen, vooral van mensen die zelf in de horeca werken." (Radio Nederland Wereldomroep, 31 dec. 2008)

Belasting betalen

Een christen betaalt belasting opdat de overheid haar taak kan uitvoeren.

Ro 13:6 Want daarom betaalt u ook belasting; immers, zij zijn dienaars van God, juist daarin voortdurend werkzaam. Ro 13:7 Geeft aan allen wat hun toekomt: belasting, aan wie belasting; tol, aan wie tol; vrees, aan wie vrees; eer, aan wie eer toekomt. (Telos)

Eren van de overheid

Ro 13:6 Want daarom betaalt u ook belasting; immers, zij zijn dienaars van God, juist daarin voortdurend werkzaam. Ro 13:7 Geeft aan allen wat hun toekomt: belasting, aan wie belasting; tol, aan wie tol; vrees, aan wie vrees; eer, aan wie eer toekomt. (Telos)

1Pe 2:17 Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de koning. (Telos)

Varia

Over Calvijns visie op de overheid en haar godsdienstige taak, zie Johannes Calvijn.