Perizzieten

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Perizzieten behoorden tot de oudste bewoners van Kanaän. In de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling heten zij Ferezieten.

De naam 'Perizziet' betekent 'behorend bij een dorp'[1] of 'dorpsbewoner'[2], waarschijnlijk van Hebr. Ferazoth, 'landelijke streek'[2] of 'verspreid wonende'[3].  

Hoewel ze in Kanaän woonden, worden ze niet genoemd in de vermelding van Kanaänietische stammen die van Kanaän, de zoon van Cham en de kleinzoon van Noach, afstammen (Gen. 10:15-19), maar komen slechts voor in de opsomming van de bewoners van het land (Gen. 15:20; Exod. 3:8; Deut. 7:1; Joz. 11:3). 

De eerste keer worden ze in de Bijbel vermeld in Gen. 13:7:

Ge 13:7 Daardoor ontstond er twist tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee. De Kanaanieten nu en de Perizzieten woonden toen in het land. (NBG51)

Wij vinden hen in verschillende delen van het land. Zij woonden in de streek van de stam Efraïm en half Manasse of daaraan grenzend. 

Joz 17:15 Toen zeide Jozua tot hen: Als gij een talrijk volk zijt, trekt dan naar het woudgebied en kapt u daar ruimte in het land der Perizzieten en Refaieten, als het gebergte van Efraim u te eng is. (NBG51)

Ze waren meerder en machtiger dan de Israëlieten.

De 7:1 Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; (SV)

God beloofde aan Mozes de Perizzieten te zullen verdrijven (Ex. 34:11; Deut. 7:1)

Ex 34:11 Houd u aan wat Ik u heden gebied. Zie, Ik zal de Amorieten, Kanaänieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten voor u uit verdrijven. (HSV)

De Perizzieten streden tegen het volk Israël, nadat het de Jordaan was overgestoken. 

Joz 24:11 Nadat gij de Jordaan overgestoken en bij Jericho gekomen waart, streden tegen u de burgers van Jericho, de Amorieten, de Perizzieten, de Kanaanieten, de Hethieten, de Girgasieten, de Chiwwieten en de Jebusieten, maar Ik gaf hen in uw macht. (NBG51)

Na de dood van Jozua streed Juda tegen de Perizzieten en versloeg ze. 

Ri 1:4 Toen Juda opgetrokken was, gaf de HERE de Kanaanieten en de Perizzieten in hun macht, en zij versloegen hen bij Bezek, tienduizend man;

Ri 1:5 want zij troffen Adonibezek aan te Bezek en streden tegen hem, en zij versloegen de Kanaanieten en de Perizzieten.

(NBG51)

Israël verdreef niet alle Ferezieten. Ze woonden in hun midden en vermengden zich met hen.

Ri 3:5 Toen nu de Israëlieten te midden van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten woonden,
Ri 3:6 namen zij hun dochters voor zich tot vrouwen en gaven zij hun [eigen] dochters aan hun zonen. En zij dienden hun goden.
(HSV)

Koning Salomo riep de overgebleven Perizzieten op om slaafse herendienst te verrichten (1 Kon. 9:20-21). 

Israël vermengde zich met de Perizzieten en zonderde zich niet af van hun gruwelen (afgoden)(Ezr. 9:1-2).

Voetnoten

  1. Aldus Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. 2,0 2,1 Bromiley, Geoffrey  W.: The International Standard Bible Encyclopedia, Revised (Wm. B. Eerdmans, 1988, 2002), s.v. Perizzite.
  3. Aldus Hengstenberg, in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 13:7. Dit bijbelcommentaar is onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.