Petrus

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Petrus, de bijnaam van Simon, de zoon van Jona, was een van de twaalf discipelen van Jezus Christus die later een apostel van Hem werd.

Petrus werd geboren in Galilea.

Naam en bijnaam

Petrus' eigenlijke naam was Simon (= "God verhoort"). In de kring van de twaalf leerlingen van Jezus was een tweede Simon, bijgenaamd de Zeloot. De eerste Simon wordt genoemd Simon bar Jona, hetgeen betekent Simon, zoon van Jona

Joh 1:42 (1-43) Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei: Jij bent Simon, de zoon van Jona, jij zult Kefas heten-wat vertaald wordt: steen. (TELOS)

Mt 16:17 Jezus nu antwoordde en zei tot hem: Gelukkig ben jij, Simon, Bar-jona, want vlees en bloed heeft je dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is. (TELOS)

De Heer Jezus noemt hem later '[zoon] van Johannes':

Joh 21:15  Toen zij dan hadden ontbeten, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, [zoon] van Johannes, heb je Mij meer lief dan dezen? ... (TELOS)

Joh 21:15 Wanneer ze dan het morgenmaal gehouden hebben zegt Jezus tot Simon Petrus: Simon-van-Johannes, heb je mij lief, méér dan zij? ... (Naardense vertaling)

Anderen echter lezen 'van Jona' (Statenvertaling, Herziene Statenvertaling).  "Petrus" is zijn bijnaam, het is in onze taal een Latijnse naam, afgeleid van de Griekse naam "Petros". Van de Heer kreeg Simon de bijnaam Kefas, Grieks Κηφᾶς.

Joh 1:42 (1-43) Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei: Jij bent Simon, de zoon van Jona, jij zult Kefas heten-wat vertaald wordt: steen. (TELOS)

Het woord Kefas is van Aramese (Syrische) oorsprong, van Kefa. Kefa in het Grieks voorzien van een mannelijke uitgang geeft Kefas. Het Aramese woord Kefa betekent "rots, steen, rotsblok". De Griekse vertaling van de Aramese bijnaam is Πέτρος, Petros, dat "steen" betekent, en in het Grieks afgeleid is van πετρα, Petra = rots. Petros is een rotsblok, een losgebroken stuk van een rots, een rotssteen die men nog kan tillen en werpen[1]. Petra daarentegen is de massieve en vaste rots[1]. De betekenissen "rots" en "steen", in het Grieks onderscheiden, liggen allebei besloten in het Aramese Kefa.

De apostel Paulus bezigt in zijn brieven aan de Korinthiërs (1 Korinthiërs) en de Galaten de naam "Kefas" voor de apostel Simon Petrus. In de laatste brief gebruikt hij ook, tweemaal, de naam "Petrus".

De Heer Jezus zei tot Simon, nadat deze Hem als de Christus en de zoon van de levende God had beleden:

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus (Gr. Petros) bent, en op deze rots (Gr. petra) zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen. (TELOS)

Als we vertalen naar de Griekse woordspeling Petros en Petra, kunnen wij vertalen "jij bent Rotsblok en op deze rots zal Ik..." of "jij bent Steen en op dit gesteente zal Ik...". De Heer Zelf is de rots, en zijn leerling Petrus, met zijn Heer verbonden, is een steen van de rots. Over de betekenis van de uitspraak van de Heer, zie het commentaar op Matth. 16:18.

De naam Petrus werd door de verspreiding van het Christendom en het Nieuwe Testament wijd en zijd bekend. De bijnaam Petrus werd een eigennaam en een geliefde naam van mannen, met afleidingen in allerlei talen: Peter, Pietro, Piero, Pierre, Pierrot, Pedro, Pérez, Peko, Pietrek, Pjotr, Petruschka, Petar, Penćo, Petö, Pekka, Butros enz.

Beroep en roeping

Van beroep was hij visser. Hij viste op het meer van Genesareth. Hij werd door Christus geroepen om een visser van mensen te worden. Hij was getrouwd en het is bekend, uit 1 Korinthiërs, dat zijn vrouw hem vergezelde op zijn zendingsreizen.

Een schilderij voorstellend Petrus, gemaakt door Peter Paul Rubens. Petrus is afgebeeld met een pallium (onderdeel van de liturgische kleding) en de sleutels van de hemel.

Hij was een spontaan en impulsief persoon, maar had een klein hartje. Hij was de eerste die verklaarde dat Jezus de Christus, de zoon van de levende God is. Deze belijdenis behoort tot het geloofsfundament van de gemeente van Christus. Echter was Petrus ook degene die Christus verloochende in de tuin van Getsémané.

Hij had heel zijn leven lang moeite om afstand te doen van bepaalde zienswijze van de joodse godsdienst.

Hij werd hier op verschillende tijdstippen op gewezen. Voordat hij een ontmoeting had met Cornelus – een Romeinse legeroverste – en later in een aanvaring met de apostel Paulus in Antiochie.

Einde van zijn leven op aarde

Wij weten dat hij in Rome verbleef aan het einde van zijn leven. In 1 Petrus 5: 14 vinden wij de enige tekst die aangeeft dat Petrus in Rome woonde.

Uit de geschriften van Clemens en Ignatius weten wij dat Petrus een marteldood is gestorven. Waarschijnlijk onder het bewind van keizer Nero (Antium, 15 december 37 - bij Rome, 9 juni 68).

Legende. Een legende vertelt ons dat Petrus aanvankelijk de marteldood wilde ontvluchten door uit Rome te vluchten. Onderweg ontmoette hij Christus, die juist naar Rome ging. Petrus vroeg aan Hem: waarheen gaat gij, Heer? (in het Latijn: Qua vadis, Domine ?). Christus antwoordde met de woorden "naar Rome om weer gekruisigd te worden". Dit beschaamde Petrus en hij keerde terug naar Rome. Nadat hij gearresteerd was, werd hij naar de arena geleid om gekruisigd te worden. Maar omdat hij zich niet waardig vond om dezelfde dood te sterven als zijn Heer, werd hij op zijn verzoek, ondersteboven gekruisigd.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.