Profeteren

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Profeteren is woorden spreken die door God of een geest zijn ingegeven of geopenbaard.

Woord. Het woord 'profeteren' komt van het Latijnse werkwoord profiteri. In het Nederlands kan 'profeteren' ook gebruikt worden in de betekenis van 'voorzeggen, voorspellen'.

Opdracht. Profeteren is gewoonlijk in opdracht van God spreken.

Openbaring. De bron van de profetie is een openbaring of ingeving. De Geest van God kwam op de Leviet Jahaziël en deze profeteerde, nadat koning Josafat God had aangeroepen.

2Kr 20:14 Toen kwam de Geest des HEEREN in het midden der gemeente, op Jahaziel, den zoon van Zecharja, den zoon van Benaja, den zoon van Jehiel, den zoon van Matthanja, den Leviet, uit de zonen van Asaf; 2Kr 20:15 En hij zeide: Merkt op, geheel Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem, en gij, koning Josafat! Alzo zegt de HEERE tot ulieden: Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods. 2Kr 20:16 Trekt morgen tot hen af; ziet, zij komen op bij den opgang van Ziz; en gij zult hen vinden in het einde des dals, voor aan de woestijn van Jeruel. 2Kr 20:17 Gij zult in dezen [strijd] niet te strijden hebben; stelt uzelven, staat en ziet het heil des HEEREN met u, o Juda en Jeruzalem! Vreest niet, en ontzet u niet, gaat morgen uit, hun tegen, want de HEERE zal met u wezen. (SV)

De Geest openbaarde door Jahaziël wat gebeuren zou. Uit de eerste brief van Paulus aan de discipelen te Korinthe:

1Co 12:7 Maar aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is. (...) 1Co 14:6 En nu, broeders, als ik tot u kom en in talen spreek, welk nut zal ik u doen, als ik niet tot u spreek of in openbaring, of in kennis, of in profetie, of in leer? (...) 1Co 14:26 Hoe is het dan, broeders? Wanneer u samenkomt, heeft ieder een psalm, heeft een leer, heeft een openbaring, heeft een taal, heeft een uitlegging; laat alles gebeuren tot opbouwing. (...) 1Co 14:29 En laten twee of drie profeten spreken en laten de anderen het beoordelen. 1Co 14:30 En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat de eerste zwijgen. (TELOS)

Ingeving. Profeteren kan ook geschieden door goddelijke ingeving zonder dat de spreker een goddelijke opdracht heeft ontvangen. Een geval is het profeteren door Kajafas aangaande de dood van Jezus.

Joh 11:49 Maar een van hen, Kajafas, die in dat jaar hogepriester was, zei tot hen: Joh 11:50 U weet niets, en u bedenkt niet, dat het nuttiger voor ons is dat een mens sterft voor het volk en niet de hele natie verloren gaat. Joh 11:51 Dit nu zei hij niet uit zichzelf, maar daar hij hogepriester in dat jaar was, profeteerde hij dat Jezus zou sterven voor het volk; (TELOS)

Strekking. Profeteren strekt ertoe dat de ontvanger van de boodschap opgebouwd wordt, overtuigd wordt, vermaand wordt, getroost wordt en/of geleerd wordt.

1Co 14:3 Maar wie profeteert, spreekt voor mensen tot opbouwing, vermaning en vertroosting. 1Co 14:4 Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op; maar wie profeteert, bouwt de gemeente op. 1Co 14:5 En ik wilde wel dat u allen in talen sprak, maar nog meer dat u profeteerde. En wie profeteert, is meer dan wie in talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, opdat de gemeente opbouwing ontvangt. (TELOS)

1Co 14:24 Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of een onkundige binnen, dan wordt hij door allen overtuigd, door allen beoordeeld; (TELOS)

1Co 14:31 Want u kunt allen, een voor een, profeteren, opdat allen leren en allen vertroost worden. (TELOS)

Genadegave. De dienst van profetie in de gemeente van Christus is een genadegave van God. Sommige gelovigen hebben deze gave.

Ro 12:4 Want zoals wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werking hebben, Ro 12:5 zo zijn wij, de velen, een lichaam in Christus, en elk afzonderlijk leden van elkaar. Ro 12:6 Daar wij nu verschillende genadegaven hebben, naar de genade die ons gegeven is, Ro 12:7 hetzij profetie, laat het zijn naar gelang van het geloof; hetzij dienst, in het dienen; hetzij wie leert, in het leren; (Telos)

Ieder kan profeteren. Elke gelovige in Christus kan door de Geest profeteren (1 Cor. 14).

1Co 14:31 Want u kunt allen, een voor een, profeteren, opdat allen leren en allen vertroost worden. (TELOS)

God kan spreken door de mond van een heidense koning.

2Kr 35:20 Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet. 2Kr 35:21 Toen zond [hij] boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve. 2Kr 35:22 Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo. (SV)

Nastrevenswaard. Wegens het nut ervan is profeteren iets dat waard is om nagestreefd te worden.

