Priscilla

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Priscilla (= "Oudje") of Prisca (= "Oud") was een gelovige Jodin, echtgenote van Aquila. Zij betoonde zich zeer ijverig in de verbreiding van het christendom. Zij en haar man hadden een gemeente in hun huis (1 Cor. 16:19; Rom. 16:5).

Naam. De Griekse naam in het Nieuwe Testament is πρισκιλλα, Priscilla. De naam is van Latijnse oorsprong en betekent "oudje"[1]. In de uitspraak ligt de klemtoon op de eerste lettergreep 'pris'. Priscilla is een verkleinwoord van πρισκα, Priska = "oud". De naam Priscilla komt 5x voor in het Nieuwe Testament, de naam Prisca 3x. Het Strongnummer van Priscilla is 4252, van Prisca 4251.

Priscilla en haar man waren als Joden verdreven uit Rome door een edict van de Romeinse keizer Claudius (regeerde 41 - 54 n.C.; het edict was ca. 49/50 n.C.).

De apostel Paulus ontmoette haar in de Griekse stad Korinthe, op zijn tweede zendingsreis. Zij en haar man waren tentenmakers van beroep.

Hnd 18:2 En hij vond een Jood genaamd Aquila, van geboorte uit Pontus, die onlangs uit Italie was gekomen, met zijn vrouw Priscilla (omdat Claudius had bevolen dat alle Joden uit Rome moesten vertrekken) en hij ging naar hen toe; Hnd 18:3 en omdat hij van hetzelfde beroep was, bleef hij bij hen en werkte, want zij waren tentenmakers van beroep. (TELOS)

Zij wordt viermaal vóór haar man genoemd, onder meer in:

Hnd 18:18 Nadat nu Paulus nog vele dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en voer weg naar Syrie, en met hem Priscilla en Aquila, nadat hij in Kenchrea zijn hoofd had laten scheren, want hij had een gelofte gedaan. (TELOS)

Hnd 18:26 En deze begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. Toen nu Priscilla en Aquila hem hadden gehoord, namen zij hem met zich mee en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit. (TELOS)

Paulus noemt haar in zijn brieven altijd Prisca.

Ro 16:3 Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus (TELOS)

1Co 16:19 U groeten de gemeenten van Asia. U groeten zeer in de Heer Aquila en Prisca, met de gemeente in hun huis. (TELOS)

Priscilla (midden) met Aquila (rechts) spreken met Apollos (links). Aristieke verbeelding.

2Ti 4:19 Groet Prisca en Aquila en het huis van Onesiforus. (TELOS)

Prisca en Aquila reisden met Paulus naar Efeze, waar ze in staat waren om Apollos nader in te lichten en geestelijk te helpen (Hand. 18:18-26). Ze waren nog te Efeze toen Paulus schreef:

1Co 16:19  U groeten de gemeenten van Asia. U groeten zeer in de Heer Aquila en Prisca, met de gemeente in hun huis (TELOS)

Zij en haar man waren in Rome toen de brief aan de heiligen daar werd geschreven, waarin Paulus zei dat ze voor zijn leven hun hals gewaagd hadden, en dat alle gemeenten van de volken hen danken.

Ro 16:3 Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus Ro 16:4 (die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben; niet ik alleen dank hen, maar ook alle gemeenten van de volken), (TELOS)

Ze hadden een gemeente in hun huis (1 Cor. 16:19; Rom. 16:5). Nog in zijn laatste brief zendt Paulus zijn groeten aan haar en haar man.

2Ti 4:19 Groet Prisca en Aquila en het huis van Onesiforus. (TELOS)

Voetnoot

  1. Vergelijk: Lexique grec (numéros Strong), onderdeel van de Online Bible (uitgeverij Importantia).