Saul

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Saul (Hebreeuws שָׁאוּל | sjaa-oel | šā'ūl, 'de afgebedene') was de eerste koning over Israël. Hij regeerde 40 jaar lang, in de 2e helft van de 11e eeuw vóór Christus.

Hnd 13:21 En van toen af vroegen zij om een koning; en God gaf hun Saul, zoon van Kis, een man uit de stam van Benjamin, veertig jaar lang. (TELOS)

Zijn leven wordt beschreven in het eerste boek van de profeet Samuël.

Saul was de zoon van Kis uit de stam Benjamin.

Geslachtslijn
KisAhimaäz
 
 
 
 
 
Aja
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Saul
 
Ahinoam
 
?
 
Rizpa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
JonathanIsbosethArmoni
 
 
 
 
Malchi-Sua
 
 
 
 
 
Mefiboseth
 
 
 
 
Abinadab
 
 
 
 
Merab
 
Adriël
 
 
 
 
 
Michal
 
David
 
Paltiël
 
 

De gebeurtenissen rond Saul in 1 Samuël laten zich in een aantal perioden verdelen.

  1. Samuël zalft Saul tot koning van Israël
    Het volk eist een koning – H8.
  2. Samuël zalft Saul tot koning – H9, H10:1-16.
  3. De koning wordt door God aangewezen in aanwezigheid van het volk – H10:17-27.
  4. Saul wordt tot koning uitgeroepen – H11:14-15.
  5. Sauls functioneren als koning – H13 en verder.

Hij werd tot koning gezalfd door Samuël, onder Gods leiding, toen de Israëlieten een koning eisten. Als de koning die zij hadden gekozen en gewenst, werd hem 'een nieuw hart' gegeven.

Hij regeerde van 1042-1011 vóór Christus[1].

Zijn regering begon goed; maar later faalde hij door ongehoorzaamheid aan God. Hij was geen succesvol koning. Door eigenzinnig optreden en regelrechte ongehoorzaamheid aan God verspeelde hij zijn positie.

Saul werd verworpen en in zijn plaats werd David, de zoon van Isaï, door God verkozen en door Samuël gezalfd.

Kinderen. Saul kreeg acht kinderen, te weten zes zonen en twee dochters:

  • van zijn vrouw Ahinoam, de dochter van Ahimaäz had hij drie zonen: Jonathan, Malchi-Sua, Abinadab (of Isvi), en twee dochters: Merab en Michal.
  • Isboseth (of Esbaäl) was waarschijnlijk[2] de zoon van een andere vrouw
  • bij zijn bijvrouw Rizpa had hij twee zonen: Armoni en Mephiboseth. Deze Mephiboseth zij niet te verwarren met de gelijknamige zoon van Jonathan.

Jonathan werd de boezemvriend van David. Merab, de oudste dochter, werd de vrouw van Adriël, nadat Saul haar eerst aan David wilde geven. Michal, die David liefhad (1 Sam. 18:20, 28), werd de vrouw van David, maar later werd zij door haar vader aan Paltiël gegeven.

De latere jaren van Sauls regering werden ontsierd door buien van zwaarmoedigheid en vlagen van waanzin. De Bijbel vertelt dat Gods Geest van Saul week en dat een boze geest hem angst aanjaagde. Ook werd hij beheerst door toenemende afgunst en openlijke vijandigheid ten opzichte van David, van wie Saul had begrepen dat hij de nieuwe koning zou zijn. Saul vervolgde hem jarenlang. Door God verlaten, zonder geloof of geweten, nam hij zijn toevlucht tot een waarzegster, die hem zijn ondergang aankondigde.

Hij werd verslagen door de Filistijnen, die hij had moeten overwinnen. In de strijd beneemt hij zichzelf het leven. Ook zijn zonen Jonathan (Davids vriend), Abinadab en Malkisúa sneuvelen in die strijd.

Zo faalde het koningschap, aan de Israëlieten naar hun begeerte toevertrouwd, bij de eerste koning.

Israël 1050 - 950 v.C.[3] > 1000 - 900 v.C.
SalomoDavidDavidIsbosethSaul

Bron

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Saul. Tekst van dit lemma is op 11 juni 2016 vertaald en verwerkt.

Voetnoot

  1. Volgens een tijdtafel van Stichting De Oude Wereld (opgegaan in het Logos Instituut). De opgaven verschillen: anderen hebben ca. 1029 tot 1005, of ca. 1040 tot 1010.
  2. Zo P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866), s.v. 'Saul'.
  3. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).