Satan

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Satan is een in de zonde gevallen engel die een aartsvijand van God is geworden en een menigte van gevallen engelen aanvoert. Het Hebreeuwse woord ‘satan’ betekent ‘tegenstander’, ‘aanklager’ ('beschuldiger'). 

Namen en beelden. Deze tegenstander wordt in de Bijbel door verschillende namen en beelden aangeduid. Hij wordt 'de duivel' genoemd, een vertaling van het Griekse woord ‘diabolos’, dat betekent ‘door elkaar werper’, ‘verwarring stichter’. 

Opb 12:9  En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. (Telos)

Opb 20:2  En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem duizend jaren; (Telos)

Andere namen voor hem zijn de verzoeker (Matth. 4:3), Belial (mogelijk = ‘wetteloze’, ‘die geen juk verdraagt’); Beëlzebul (= Heer van de Woning). De Heer Jezus noemt hem drie maal 'de overste van deze wereld' (Joh. 12:31; 14:30; 16:11). 

In het laatste Bijbelboek wordt hij voorgesteld onder het beeld van een grote draak (Opb. 12:9) en wordt naar hem verwezen met 'de oude slang' (Opb. 12:9, 20:2).

Kennis. Dat de satan kennis heeft van de mensen en gebeurtenissen op aarde, blijkt bijvoorbeeld uit de woorden die hij tot God spraak aangaande de godvrezende Job:

Job 1:10  Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft, een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds verder uit in het land. (HSV)

Hieruit blijkt dat de satan oog had voor Job, allicht omdat Job uitzonderlijk rechtvaardig was.

Macht. De satan is machtig. De Heer Jezus verwees naar diens macht toen hij tot Saul sprak, die op weg was naar Damascus:

Hnd 26:17 terwijl Ik je wegneem uit het volk en uit de volken, tot welke Ik je zend om hun ogen te openen, Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij. (TELOS)

Merk dat er niet staat "van de macht van satan tot de macht van God", maar "tot God". God wil in de eerste plaats een Vader voor ons zijn en ons in een persoonlijke verhouding tot Hemzelf brengen, al is Hij uiteraard een Machthebber. Saul en andere gelovigen waren gered uit de macht van de duisternis, van satan.

Col 1:12 terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; Col 1:13 die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde, Col 1:14 in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden. (TELOS)

Satan is 'de god van deze eeuw', van de huidige tijdsbedeling.

2Co 4:3  Als dan ons evangelie al bedekt is, is het bedekt in hen die verloren gaan;  2Co 4:4  in wie de god van deze eeuw de gedachten van deze ongelovigen verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is, hen niet zou bestralen. (Telos)

De Heer Jezus noemt hem 'de overste van deze wereld'.

Joh 12:31  Nu is het oordeel van deze wereld; nu zal de overste van deze wereld worden buitengeworpen. (Telos)

Joh 14:30  Ik zal niet veel meer met u spreken, want de overste van de wereld komt en heeft in Mij helemaal niets; (Telos)

Ook de aanduiding 'de overste van deze wereld' spreekt van de macht die de satan uitoefent in deze wereld. De apostel Paulus noemt hem 'de overste van de macht der lucht'. Satan beïnvloedt 'de tijdgeest van deze wereld'. 

Efe 2:2 waarin u vroeger hebt gewandeld overeenkomstig de tijdgeest van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid, (TELOS)

De macht van satan wordt openbaar in de geschiedenis van Job. Satan is bij machte om natuurkrachten aan te wenden en groepen mensen aan te zetten tot kwaad. Hij bewoog de Sabeeërs om de runderen en ezelinnen van Job te roven en de dienstknechten die er bij waren te doden (Job 1:14-15). Hij zond 'het vuur van God' - de bliksem of anders een verzengende zwavelwind - neer, dat de 7000 schapen en de hoeders van Job verteerde. Hij motiveerde de Chaldeeën om de 3000 kamelen van Job te doden en de dienstknechten te doden (Job 1:17). Hij een grote woestijnstorm opkomen die het huis, waar de zeven kinderen van Job waren, deed instorten, waardoor de kinderen omkwamen (Job 1:19). Satan heeft de macht om - wellicht met hulp van zijn engelen - deze gebeurtenissen tegelijkertijd te doen plaatsvinden. Satan sloeg Job "met boze zweren van zijn voetzool af tot zijn schedel toe" (Job 2:7).

