Roede

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een roede of roe is een rijs, twijg, met name als strafwerktuig gebezigd, hetzij één tak alleen hetzij een aantal tot een bosje samengebonden. Synoniem: gesel.[1] De apostel Paulus was, toen hij de tweede brief aan de Korinthiërs schreef, driemaal met roeden geslagen (2 Cor. 11:25).

Woordbetekenissen

Het Nederlandse woord 'roede' betekende in de 13 eeuw 'tak, staf'. Het Engelse woord is 'rod'.

Ps 23:4 Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil: for thou [art] with me; thy rod and thy staff they comfort me. (AV)

Ps 23:4 Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. (SV)

De roede als strafwerktuig in de opvoeding vinden wij op meerdere plaatsen in het boek Spreuken.

Spr 13:24 Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg [met] tuchtiging. (SV)

Spr 13:24 Wie zijn roede spaart, haat zijn zoon; maar wie hem liefheeft, tuchtigt hem reeds vroeg. (NBG51)

Spr 13:24 Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem. (HSV)

Wil men zijn kinderen goed opvoeden, dan moet men ze soms (lichamelijk) bestraffen.

Enkele Nederlandse gezegden bevatten het woord "roede". "De roede ontwassen zijn" betekent: niet meer onder de tucht staan, zelfstandig kunnen of willen handelen. "De roede kussen" betekent: zich zonder morren aan een straf onderwerpen. "De roede is reeds geheven": de straf dreigt. "De roe is van ’t gat": het gevaar dreigt niet meer.

Het woord 'roede' heeft verscheidene andere betekenissen[2]. 'Roede' betekende vroeger ook: stok, staf, als symbool van het (rechterlijk) gezag. 'De rode roede' was de roede van justitie, of de gerechtsdienaar, de beul. 'Roede' kan ook betekenen: staaf of stang met name van metaal. "De roeden voor gordijnen", "roetjes voor de trap". En 'roede' kan ook betekenen: maatstok, meetroede. Als lengtemaat is de roede een veelvoud van een voet. De Nederlandse roede is 10 meter lang. De Amsterdamse roede is 3,6807 meter lang. Als vlaktemaat (landmaat) is de route 14 m2.

Grieks woord in NT

Het Griekse woord in het Nieuwe Testament is ραβδος, rhabdos. Het woord komt 12x voor. Het Strongnummer is 4464. Het heeft in het Nieuwe Testament vijf betekenissen:

a) de roede of staf (Lat virga), Heb. 9:4 'de staf van Aäron'.

b) meetroede (Opb. 11:1).

Opb 11:1 En mij werd een rietstok gegeven, een [meet]roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. (SV)

Opb 11:1 En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. (HSV)

c) de roede als tuchtmiddel, de stok (1 Cor 4:21).

1Co 4:21 Wat wilt u? Moet ik met de roede naar u toe komen, of in liefde en een geest van zachtmoedigheid? (Telos)

De apostel Paulus was in zijn arbeid voor de Heer driemaal met roeden geslagen

2Co 11:25 driemaal ben ik met roeden geslagen, eenmaal ben ik gestenigd, ... . (Telos)

'Met roeden geslagen' is in de Griekse brontekst van dit vers een werkwoord, ραβδιζω, rhabdizo, van het genoemde zelfstandige naamwoord ραβδος, rhabdos. Het werkwoord komt 2x voor het Nieuwe Testament en betekent 'stokslagen geven, met een stok slaan'[3]. d) de staf om op te leunen, de wandelstaf of stok (Matth. 10:10; Marc. 6:8; Luc. 9:3; Heb. 11:21).

Mr 6:8 En Hij beval hun niets mee te nemen voor onderweg dan alleen een staf; geen brood, geen reiszak, geen geld in de gordel; (Telos)

Heb 11:21 Door het geloof zegende Jakob bij zijn sterven elk van de zonen van Jozef en hij aanbad leunend op het uiteinde van zijn staf. (Telos)

e) de staf als teken van waardigheid en macht, de scepter of heersersstaf (Heb. 1:8; Opb. 2:27; 12:5; 19:15).

Heb 1:8 maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is de scepter van uw koningschap. (Telos)

Opb 12:5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. (SV)

Opb 12:5 En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar zijn troon. (Telos)

Bronnen

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000, s.v. Roede.

D. Harting, Grieks Woordenboek op het Nieuwe Testament (1861-1863). Opgenomen als Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament in Online Bible (uitgeverij Importantia). Tekst van het lemma ραβδος is onder wijziging verwerkt.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000, onderscheidt acht betekenissen van 'roede'.
  3. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.