Pretribulationisme

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin van of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

Het woord pretribulationisme komt van 'pre' (= voor) en het Latijnse woord 'tribulatio' (= verdrukking).

Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus' wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

Argumenten

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

Niet bestemd tot toorn

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn - de grote dag van Gods toorn, Opb. 6:17 - maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn. (TELOS)

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus, (TELOS)

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. (TELOS)

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. (TELOS)

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kan kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (TELOS)

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven. (TELOS)

Bewaring vóór het uur van de verzoeking

De Heer Jezus beloofde de gelovigen in Filadelfia te bewaren vóór 'het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen' (Opb. 3:10).

Opb 3:10 Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. Opb 3:11 Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt. (Telos)

Deze belofte mogen wij ook op onszelf toepassen. In het uur van de verzoeking behoren wij, tegenwoordige gelovigen, niet tot 'hen die op de aarde wonen'.

Zie ook Uur van de verzoeking.

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente. Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, maar miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Het is 'niet-mijn-volk'. Israël heeft echter niet voor altijd afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn onberouwelijk. Jacob ging voor Rachel, maar hij kreeg Lea. Maar na zijn huwelijk met Lea werd ook Rachel, de aanvankelijk beoogde vrouw, verworven. Zo zal God Isräel als volk (terug)winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft.

Sinds de 19e eeuw zien wij dat, onder Gods bestuur, Israëlieten weer terugkeren naar het beloofde land, zij het in ongeloof aan de ware messias Jezus Christus. De 19e-eeuwse pretribulationisten meenden dat de volgende gebeurtenissen zouden plaatsvinden ná de opname van de gemeente: de terugkeer naar het beloofde land, de oprichting van de staat Israël (1948), de verovering van oud Jeruzalem (1967), de vorming van een Christusgelovig overblijfsel in Israël.

Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk zondert 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

Ontmoeting met de Heer in de lucht

Bij de opname van de gemeente, wanneer de Heer Jezus haar tot zich neemt (Joh. 14:3), gaat de gemeente haar Heer tegemoet in de lucht.

1Th 4:17 daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn. (TELOS)

Na de grote verdrukking komt de Heer op aarde en zullen zijn voeten staan op de Olijfberg (Zach. 14:5).

Uit de hemel met de Heer verschijnen in de wereld

De Heer Jezus Christus daalt met zijn heiligen neer uit de hemel en verschijnt in de wereld (Col. 3:4; 1 Thess. 3:13; Op 17:14; 19:14), dus moeten zij voordien zijn opgenomen in de hemel. Van de tien koningen en het Beest wordt gezegd:

Opb 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen - want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen - en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen. (Telos)

Opb 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. (...) Opb 19:14 En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen. (Telos)

De weerhouder

De apostel Paulus schetst in 2 Thess. 2 een reeks van toekomstige gebeurtenissen: wegneming van de weerhouder (tegenhouder) » Afval, mens-van-de-zonde » Dag van de Heer, oordeel en verschijning van de Heer Jezus. De gelovigen te Thessalonica wisten wat of wie de de openbaring van 'de mens van de zonde' tegenhield.

2Th 2:6  En nu, u weet wat hem tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn tijd. 2Th 2:7  Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen hij die nu tegenhoudt, blijft totdat hij weggenomen wordt. 2Th 2:8  En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en ten niet doen door de verschijning van zijn komst; (Telos)

Wie of wat is de weerhouder? De beste verklaring is: de Gemeente en/of de Heilige Geest die in haar woont, Want in vers 1 van hoofdstuk 2, het vers dat het gedeelte inleidt, is sprake van 'de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem".

2Th 2:1 Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, (Telos)

Deze bijeenvergadering is de opname. De komst van de Heer Jezus Christus is "de verschijning van zijn komst" (vers 8) in de wereld. De bijeenvergadering valt samen met het wegnemen van de Heilige Geest, 'hij die nu tegenhoudt' (vers 7). Zowel de Geest als de bruid van Christus verlangen naar de komst van de Heer Jezus; beiden zeggen 'kom!'

Opb 22:17  En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! ... (Telos)

De Heilige Geest, de Geest der waarheid, wordt weggenomen, en zijn plaats wordt als het ware ingenomen door een 'werking van de dwaling' (vers 11), leugen (vers 9) en bedrog (vers 10). De Heilige Geest was door God gezonden, de werking van de dwaling ook. Tussen haakjes, de Heilige Geest op zijn beurt kon niet komen zolang de Heer Jezus op aarde verbleef.

Joh 16:7  Maar Ik zeg u de waarheid: het is nuttig voor u dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zal de Voorspraak niet tot u komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. (Telos)