Dezelfde geschiedenis van Job maakt duidelijk dat de boze machtsuitoefening van satan beperkt is door Gods beleid. Het is slechts onder Gods toelating dat satan kwaad kan doen, tot een zekere maat en grens. Als God hem alle vrijheid zou geven, zou de aarde een hel, een dodenakker worden.

De satan is machtig, maar God alleen is álmachtig. De Almachtige „heeft ons gered uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben..." (Col. 1:13-14). Aan Jezus de Zoon van Gods liefde, is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde (Matth. 28).

Sterke. De satan dan wel een mens bezettende demon wordt aangeduid als de 'sterke'. 

Lu 11:20 Als Ik echter door de vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.  Lu 11:21 Wanneer de sterke welbewapend zijn hofstede bewaakt, zijn zijn bezittingen in vrede. Lu 11:22 Als echter iemand op hem af komt die sterker is dan hij en hem overwint, neemt die zijn hele wapenrusting waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. (TELOS)

Mt 12:29 Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke bindt? En dan zal hij zijn huis beroven. Mt 12:30 Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, verstrooit. (TELOS)

De satan is sterk, maar de Heer Jezus is sterker dan hem en sterker dan enige demon (Luc. 11:22). Hij kan de satan of een demon binden: diens vrijheid tot bewegen en werken inperken, hem tegenhouden of vasthouden (Matth. 12:29). In het laatste bijbelboek treden 'sterke' goede engelen op (Opb. 5:2; 10:1; 18:21). Jezus is Heer der engelen, die hen gebiedt en uitzendt. 

Doel. De gevallen engel heeft uit boosaardige vijandschap slechts één hatelijke hartstocht: God en Zijn volk kwaad doen[1] (zie Job 1) en vernielen al wat God doet[2]. Hoeveel mensen heeft hij geen kwaad gedaan!

Joh 10:1   Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet binnengaat door de deur in de stal van de schapen, maar van een andere kant naar binnen klimt, die is een dief en een rover; (...) Joh 10:10  De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben. (TELOS)

Hij vindt er genoegen in om alle orde van God in wanorde te verkeren, bijvoorbeeld de verhouding man-vrouw in het huwelijk.

Bewegings- en handelingsvrijheid. In het boek Job lezen wij dat de satan zich tot God kan begeven, te midden van de goede engelen. De satan kan om de aarde trekken en die doorwandelen.

Job 1:6  Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. Job 1:7  Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen. (SV)

En uit het boek Job blijkt dat hij van God ruimte kan krijgen om mensen onheil aan te doen. De satan zij tegen God aangaande Job:

Job 1:11  Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen.  Job 1:12  De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE. (HSV)

Als God de satan ruimte geeft, blijft alles onderworpen aan het bestuur van God. Het loopt onze God nooit uit de hand.

Paulus vermaant ons de duivel geen plaats, geen ruimte te geven in ons leven.

Efe 4:27  en geeft de duivel geen plaats. (Telos)

Koninkrijk. De invloed en macht van de satan heeft een koninkrijk tot stand gebracht. De Heer Jezus spreekt van het koninkrijk van de satan.

Mt 12:26 En als de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld: hoe zal zijn koninkrijk dan standhouden? Mt 12:27 En als Ik door Beëlzebul de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze uit? Daarom zullen die uw rechters zijn. Mt 12:28 Als Ik echter door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen. (TELOS)

Het koninkrijk van God, door de Heer Jezus vertegenwoordigd, is sterker dan dat van de satan.

Zondigend wezen. De satan zondigt van het begin af. 

1Jo 3:8 Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel zou verbreken. (TELOS)

De satan had al gezondigd vóórdat hij de mens door bedrog en verleiding ten val bracht.

Leugenaar, mensenhater. De zondigheid van de satan openbaart zich in leugenachtigheid en mensenhaat. Hij trad voor het eerst in de Bijbel op als een verzoeker, leugenaar en mensenhater. Hij verleidde Eva tot zonde en op de zonde volgde als straf van Godswege de dood. 

