Palmboom

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De palmboom (dadelpalm; Eng. date palm; Frans palmepalmier dattier; Grieks phoinix; Latijn Phoenix dactylifera L.) is een boomsoort die in het oude Israël zeer verbreid was en gewaardeerd werd om zijn grootte, waardoor hij schaduw verschaft, en om zijn vruchten, de dadels. De palmboom kan zeer oud worden en geeft tot op het laatst vruchten.

Palmbomen in Kapernaum, Israël. 

De palmboom is één van de vruchtdragende boomsoorten die in Israël voorkomen:

Joe 1:12 De wijnstok is verdord, de vijgeboom is flauw; de granaatappelboom, ook de palmboom en appelboom; alle bomen des velds zijn verdord; ja de vrolijkheid is verdord van de mensenkinderen. (SV)

Takken en bladeren. De palmboom draagt steeds alleen aan de top 50 à 80 dunne takken, korter naarmate ze hoger zijn en die zich aan de top boogsgewijze naar de aarde neerbuigen en brede schaduw verbreiden. Zij staan gewoonlijk zes in een kring rondom den stam en dragen rietachtige, zwaardvormige, altijd groene bladeren van ongeveer twee duim breedte en 8 à 12 duim lengte.[1]

Palmstad Jericho. Palmen waren in menigte vooral te vinden bij Jericho. De naam “Jericho” betekent dan ook “Palmstad”.

Palmboom van Debora. Er stond een beroemde palmboom op het gebergte Efraïm, tussen Rama en Bethel, waaronder de profetes Debora woonde en recht sprak.

Ri 4:5 En zij woonde onder den palmboom van Debora, tussen Rama en tussen Beth-el, op het gebergte van Efraïm; en de kinderen Israëls gingen op tot haar ten gerichte. (SV)

De groei van de rechtvaardige is als de groei van een palmboom.

Ps 92:12 (92-13) De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon. Ps 92:13 (92-14) Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods. Ps 92:14 (92-15) In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, Ps 92:15 (92-16) Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht. (SV)

De bruid als een palmboom. De bruidegom in Hooglied vergelijk de bruid met slanke hoge palmboom met trossen.

Hoo 7:7  Deze uw lengte is als een palmboom, en uw borsten als trossen. (CP[2])

Dadelsoord Bethanië. De palmen groeiden in menigte op het deel van het Olijfberg waaraan Bethanië lag. De naam Bethanië is ontleend aan de palmen en betekent “huis van dadels, dadelsoord”

Jezus' intocht. Na zijn verblijf in Bethanië hield Jezus zijn intocht in Jeruzalem. De menigte ging hem tegemoet met palmtakken. De Israëlieten bedienden zij zich van palmtakken bij zegetochten en andere soortgelijke plechtige gelegenheden, om de weg er mede te bestrooien voor degene die zij hulde brachten.

Joh 12:12  De volgende dag, toen de grote menigte die naar het feest was gekomen, hoorde dat Jezus naar Jeruzalem kwam, Joh 12:13 namen zij de takken van de palmbomen en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer, en: De koning van Israel! (TELOS)

Loofhutten. Palmtakken werden door de Israëlieten bij voorkeur gebruikt tot versiering van hun loofhutten op het Loofhuttenfeest in de herfst.

Teken van vreugde en zegeviering. De Israëlieten bedienden zich ook van palmtakken om ermee te zwaaien en zodoende hun vreugde en eerbied te doen blijken. De palmtakken zijn zinnebeelden van vreugde, overwinning en zegeviering. De Joden zeggen “Als een man palmtakken in zijn hand neemt, weten we dat hij zegevierend is.”[3]

De toekomstige grote menigte van verlosten voor de troon van God heeft palmtakken in hun handen.

Opb 7:9 Daarna zag ik en zie, een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en alle geslachten en volken en talen, stond voor de troon en voor het Lam, bekleed met lange witte kleren en met palmtakken in hun handen. (TELOS)

Bronnen

  • Bijbelcommentaar van Gill bij Joh. 12:13.
  • Harting, Grieks-Nederlands woordenboek van het Nieuwe Testament s.v. phoinix.

Voetnoten

  1. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Hoogl. 7:7. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt.
  2. Vertaling op Christipedia, gebaseerd op de Statenvertaling
  3. Vajikra Rabba, sect. 30. fol. 170. 3. Aangehaald door het commentaar van Gill bij Joh. 12:13.