Psalmen (boek)/Psalm 145

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Psalm 145 van het Bijbelboek Psalmen (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Tekst

Ps 145:1 Een lofzang van David. [Aleph]. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos. 
Ps 145:2 [Beth]. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos. 
Ps 145:3 [Gimel]. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. 
Ps 145:4 [Daleth]. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen. 
Ps 145:5 [He]. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden. 
Ps 145:6 [Vau]. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke [daden]; en Uw grootheid, die zal ik vertellen. 
Ps 145:7 [Zain]. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
Ps 145:8 [Cheth]. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 
Ps 145:9 [Teth]. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
Ps 145:10 [Jod]. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen. 
Ps 145:11 [Caph]. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken. 
Ps 145:12 [Lamed]. Om den mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks. 
Ps 145:13 [Mem]. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht. 
Ps 145:14 [Samech]. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
Ps 145:15 [Ain]. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. 
Ps 145:16 [Pe]. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, [naar] [Uw] welbehagen. 
Ps 145:17 [Tsade]. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. 
Ps 145:18 [Koph]. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. 
Ps 145:19 [Resch]. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.
Ps 145:20 [Schin]. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen. 
Ps 145:21 [Thau]. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
(SV)

Samenvatting

Een lofzang van David, waarin hij God, de Koning, verhoogt en looft om zijn grootheid, macht, goedheid, lankmoedigheid, goedertierenheid, barmhartigheid, rechtvaardigheid, zorg, hulpvaardigheid en bewaring.

Ontleding

God wordt in deze psalm gezien als de Koning en Onderhouder van alle schepselen, die goed is voor allen.

David zegt God dat hij Hem altijd zal loven (verzen 1 en 2). Niet alleen David, ook anderen, ja, al zijn werken, zullen God loven (vers 4, 6, 7, 10, 11, 21).

Zij zullen God loven om:

  • zijn ondoorgrondelijke grootheid (verzen 3, 6)
  • Zijn mogendheden (verzen 4, 11, 12)
  • de heerlijkheid der eer van Zijn majesteit (vers 5), de heerlijkheid van Zijn koninkrijk (vers 11), de eer der heerlijkheid van Zijn koninkrijk (vers 12-13)
  • Zijn wonderlijke daden (vers 5)
  • De kracht van Zijn vreselijke daden (vers 6)
  • De grootheid van Zijn goedheid (vers 7)
  • Zijn gerechtigheid (vers 7)
  • Zijn genade (vers 8)
  • Zijn barmhartigheid (vers 8), over al zijn werken (vers 9). Hij ondersteunt en richt op (vers 14)
  • Zijn lankmoedigheid (vers 8)
  • Zijn goedertierenheid, die groot is (vers 8), in al zijn werken is (vers 17)
  • Zijn goedheid, jegens allen (vers 9).
  • Zijn onderhoud van zijn schepselen (verzen 15-16)
  • Zijn rechtvaardigheid (vers 17)
  • Zijn nabijheid bij en verlossing van de roependen (verzen 18-19)
  • Zijn bewaring van zijn liefhebbers (vers 20)

Ps. 145:9

Ps 145:9 [Teth]. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken. (SV)

Aan allen ... over al zijn werken. Vergelijk:

Mt 6:26 Kijkt naar de vogels van de hemel, dat zij niet zaaien, niet maaien en niet in schuren verzamelen, en uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver te boven? (TELOS)

Ps. 145:10

Ps 145:10 [Jod]. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen. (SV)

Al uw werken. Ook de bezielde schepselen die geen mensen zijn. Zij zullen ook het Lam loven.

Opb 5:13 En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Ja, zelfs de onbezielde dingen zijn in staat, door Gods macht, Hem te loven

Lu 19:37 Toen Hij nu de helling van de Olijfberg al naderde, begon de hele massa van de discipelen met blijdschap God te prijzen met luider stem voor alle krachtige daden die zij hadden gezien, Lu 19:38 en zeiden: Gezegend Hij die komt, de koning, in de naam van de Heer! In de hemel vrede en heerlijkheid in de hoogste hemelen. Lu 19:39 En sommigen van de farizeeen uit de menigte zeiden tot Hem: Meester, bestraf uw discipelen! Lu 19:40 En Hij antwoordde en zei: Ik zeg u, als dezen zwijgen, zullen de stenen roepen. (TELOS)

Ps. 145:21

Ps 145:21 [Thau]. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos. (SV)

Vergelijk:

Opb 5:11 En ik zag, en hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, Opb 5:12 en zij zeiden met luider stem: Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof. Opb 5:13 En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. Opb 5:14 En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden. (TELOS)

Ps. 145 en Jezus Christus

Verscheidene lofwaardigheden van God, in deze psalm vermeld, zijn terug te vinden bij Jezus Christus onze Heer, die het Beeld van God is.

Zijn grootheid (verzen 3 en 6).