Joh 8:44 U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan. (TELOS)

De satan bedient zich van bedrieglijke schijn. Hij kan zich bedrieglijk voordoen als een goed wezen, als een engel van het licht. 

2Co 11:14 ... de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. (TELOS)

Hij gebruikt mensen om zijn bedrog in te voeren

2Co 11:13 Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.  2Co 11:14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 2Co 11:15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van de gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken. (TELOS)

Dat de satan een leugenaar is, houdt niet in dat hij geen waarheid kan spreken. Wat hij bijvoorbeeld over Job zei tegen God was waar:

Job 1:10  Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft, een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds verder uit in het land. (HSV)

Verzoeker. Satan wordt 'de verzoeker’ genoemd. Zo openbaarde hij zich aan Eva. Hij trachtte Jezus tijdens de verzoeking in de woestijn tot drie maal toe te verleiden om een misstap te doen. Hij haakt in op de behoefte van mensen en wijst op verkeerde middelen om in de behoefte te voorzien. Bij Jezus haakte de verzoeker in op behoefte aan voedsel. Toen Jezus honger had, kwam de verzoeker:  

Mt 4:3 En de verzoeker kwam en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden. Mt 4:4 Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven’: Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door de mond van God uitgaat’. (TELOS)

Door middel van mensen. Hij werkt onder meer door middel van mensen. 

2Co 11:13 Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.  2Co 11:14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 2Co 11:15 Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van de gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken. (TELOS)

Ze zijn meestal ongeweten dienaars van de satan. 

Toekomst

De verwerping en verheerlijking van de Heiland der wereld brengt het oordeel van de wereld en de uitwerping van haar overste mee. Toen de Heer over zijn dood en het uur van zijn sterven en zijn verheerlijking had gesproken, sprak de Vader van de hemel. Deze stem was er omwille van de menigte. 

Joh 12:30 Jezus antwoordde en zei: Niet om Mij is deze stem er geweest, maar om u. Joh 12:31 Nu is het oordeel van deze wereld; nu zal de overste van deze wereld worden buitengeworpen. (TELOS)

De overste van deze wereld is geoordeeld.

Joh 16:8  En als Die is gekomen, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; Joh 16:9  van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;  Joh 16:10  en van gerechtigheid, omdat Ik naar de Vader heenga en u Mij niet meer aanschouwt;  Joh 16:11  en van oordeel, omdat de overste van deze wereld is geoordeeld. (Telos)

De toekomst van de wereld en van haar overste is beslist. De satan zal uit de hemel op aarde geworpen en tenslotte van de aarde in de hel. De Heer Jezus zag hem als een bliksem uit de hemel vallen. 

Lu 10:18 Hij nu zei tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. (TELOS)

Zijn nederwerping op de aarde vindt plaats in Opb. 12:9.

Opb 12:9  En degrote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. (Telos)

Zijn nederwerping, tezamen met zijn engelen, brengt groot onheil teweeg. De overste van deze wereld zal verwoed rondgaan, daar hij weet dat zijn heerschappij ten einde loopt.

Openbaring 12:12 Wee degenen die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende, dat hij een kleine (korte) tijd heeft.

Bij de overweldigend heerlijke verschijning van Jezus Christus in de wereld wordt de satan opgepakt en duizend jaar in bewaring gesteld. Daarna wordt hij weer losgelaten. Na zijn loslating verleidt hij een groot deel van de mensheid tot opstand tegen God. Daarna wordt satan in de hel geworpen. 

Aan de terechtstelling van satan hebben de heiligen deel: 

Ro 16:20 De God nu van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u! (TELOS)

Dan wordt vervuld het oordeel van Gen. 3:15

Ge 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. (NBG51)

Voetnoten

  1. 1 Petrus 5:8 "Wees nuchter, waak; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen (kunnen) verslinden."
  2. Mattheüs 13:25 & 38-39 "Toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg." & "De akker is de wereld; en het goede zaad, zijn de kinderen van het Koninkrijk; en het onkruid zijn de kinderen van de boze; en de vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen."