Romeinen (boek)/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Boeken van de Bijbel:
Ge - Ex - Le - Nu - De
- Joz - Ri - Ru - 1Sa - 2Sa
- 1Ko - 2Ko - 1Kr - 2Kr
- Ezr - Ne - Es - Job
- Ps - Sp - Pr - Hgl
- Jes - Jer - Kla - Eze - Da
- Hos - Joë - Am - Ob
- Jon - Mi - Na - Hab
- Se - Hag - Za - Ma
Mt - Mr - Lu - Jh
- Hn - Ro - 1Co - 2Co
- Ga - Ef - Flp - Co
- 1Th - 2Th - 1Ti - 2Ti - Tit
- Flm - He - Ja - 1Pe - 2Pe
- 1Jo - 2Jo - 3Jo - Ju - Op.

Hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Romeinen (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Rom. 1:1

Ro 1:1 Paulus, slaaf van Christus Jezus, geroepen apostel, afgezonderd tot het evangelie van God (TELOS)

Slaaf ... apostel. Zijn gehoorzaamheid, niet zijn waardigheid stelt hij voorop wanneer Paulus zich voorstelt.

Geroepen. Het geroepen-zijn komt in dit hoofdstuk meermaals naar voren.

Afgezonderd tot het evangelie van God. Om dat te verkondigen en te verklaren, wat hij ook verderop in deze brief zal doen. Hij verlangde en was bereid 'ook aan u die in Rome bent, het evangelie te verkondigen' (1:15).

Rom. 1:2

Ro 1:2  (dat Hij tevoren had beloofd door zijn profeten in heilige Schriften) Ro 1:3  aangaande zijn Zoon (die geworden is uit het geslacht van David naar het vlees, Ro 1:4  die verklaard is als Gods Zoon in kracht naar de Geest van de heiligheid, door dodenopstanding), Jezus Christus onze Heer (TELOS)

Tevoren had beloofd. Het evangelie is geen bedenksel van Paulus of andere apostelen; het was al in het Oude Testament beloofd.

Naar het vlees. Jezus' goddelijke oorsprong is niet vleselijk. Hij is de eeuwige Zoon van God. En Hij is mens geworden en ook als zodanig is Hij een (menselijke) zoon van God.

'Naar het vlees' lijkt hier te worden onderscheiden van 'Naar de Geest'.

Verklaard is. Gebleken, onomstotelijk aangetoond, zelfs verklaard door engelen. "Hij is hier niet, want Hij is opgewekt zoals Hij heeft gezegd. Komt hier, ziet de plaats waar de Heer gelegen heeft." (Mt 28:6 TELOS)

In kracht naar de Geest van de heiligheid. Hij is gekruisigd in zwakheid, maar opgestaan in kracht.

De Geest van de heiligheid, dat is de Heilige Geest. De Geest heiligt ons en leert ons heilig te leven.

Jezus is gedood in het vlees, maar levend gemaakt in de Geest.

1Pe 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij die wel gedood is in het vlees, maar levend gemaakt in de Geest. (TELOS)

De Heer Jezus heeft zich "door de eeuwige Geest Zichzelf vlekkeloos aan God geofferd" (Hebr. 9:14). "Hij die geopenbaard is in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, gezien door de engelen, gepredikt onder de volken, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid." (1 Tim. 3:16).

Ro 8:10 Maar als Christus in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de Geest is leven vanwege de gerechtigheid. Ro 8:11 En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (TELOS)

Rom. 1:5

Ro 1:5  door Wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben voor zijn naam, tot geloofsgehoorzaamheid onder alle volken (TELOS)

Genade. Eerst wordt de genade genoemd, dan de opgave.

Geloofsgehoorzaamheid kan misschien twee dingen beduiden:

1) tot geloof komen is een daad van gehoorzaamheid. God beveelt dat we in zijn Zoon geloven.