1Co 14:1 Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren. (TELOS)

1Co 14:39 Daarom, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren, en verhindert het spreken in talen niet. (TELOS)

Regels. In Rom. 12 zegt de apostel Paulus dat profetie moet zijn 'naar gelang van het geloof' (vers 7) en dat men niet hoger moet denken dan het behoort (vers 3).

Ro 12:4 Want zoals wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werking hebben, Ro 12:5 zo zijn wij, de velen, een lichaam in Christus, en elk afzonderlijk leden van elkaar. Ro 12:6 Daar wij nu verschillende genadegaven hebben, naar de genade die ons gegeven is, Ro 12:7 hetzij profetie, laat het zijn naar gelang van het geloof; hetzij dienst, in het dienen; hetzij wie leert, in het leren; (Telos)

De apostel heeft richtlijnen gegeven voor het uitoefenen van deze geestelijke gave in de gemeentelijke samenkomst (1 Cor. 14).  Ten dele. Wie profeteert heeft geen volmaakte kennis, noch verstaat hij steeds wat hij zegt.

1Co 13:9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, (TELOS)

Met muziek. Ten tijde van David, die de zangers ordende tot het gezang van het huis van Jahweh (1 Kron. 25:6), werd door zangers geprofeteerd terwijl zij een muziekinstrument bespeelden.

1Kr 25:3 Wat betreft Jeduthun: de zonen van Jeduthun waren Gedalja, Zeri, Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes. Zij stonden onder leiding van hun vader Jeduthun die bij het spel van de harp profeteerde onder het loven en prijzen van de HEERE. (...) (HSV)[1]

Profeteren door een onreine geest

Profeteren kan onder invloed van een onreine of boze geest gebeuren. Saul profeteerde eerst onder invloed van Gods Geest en later, toen de Geest van God hem verlaten had, onder invloed van een boze geest.

1Sa 18:10 En het geschiedde des anderen daags, dat de boze geest Gods over Saul vaardig werd, en hij profeteerde midden in het huis, en David speelde op snarenspel met zijn hand, als van dag tot dag; Saul nu had een spies in zijn hand. (SV)

Hierna heeft Saul, toen hij David wilde halen, onder invloed van Gods Geest geprofeteerd.

1Sa 19:23 Toen ging hij daarheen, naar Najoth bij Rama; en dezelfde Geest van God kwam ook op hem. En al profeterend ging hij verder, totdat hij in Najoth bij Rama kwam. HSV)

De priesters van de afgod Baäl profeteerden ook.

1Kon 18:29 Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking. (SV)

De vertalers van de Herziene Statenvertaling verkozen het neutrale woord 'in geestvervoering raken'.

1Kon 18:29 En het gebeurde, toen de middag voorbij was, dat zij in geestvervoering raakten, tot de tijd van het brengen van het graanoffer. Er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde; er kwam geen teken van leven. (HSV)

De valse profeten Zedekia en anderen profeteerden voor de koningen van Israël en Juda:

1Kon 22:11 Zedekia, de zoon van Kenaäna, had ijzeren horens voor zichzelf gemaakt, en zei: Zo zegt de HEERE: Hiermee zult u de Syriërs neerstoten, totdat u hen vernietigd hebt. 1Kon 22:12 En alle profeten profeteerden hetzelfde: Trek op naar Ramoth in Gilead en u zult slagen, want de HEERE zal hen in de hand van de koning geven. (HSV)

God kan een leugengeest (een boze geest die leugens spreekt) in de mond van valse profeten geven, terwijl Hij tevens een ware profeet kan laten spreken:

1Kon 22:23 Welnu, zie, de HEERE heeft een leugengeest in de mond van al deze profeten van u gegeven, en de HEERE heeft onheil over u uitgesproken. (HSV)

In de toekomst zal het profeteren van leugen ophouden.

Zac 13:2 Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden. Ja, ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen. Zac 13:3 En het zal gebeuren, wanneer iemand toch nog profeteert, dat zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, tegen hem zullen zeggen: Jij mag niet blijven leven, want je hebt leugens gesproken in de Naam van de HEERE. Zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert. Zac 13:4 Op die dag zal het gebeuren dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert. Zij zullen geen haren mantel aantrekken om te liegen. Zac 13:5 Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet. Ik ben een man die het land bewerkt, omdat iemand mij daarvoor heeft geworven vanaf mijn jeugd. (HSV)

Meer weten

Zie ook het artikel Profeet.

Voetnoot

  1. Vers 5 zegt: Deze allen waren zonen van Heman, de ziener van de koning, met woorden van God om de hoorn op te heffen. God had Heman veertien zonen gegeven en drie dochters. (HSV). De betekenis van de 'hoorn opheffen' is onzeker. Verklaringen zijn:
    1) het muziekinstrument de (rams)hoorn opheffen en blazen; hiertegen kan men met August Dächsel inbrengen dat van hoornen bij de tempelmuziek geen sprake was;
    2) de hoorn verhogen of verheffen is een symbool van macht en sterkte. God had Heman macht verleend door hem een talrijk huisgezin te geven, namelijk 14 zonen en 3 dochters. Deze laatste verklaring geeft Dächsel.