Pontius Pilatus

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pontius Pilatus, ook kortweg Pilatus genoemd, was Romeins stadhouder (gouverneur) van Judéa, Samaria en Idumea van 26 – 36 na Chr. Over hem lezen wij in het Nieuwe Testament in Marcus 15:1-15; Lucas 3:1; Handelingen 3:13; 1 Tim. 6:13.

Pilatus volgde in 26 n.Chr. Valerius Gratus als stadhouder op werd daarmee de 5e prefect (stadhouder) van Judea. Kajafas was toen al acht jaar hogepriester (18-36 n.C.).

Tijdbalk: van Augustus tot Vespasianus
JeruzalemVespasianusVitelliusOthoGalbaGessius FlorusLucceius AlbinusPorcius FestusNeroFelix (stadhouder)Ventidius CumanusHerodes Agrippa IITiberius Julius AlexanderCuspius FadusHerodes AgrippaClaudiusMarullusCaligulaMarcellusPontius PilatusKajafasValerius GratusTiberiusAnnius RufusMarcus AmbiviusCoponiusAnnasArchelaüsFilippusHerodes AntipasJezus ChristusHerodes de GroteAugustus
In Caesarea Maritima (Israël) gevonden steen met de naam van Pontius Pilatus op de tweede regel.


Pilatus wordt door Joodse auteurs beschreven als ‘onbuigzaam’, ‘wreed’, ‘ontactisch’, ‘met weinig respect voor de Joden’. Pilatus gebruikte tempelschatten om een aquaduct te bouwen.

Aan deze landvoogd werd Jezus door de Joodse raad overgeleverd:

Mt 27:1 Toen het nu morgen was geworden, beraadslaagden al de overpriesters en de oudsten van het volk tegen Jezus om Hem te doden. Mt 27:2 En nadat zij Hem hadden gebonden, leidden zij Hem weg en leverden Hem over aan <Pontius> Pilatus, de stadhouder. (TELOS)

Pilatus ondervroeg hem. Op de vraag "Bent u de koning der Joden?" antwoordde de Heer: "U zegt het". En op Pilatus' vraag "Hoort u niet hoeveel zij tegen u getuigen?" antwoordde Jezus niets. De Heer antwoordde hem op geen enkel woord, wat de stadhouder zeer verwonderde (Matth. 27:14). Pilatus liet de Raad weten geen schuld in Jezus te vinden.

Lu 23:4 Pilatus nu zei tot de overpriesters en de menigten: Ik vind geen schuld in deze mens. (TELOS)

Toen Pilatus op de rechterstoel zat en aan het volk, ter gelegenheid van het Paasfeest, de keus liet, Jezus Barabbas "of Jezus die Christus wordt genoemd" vrij te laten, zond zijn vrouw hem een boodschap: "Heb niets te doen met die Rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden." (Matth. 27:19). Pilatus gaf echter gehoor aan het opgehitste volk, dat om de kruisiging van Jezus riep.

Mt 27:26  Toen liet hij hun Barabbas los, maar Jezus geselde hij en leverde Hem over om gekruisigd te worden. (TELOS)

Na een aanklacht van de Samaritanen werd de prefect Pontius Pilatus door keizer Tiberius afgezet.

Bron

Gerard Kramer, Mt. 27:1-26 De weg naar het kruis, lezing gehouden 25 febr. 2011 te Amerongen. De spreker is classicus.