2) geloven gaat vervolgens gepaard met een leven van gehoorzaamheid. Nadat we tot geloof zijn gekomen, dienen we God in gehoorzaamheid.

Ro 16:25 Hem nu die machtig is u te bevestigen naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid, die in de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest, Ro 16:26 maar die nu is geopenbaard en door profetische Schriften, naar het bevel van de eeuwige God, tot geloofsgehoorzaamheid aan alle volken is bekend gemaakt, (TELOS)

Rom. 1:6

Ro 1:6  (waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus) (TELOS)

Geroepenen. Paulus is een 'geroepen apostel' (1:1), de gelovigen in Rome zijn 'geroepen heiligen' (1:7). Zij zijn geroepenen van Jezus Christus, ze hebben Zijn stem gehoord en gehoorzaamd en behoren Hem toe.

Rom. 1:7

Ro 1:7  aan alle geliefden van God die in Rome zijn, geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (TELOS)

Geliefden van God. Paulus kende (de meesten van) hen niet persoonlijk, maar hij wist dat God hen liefhad.

Heiligen. Zij zijn afgezonderd voor God, geheiligd, en zijn ook geroepen om heilig te leven.

En van de Heer Jezus Christus. Ook Hij geeft, in eenheid met de Vader, genade en vrede. Dat kan alleen als ook Hij alomtegenwoordig en almachtig is.

Rom. 1:8

Ro 1:8  Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, omdat uw geloof wordt rond verteld in de hele wereld. (TELOS)

Er zijn niet alleen gelovigen in de hoofdstad, het centrum van de Romeinse heerschappij, maar ze geven ook blijk van hun geloof, wat in het hele rijksgebied wordt verteld. Het is ook Paulus, die in Korinthe verblijft, ter ore gekomen.

Rom. 1:9-10

Ro 1:9  Want God, die ik dien in mijn geest in het evangelie van zijn Zoon, is mijn getuige hoe ik onophoudelijk u gedenk, Ro 1:10  terwijl ik altijd in mijn gebeden bid of ik wellicht nu eens door de wil van God het voorrecht mocht hebben tot u te komen. (TELOS)

Die ik dien in mijn geest. De verkondiging van het evangelie is geen lichamelijke arbeid, maar een geestelijke dienst.

Rom. 1:11-12

Ro 1:11  Want ik verlang zeer u te zien, om u enige geestelijke genadegave mee te delen tot uw versterking; Ro 1:12  dat is, om in uw midden mee vertroost te worden door elkaars geloof, zowel dat van u als dat van mij. (TELOS)

Paulus was niet zelfgenoegzaam: ook hij had de troost en steun van medegelovigen nodig.

Rom. 1:13-14

Ro 1:13  Maar ik wil niet dat u onbekend is, broeders, dat ik mij dikwijls voorgenomen heb tot u te komen (en tot nu toe verhinderd ben), om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de overige volken. Ro 1:14  Van Grieken en barbaren, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. (TELOS)

Grieken en barbaren. “Grieken” zijn hier allen die deel hebben aan de Grieks-Romeinse beschaving van die tijd en die Grieks konden spreken. De Grieken noemden alle anderen, die geen Grieks kenden, “barbaren”. Ook de Joden waren “barbaren.” De Joden noemden alle anderen “heidenen”. We kunnen hier dan ook denken aan de tegenstelling: wijzen en onwetenden, beschaafden en onbeschaafden, geletterden en ongeletterden. “Grieken en barbaren” duidt dus het hele mensdom aan.

Elders komt het woord “Griek” bij Paulus ook voor naast “Jood”, dan duidt het de niet-Joden aan.

Rom. 1:16

Ro 1:16  Want ik schaam mij niet voor het evangelie; want het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek. (TELOS)

Gods kracht tot behoudenis. Het werkt krachtig aan harten en gewetens en brengt mensen tot geloof in de Heiland der wereld, zodat ze behouden worden.

