Rehabeam

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Rehabeam (= 'het volk heeft zich ruimte gemaakt') was koning na de dood van zijn vader Salomo. Na zijn troonsbestijging scheurde het rijk in twee delen en bleef hij koning van Juda en Benjamin. Hij regeerde in de 2e helft van de 10e eeuw vóór, van ongeveer 931-914. Zijn leven is in de Heilige Schrift beschreven in 1 Koningen 12, 14 en 2 Kronieken 10-11.

Naam en afkomst

Naam. De eigennaam Rehabeam, ook geschreven Rechabeam (Eng. Rehoboam), betekent "een volk heeft zich ruimte gemaakt"[1]. Het Strongnummer is 07346. De naam komt 50x in de Bijbel voor.

Afkomst. Hij was een zoon van Salomo en daarmee een kleinzoon van David. Zijn moeder was Naäma, een Ammonietische vrouw (1 Kon. 14:21; 2 Kron. 12:13). Hij was de enige zoon die zij Salomo schonk.

Koningshuis van David
David
 
Bathseba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Salomo
 
Naäma
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rehabeam
 
Maächa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Abia(m)
 
Maächa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Asa
 
Azuba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Josafat
 
?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joram
 
Athalia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ahazia
 
Zibja
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joas
 
Joaddan
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amazia
 
Jecholia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Uzzia
 
Jerusa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jotham
 
?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Achaz
 
Abia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hizkia
 
Hefziba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Manasse
 
Mesullemet
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amon
 
Jedida
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Josia
 
Hamutal
 
Zebudda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joahaz
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jojakim
 
Nehusta
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jojachin
 
 
 
 
 
Zedekia
Rehabeam tegenover het volk.jpg

Regering

Een en veertig jaar oud, volgde Rehabeam zijn vader Salomo als koning op (1 Kon. 14:21; 2 Kron. 12:13). Volgens zijn zoon en opvolger Abia was Rehabeam toen "jong en week van hart", 2 Kron. 13:7[2].

Nauwelijks had Rehabeam het bewind aanvaard, of de noordelijke stammen, te Sichem vergaderd, verzochten verlichting van de zware lasten, door zijn vader hun opgelegd. Misleid door zijn jeugdige raadslieden, wier advies onwijzer was dan dat van de oudsten, wilde Rehabeam van geen schikking, geen toegeven horen en verwierp het verzoek. Daarop had de scheiding van het rijk in twee delen plaats, welke scheiding reeds onder invloed van Jerobeam was voorbereid. Slechts een klein deel, het zuidelijke, bleef het huis van David getrouw.

De profeet Semaja bewerkte, dat de jeugdige vorst, die te laat zijn onvoorzichtigheid betreurde en vruchteloos zijn dienaar Adoram zond om te onderhandelen, althans niet naar de wapens greep ten einde de afgevallen stammen weer onder zijn bewind te brengen. Maar onderlinge naijver deed beide broedervolken elkaar later dikwijls bestrijden.

De eerste jaren van zijn regering bracht hij daarop rustig en in vrede door. Hij besteedde die tijd aan het versterken van onderscheidene steden en aan de bevordering van de bloei van zijn rijk. Zo loffelijk dit streven was, zo afkeurenswaardig is de begunstiging door hem aan de afgoderij verleend. Zelf was hij het volk tot een slecht voorbeeld. Hij had 78 vrouwen en bijwijven.

2Kr 12:14 Hij deed wat kwaad is, want hij had er zijn hart niet op gezet de HERE te zoeken. (NBG51)

Rechtmatig was de straf die hem wegens zijn verkeerd gedrag werd opgelegd. In het vijfde jaar van zijn troonsbestijging viel de Egyptische koning Sisak, wellicht op aansporen van Jerobeam, in Juda en veroverde en plunderde Jeruzalem.

Campagne van Sisak in Juda en Israël

Wel vernederde en verbeterde Rehabeam zich na deze ramp, doch voor korte tijd slechts. De hoogten en de afgoderij bleven bestaan. Zijn liefde voor weelde en pracht verminderde niet. Toch schijnt de bloei van Juda weer allengs toegenomen te zijn.

Hij regeerde 17 jaren (1 Kon. 14:21; 2 Kron. 12:13), van 931-914 v.C[3], te Jeruzalem. Bij zijn sterven op 58-jarige leeftijd droeg hij de teugels van het bewind over in handen van zijn en Maächa's zoon Abia(m). Hij werd begraven in de stad van David, 2 Kron. 13:16.

1000 - 900 v.C. < Israël 950 - 850 v.C.[4] > 900 - 800 v.C.
Joram (koning van Israël)Ahazia (koning van Israël)BenhadadJosafatAchabOmriZimriElaBenhadadBaësaNadabAsaAbiaJerobeam ISisakRehabeamSisakSalomo

Zijn vrouwen en kinderen

Hij had 78 vrouwen en bijvrouwen, bij wie hij 88 kinderen verwekte, 1 Kron. 11:18v.

2Kr 11:21 Rehabeam had Maächa, de dochter van Absalom, meer lief dan al zijn vrouwen en zijn bijvrouwen. Hij had namelijk achttien vrouwen genomen en zestig bijvrouwen, en hij verwekte achtentwintig zonen en zestig dochters. (HSV)

Onder zijn vrouwen was Maächa hem de geliefdste. Haar zoon Abia zou zijn opvolger worden. Hij verspreidde een deel van zijn zonen over zijn gebied en vroeg voor hen een groot aantal vrouwen ten huwelijk

2Kr 11:23 Hij handelde verstandig en verspreidde een deel van al zijn zonen over alle streken van Juda en Benjamin, over alle versterkte steden, en hij gaf hun voedsel in overvloed en verlangde [voor hen] een menigte vrouwen. (HSV)

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Gosen' is op 25 april 2014 verwerkt.

Voetnoot

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon (onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia): "een volk heeft ruimte gemaakt".
  2. "Jong en week van hart" heeft de NBG51; "jong en teder van hart" heeft de Statenvertaling; "jong en onervaren" heeft de Herziene Statenvertaling.
  3. De opgaven verschillen. Een tijdbalk van Stichting De Oude Wereld (opgegaan in het Logos Instituut) heeft als data: 931-914 v.C. Een andere opgave is 922-915 v.C.
  4. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).