Mt 8:27 De mensen nu verwonderden zich en zeiden: Wat voor Iemand is Deze, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen? (TELOS)

Zijn mogendheden (verzen 4, 11, 12). Op zijn woord hield de storm op, werden bezetenen bevrijd en zieken genezen. Zo bevrijdde hij een bezetene, die bezet was door een legioen demonen.

Mr 5:20 En hij ging weg en begon in Dekapolis te prediken alles wat Jezus aan hem had gedaan; en allen verwonderden zich.

De bende die hem kwam oppakken viel achterover toen hij hen antwoordde "Ik ben".

De heerlijkheid van zijn koningschap (verzen 5,11-13). Petrus getuigt van de heerlijkheid die de Heer Jezus omgaf toen zij “op de heilige berg waren”. De Heer Jezus had zes dagen tevoren betuigd:

Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. (TELOS)

Petrus schrijft daarover later:

2Pe 1:16  Want niet als navolgers van vernuftig verzonnen fabels hebben wij u de kracht en komst van onze Heer Jezus Christus bekend gemaakt, maar als ooggetuigen van zijn majesteit. 2Pe 1:17 Want Hij ontving van God de Vader eer en heerlijkheid, toen van de luisterrijke heerlijkheid zo’n stem tot Hem kwam: ‘Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden’. 2Pe 1:18 En wij hoorden deze stem uit de hemel komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren. (TELOS)

Aan zijn heerschappij komt geen einde.

Da 7:14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden. (SV)

Zijn wonderlijke daden (vers 5).

Mt 8:27 De mensen nu verwonderden zich en zeiden: Wat voor Iemand is Deze, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen? (TELOS)

Mt 15:31 en Hij genas hen, zodat de menigte zich verwonderde, daar zij zagen dat stommen spraken, verminkten gezond waren, kreupelen liepen en blinden zagen; en zij verheerlijkten de God van Israel. (TELOS)

Mt 21:20 En toen de discipelen dit zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo onmiddellijk verdord?

Kracht van zijn vreselijke daden (vers 6). Hij genas een verlamde en de omstanders werden allen met vrees vervuld.

Lu 5:24 Maar opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven, -zei Hij tot de verlamde: Ik zeg u: sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. Lu 5:25 En onmiddellijk stond hij op voor hun ogen, nam dat waarop hij gelegen had en ging weg naar zijn huis, terwijl hij God verheerlijkte. Lu 5:26 En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God en werden met vrees vervuld en zeiden: Wij hebben vandaag ongelofelijke dingen gezien. (TELOS)

Wat zijn krachtige daden betreft, wat deed de hele massa van de discipelen toen de Heer Jezus op een ezel gezeten, op weg naar Jeruzalem, de Olijfberg naderde?

Lu 19:37 Toen Hij nu de helling van de Olijfberg al naderde, begon de hele massa van de discipelen met blijdschap God te prijzen met luider stem voor alle krachtige daden die zij hadden gezien, (TELOS)

Een van de krachtige daden die de menigte vermeldde was de opwekking van Lazarus uit de doden.

Joh 12:17 De menigte dan die bij Hem was toen Hij Lazarus uit het graf geroepen en hem uit de doden opgewekt had, getuigde daarvan. (TELOS)

Grootheid van Zijn goedheid. (vers 7).

Joh 3:16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. (TELOS)

Ro 5:7 Want ternauwernood zal iemand voor een rechtvaardige sterven; immers, voor de goede heeft misschien iemand nog wel de moed te sterven. Ro 5:8 Maar God bevestigt zijn liefde tot ons hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. (TELOS)

De gedachtenis (vers 7) van de grootheid van Jezus goedheid drukken wij uit, onder meer aan de tafel van de Heer.

Aan allen goed (vers 9).

Mt 12:15 Daar Jezus dit echter wist, vertrok Hij vandaar; en vele menigten volgden Hem en Hij genas hen allen. (TELOS)

Lu 4:40 Toen nu de zon onderging, brachten allen die zieken met allerlei kwalen hadden, ze tot Hem; en Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen. (TELOS)

Mr 6:56 En waar Hij ook kwam, in dorpen of in steden of op de velden, daar legden zij de zieken op de markten en smeekten Hem of zij slechts de zoom van zijn kleed mochten aanraken; en allen die Hem aanraakten werden behouden. (TELOS)

Mt 22:9 gaat daarom naar de kruispunten van de wegen en roept allen die u er zult vinden tot de bruiloft. (TELOS)

Genadig (vers 8). De Heer Jezus was genadig jegens de man, een medegekruisigde, die hem kort tevoren nog gelasterd had.

Lu 23:42 En hij zei: Jezus, denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk komt. Lu 23:43 En Hij zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. (TELOS)

De Heer Jezus was genadig jegens de man die hem vervolgde: Saulus, die de gemeente vervolgde en daarmee de Heer Jezus zelf, het hoofd van het Lichaam de Gemeente.