Eerst voor de Jood. Dat blijft belangrijk en behoudt prioriteit tot in de toekomst, wanneer 144.000 duizend uit Israël zullen worden afgezonderd, wellicht, gelijk Paulus, tot het evangelie van God.

Rom. 1:17

Ro 1:17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven. (NBG51)

Geopenbaard. Het evangelie is een openbaring van Gods gerechtigheid, zij het dat het al in het Oude Testament is aangeduid, maar de volle waarheid is nu openbaar geworden.

Uit geloof geloof tot geloof. 'Uit', Grieks: ek. Op grond van geloof. Op grond geloof worden wij gerechtvaardigd. Eenmaal gerechtvaardigd leven wij vervolgens uit geloof.

De rechtvaardige. In het verband van Paulus' woorden: hij of zij die op grond van geloof rechtvaardig is verklaard.

Uit geloof leven. Leven in het vertrouwen op God.

Rom. 1:18-32 Toorn van God over de zonde van mensen

Dit gedeelte zou als kopje kunnen dragen: “Kennis, verval, zonde en schuld van de mens.” Of “Weten en toch niet doen”. Of, heel kort, zoals in de TELOS-vertaling, “de schuld van de mens.”

Slecht nieuws. Een tandarts heeft goed nieuws voor mensen die een gaatje in hun kies hebben dat hen deert. Maar eerst zullen patiënten weet moeten hebben van de kwaal en de gevolgen voordat ze hulp of heil zullen aanvaarden. Goed nieuws is des te beter als eerst het slechte nieuws begrepen is. Wie niet inziet dat zijn band lek is, zal hem niet gaan lappen of vervangen.

Paulus verlangt de Christenen in Rome het evangelie uit te leggen, nader te ontvouwen. Het evangelie is goed nieuws. Hij gaat echter eerst in op het slechte nieuws. Het slechte nieuws is dat Gods toorn is over mensen, die de waarheid in goddeloosheid en ongrechtigheid bezitten. De orde en verhoudingen (mens-God, man-vrouw, mens-medemens) zijn verstoord.

Wat is de structuur van dit gedeelte? Paulus beschrijft twee 'probleemgebieden', waarin goddeloosheid en ongerechtigheid zich vertonen:

  1. kwaad in de verhouding mens — God. Het verkeerde bestaat hierin dat God vervangen wordt door iets anders, maar de houding/daden (verering, dank, dienst) niet.
  2. kwaad in de verhouding mens — mens. Wat de tussenmenselijke verhoudingen betreft, noemt Paulus (2a) kwaad in de meest intieme mens-mens verhouding, namelijk de seksuele: de natuurlijke omgang met de andere sekse wordt vervangen door omgang met de eigen sekse, (2b) overig kwaad.

Verband. Paulus geeft aan dat er een  v e r b a n d  tussen de probleemgebieden: een verstoorde verhouding tot God wreekt zich in een verstoorde houding tot medemensen.

Vervanging. Vervanging (substitutie) lijkt een strategie van de duivel om Gods werk te verbreken. De duivel promoot een (verkeerd) alternatief. Zo wordt God als Schepper vervangen door het schepsel, iemand van de andere sekse voor seksuele omgang vervangen door iemand van de eigen sekse (→ Homoseksualiteit). In de evolutietheorie wordt God als onze Schepper en Oorsprong vervangen door 'natuurlijke selectie' en het dier, dus door het schepsel, de geschapen natuur. → Vervanging.

Rom. 1:18

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Toorn van God ... geopenbaard. Zowel in het heden, waarover het hierna gaat, als - verderop in dit hoofdstuk - in de toekomst, op de 'dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God' (Rom. 2:5v).

