Psalmen (boek)/Psalm 131

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Psalm 131 van het Bijbelboek Psalmen (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

David betuigt zijn ootmoed. Zijn ziel is gerust. Hij vermaant Israël op God te hopen. 

Ps. 131:2

Ps 131:2 Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij. (SV)

Gespeend kind. Als een kind dat van de borst af is, niet meer gezoogd wordt (zie Spenen). Zijn ziel is gelijk een gespeend kind, namelijk niet een dat begint gespeend te worden, maar geheel gespeend bij zijn moeder ligt, zonder ongeduldig schreiend naar de moederborst te verlangen, maar daarmee tevreden, dat het bij de moeder is. Gelijk zo'n gespeend kind is bij David, d.i. in betrekking tot zijn ik, zijn eigen ziel[1]


Frannie Vink zingt "Als een gespeend Kind"

Voetnoot

  1. Naar een commentaar van Delitszch, aangehaald in Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ps. 131:2.