1Co 15:9 Want ik ben de geringste van de apostelen, ik, die niet waard ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van God heb vervolgd. 1Co 15:10 Maar door de genade van God ben ik wat ik ben; en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God met mij.

Barmhartig (verzen 8-9, 14). Bij Nain werd Jezus met ontferming bewogen over een weduwe die haar overleden zoon naar het graf bracht.

Lu 7:12 Toen Hij nu de stadspoort naderde, zie, een gestorvene werd uitgedragen, een eniggeboren zoon van zijn moeder, en zij was weduwe, en een aanzienlijke menigte uit de stad was bij haar. Lu 7:13 En toen de Heer haar zag, werd Hij met ontferming over haar bewogen en zei tot haar: Ween niet. Lu 7:14 En Hij kwam naderbij, raakte de baar aan en de dragers stonden stil; en Hij zei: Jongeman, Ik zeg je, sta op. Lu 7:15 En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder. (TELOS)

Bewogen door ontferming genas hij de zieken.

Mt 14:14 En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. (TELOS)

Hij is thans een barmhartig hogepriester.

Heb 2:17 Daarom moest Hij in alles aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en trouw hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om voor de zonden van het volk verzoening te doen. (TELOS)

Weldaden aan gevallen, gebogenen. In de synagoge genas hij, toen hij haar zag, een zieke, kromgebogen vrouw.

Lu 13:11 En zie, er was een vrouw die achttien jaar een geest van ziekte had gehad, en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. Lu 13:12 Toen nu Jezus haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tot haar: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte. Lu 13:13 En Hij legde haar de handen op en onmiddellijk richtte zij zich op en zij verheerlijkte God. (TELOS)

Hij richtte Petrus weer op, die gevallen was doordat hij zijn meester driemaal verloochend had.

Hij richtte als het ware de gevallen Saulus op en stelde hem aan in Zijn dienst.

Hnd 9:3 Terwijl hij echter reisde, gebeurde het dat hij Damaskus naderde; en plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel; Hnd 9:4 en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? (TELOS)

Zijn lankmoedigheid (vers 8).

Lu 9:41 Jezus nu antwoordde en zei: O ongelovig en verdraaid geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier. (TELOS)

Zijn onderhoud van zijn schepselen (verzen 15-16). De Heer Jezus heeft tweemaal een menigte gevoed. Een keer een menigte van vierduizend mannen, niet meegeteld de vrouwen en kinderen. Een tweede keer een menigte van vijfduizend, niet meegeteld de vrouwen en kinderen.

Zijn goedertierenheid (verzen 8, 17). De goedertierenheid van Jezus bleek uit genezingen en vergevingen.

Zijn rechtvaardigheid (vers 17).

De vrouw van stadhouder Pilatus noemde hem een rechtvaardige.

Mt 27:19 Toen hij nu op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: Heb niets te doen met die Rechtvaardige; want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden. (TELOS)

Pilatus zelf zou hem ook rechtvaardige noemen:

Mt 27:24 Toen Pilatus nu zag dat het niets hielp, maar dat er veeleer opschudding ontstond, nam hij water en waste zijn handen ten aanschouwen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige; het is uw zaak! (TELOS)

De Romeinse hoofdman bij het kruis:

Lu 23:47 Toen nu de hoofdman zag wat er was gebeurd, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze mens was rechtvaardig. (TELOS)

Petrus zei in zijn toespraak op de Pinksterdag tegen de Joden:

Hnd 3:14 U hebt echter de Heilige en Rechtvaardige verloochend en gevraagd dat u een moordenaar zou worden geschonken; (TELOS)

Zijn nabijheid bij en verlossing van de roependen (verzen 18-19).

Mt 20:30 En zie, toen twee blinden, die langs de weg zaten, hoorden dat Jezus voorbijging, riepen ze de woorden: Erbarm U over ons, Heer, Zoon van David! Mt 20:31 De menigte echter waarschuwde hen dat zij zouden zwijgen; zij riepen echter des te meer en zeiden: Erbarm U over ons, Heer, Zoon van David! (TELOS)

Waar twee of drie leerlingen in Jezus’ naam vergaderd zijn, d.w.z. tot de belijdenis van zijn naam, daar is Hij in hun midden, dus nabij hen.

Mt 18:20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden. (TELOS)

Bewaring van zijn liefhebbers (vers 20). In zijn gebed tot de Vader sprak hij:

Joh 17:12 Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam. Hen die U Mij hebt gegeven, heb Ik bewaakt en niemand van hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd. (TELOS)

Hij zal ons bewaren voor het uur van de verzoeking, d.w.z. zorgen dat wij er niet in terechtkomen.

Opb 3:10 Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. (TELOS)