Een voorbeeld uit het Oude Testament:

2Kr 24:18 Zij verlieten het huis van de HERE, de God hunner vaderen, en dienden de gewijde palen en de afgodsbeelden, zodat er toorn kwam over Juda en Jeruzalem wegens deze schuld van hen. (NBG51)

Als de toorn van God, in vers 18 genoemd, betrekking heeft op Zijn toorn in zijn huidige regering, dan blijkt Gods toorn onder meer hieruit, dat hij mensen overgeeft aan hun verkeerde (bijvoorbeeld homoseksuele) begeerten, zie in het vervolg. Vergelijk 'het verdiende loon' in vers 27.

Ro 1:26 Daarom heeft God hen overgegeven aan onterende hartstochten; want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke; Ro 1:27 en evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven en zijn in hun lust tegen elkaar ontbrand, zodat mannen met mannen schandelijkheid bedrijven en het verdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangen. (TELOS)

Wij waren van nature 'kinderen van de toorn': ons stond verdiende toorn te wachten.

Efe 2:3 onder wie ook wij allen vroeger verkeerden in de begeerten van ons vlees, toen wij de wil deden van het vlees en van de gedachten; en wij waren van nature kinderen van de toorn, evenals de overigen. (TELOS)

Wij zijn van nature, wegens ons zondigen, onder de toorn van God.

Joh 3:36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. (TELOS)

De toorn van God, die zich thans openbaart (Rom. 1:18v), wordt in alle hevigheid geuit 'in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God' (Rom. 2:5). In Rom. 2:5v wordt deze dag kort geschetst.

God is niet onrechtvaardig als Hij de toorn over ons zondaars brengt.

Ro 3:5 Als nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij dan zeggen? Is God soms onrechtvaardig als Hij de toorn over ons brengt? Ik spreek naar de mens. (TELOS)

De gelovigen echter, die gerechtvaardigd zijn, zullen behouden worden van de toorn.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. (TELOS)

In ongerechtigheid. Deze ongerechtigheid wordt in de volgende verzen van dit hoofdstuk voorgesteld. Om te beginnen wordt de ongerechtigheid van homoseksuele omgang aangewezen.

De waarheid. Het gaat om "de waarheid van God" (vers 25), d.w.z. de waarheid omtrent God, door Hem aan de mensen geopenbaard.

De waarheid in ongerechtigheid bezitten. Ze kennen de waarheid, maar geven er geen gehoor aan. Ze zijn ongehoorzaam aan de waarheid.

Ro 2:8 maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap. (TELOS)

Rom. 1:20

Ro 1:20 - want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit zijn werken met inzicht doorzien -, opdat zij niet te verontschuldigen zijn, (TELOS)

Goddelijkheid. Grieks θειοτης theiotes. Hier wordt, aldus de aantekening in de Telos-vertaling, bedoeld Zijn Goddelijk karakter, Zijn Goddelijke natuur, niet Godheid in absolute zin zoals in Col. 2:9, waar staat dat gehele volheid van de 'Godheid' (theiotes) lichamelijk in Jezus woont.

Met inzicht doorzien. Met het verstand, het denkvermogen worden ingezien, doorzien. De tekst is een vertaling van twee werkwoorden kathorao en noeo.

Niet te verontschuldigen. Ze kunnen zich niet beroepen op de onkenbaarheid van God. God is weliswaar verborgen, maar niet geheel verborgen. Hij heeft iets van Zichzelf geopenbaard. Het volgende vers maakt hun schuld duidelijk: schuld door verzuim.

Rom. 1:21

Ro 1:21 omdat zij, hoewel zij God kennen, Hem als God niet verheerlijkt of gedankt hebben, maar in hun overleggingen zijn zij tot dwaasheid vervallen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden. (TELOS)

Hoewel zij God kennen, Hem als God niet verheerlijkt of gedankt hebben. Zij hebben God niet erkend.

Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (TELOS)

Kennen - erkennen - God verheerlijken en danken.

Tot dwaasheid vervallen. Zie volgende vers.

Rom. 1:22-23

Ro 1:22 Bewerend wijzen te zijn, zijn zij dwaas geworden Ro 1:23 en hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door iets dat lijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. (TELOS)

Bewerend wijzen te zijn. In de Griekse cultuurkring waren zogenaamde wijzen. Zij is de bakermat van vet westerse wijsgerige denken.

Dwaas geworden. Ze zijn in 'een verkeerd denken' (vers 28), een 'afdwaling' (vers 27) gekomen.

Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (TELOS)

Vervangen.

Ro 1:25 zij die de waarheid van God vervangen hebben door de leugen en het schepsel geeerd en gediend hebben boven de Schepper, die gezegend is tot in eeuwigheid. Amen. (TELOS)

Dat is hun 'afdwaling' (vers 27).

Iets dat lijkt op het beeld van een vergankelijk mens. De afgodsbeelden van de Grieken en Romeinen waren nogal mensvormig. Zelfs menselijke ondeugden werden de goden toegeschreven. De moderne mens, bewerend wetenschappelijk te zijn, heeft God als zijn oorsprong vervangen door een oerdomme 'Moeder Natuur', die middels selectie de mens laat ontwikkelen uit het dier (→ Evolutietheorie).

Rom. 1:24

Ro 1:24 Daarom heeft God hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren; (TELOS)

Daarom. Het volgende vers licht de tweeledige reden samenvattend toe. Mensen hebben (1) de waarheid van God onderdrukt (vers 18) en vervangen door de leugen (verstaan5, vergelijk vers 23) en (2) de schepsel geëerd en gediend boven de Schepper. Zij zijn in betrekking tot God verdraaid in denken en doen. Het 'daarom' wordt herhaald in vers 26.

De begeerten van hun harten. Vgl. vers. 26 'onterende harstochten' en vers 27 'in hun lust'. In zondige harten kunnen homoseksuele lusten opkomen. Wanneer we God niet erkennen en Hem dienen, lopen we gevaar slechte begeerten om te zetten in daden. Homoseksueel gedrag spruit voort, onder Gods toorn, oordeel en beschikking, uit de begeerten van zondige harten. Zie Homoseksualiteit voor het hoofdartikel.

Overgegeven. Ze zijn 'in hun lust tegen elkaar ontbrand'. De vlammetje van de hartstocht is een brand geworden.

Onreinheid. Homoseksueel verkeer is onrein.

Onteren. Homoseksuele handelingen onteren het lichaam.

Ro 1:26 Daarom heeft God hen overgegeven aan onterende hartstochten; want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke; (TELOS)

Rom. 1:25

Ro 1:25 zij die de waarheid van God vervangen hebben door de leugen en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, die gezegend is tot in eeuwigheid. Amen. (TELOS)

De waarheid van God.

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Vervangen hebben.

Ro 1:22 Bewerend wijzen te zijn, zijn zij dwaas geworden Ro 1:23 en hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door iets dat lijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. (TELOS)

Daarin bestaat hun 'afdwaling' (vers 27).

Gezegend. “Gezegend” heeft de Telos-vertaling. De Statenvertaling heeft “te prijzen”.

Rom. 1:26-27

Ro 1:26 Daarom heeft God hen overgegeven aan onterende hartstochten; want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke;  Ro 1:27  en evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven en zijn in hun lust tegen elkaar ontbrand, zodat mannen met mannen schandelijkheid bedrijven en het verdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangen. (TELOS)

Daarom. Hetzelfde 'daarom' van vers 24.

Onterende hartstochten. Hartstochten die uitmonden in homoseksueel gedrag, waarmee men elkaar lichamen onteert.

Ro 1:24 Daarom heeft God hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren; (TELOS)

Tegennatuurlijke. Het druist tegen de natuur in, dat vrouwen met vrouwen en mannen met mannen seksuele omgang hebben. Onze geslachtsorganen zijn qua vorm en werking gemaakt voor die van het andere geslacht. Homoseksualiteit is onrein (vers 24), onterend (verzen 24, 26), tegennatuurlijk (vers 26), schandelijk (vers 27) en een straf (vers 27 'verdiende loon').

Verdiende loon. Homoseksuele omgang is op zichzelf al een straf. Sommigen denken bij 'verdiende loon ... in zichzelf' aan de gevolgen van gelijkgeslachtelijk verkeer: (1) seksueel overdraagbare aandoeningen als AIDS, geslachtsziekten, (2) psychische problemen. → Homoseksualiteit. Maar zulke gevolgen schijnen niet de betekenis uit te maken van Paulus' woorden.

Hun afdwaling. Door de waarheid van God te vervangen door de leugen en het schepsel te eren en te dienen boven de Schepper.

Ro 1:25 zij die de waarheid van God vervangen hebben door de leugen en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, die gezegend is tot in eeuwigheid. Amen. (TELOS)

Rom. 1:28

Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (TELOS)

Niet goeddacht God te erkennen. De zonde geeft obstructie. Mensen bezitten de waarheid, die zij kennen, in ongerechtigheid (vers 18).

Ro 1:21 omdat zij, hoewel zij God kennen, Hem als God niet verheerlijkt of gedankt hebben, maar in hun overleggingen zijn zij tot dwaasheid vervallen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden. (TELOS)

De juiste weg is: God kennen → Hem erkennen → Hem verheerlijken, danken, dienen.

Een verkeerd denken.

Ro 1:22 Bewerend wijzen te zijn, zijn zij dwaas geworden Ro 1:23 en hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door iets dat lijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. (TELOS)

Dingen te doen die niet betamen. Homoseks, het eerstgenoemde gevolg van verkeerd denken, is niet het enige ding dat niet betaamt. De volgende verzen sommen allerlei andere zondige dingen op.

Rom. 1:30

Ro 1:30 kwaadsprekers, lasteraars, Godhaters, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, uitvinders van boze dingen, de ouders ongehoorzaam, (TELOS)

Uitvinders van boze dingen. Dingen als een kwaadaardig computervirus.

Rom. 1:31

Ro 1:31 onverstandig, trouweloos, liefdeloos, onbarmhartig; (TELOS)

Onverstandig. Vergelijk:

Mr 7:21 Want van binnen uit het hart van de mensen gaan naar buiten de kwade overleggingen, hoererijen, Mr 7:22 diefstallen, moorden, overspel, hebzucht, boosheden, bedrog, losbandigheid, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand; Mr 7:23 al deze boze dingen komen van binnen uit voort en verontreinigen de mens. (TELOS)

Die een pakje sigaretten koopt, waarop ter afschrikking de gevolgen van roken gruwelijk worden afgebeeld, is onverstandig als hij of zij de waarschuwing in de wind slaat en blijft roken.

Rom. 1:32

Ro 1:32 die, hoewel zij de eis van het recht van God kennen - dat zij die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen-,ze niet alleen doen, maar ook een welgevallen hebben aan hen die ze bedrijven. (TELOS)

De eis van het recht van God. ‘Eis van het recht’ is één Grieks woord. In de Telos-vertaling is het in Rom 2:26 vertaald door ‘recht’, in Rom. 5:16 door ‘rechtvaardiging’, in Rom. 5:18 door ‘gerechtigheid’ en in Rom. 8:4 door ‘rechtvaardige eis’. Het betekent in het algemeen een ‘bepaalde uiting van het recht’.[1]

Kennen. God wordt gekend: zijn eeuwige kracht en goddelijkheid (vers 20) en gerechtigheid (vers 32). Op grond van die kennis kan ons geweten ons beschuldigen.

Welgevallen hebben aan hen die ze bedrijven. Deelgenoten van het kwaad hebben dat welgevallen.

Voetnoot

  1. Het Nieuwe Testament; herziene Voorhoeve-uitgave (Vaassen: uitgeverij H. Medema, 1982). Voetnoot bij Rom. 1:32.