Schaduw

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schaduw van een boom

Schaduw kan betekenen: (1) een gedeelte van een ruimte waar het licht niet rechtstreeks doordringt: "in de schaduw"; (2) de vorm waarin een lichaam, door het licht te onderscheppen, zich ergens aftekent; (3) iets dat (grotendeels) de vroegere kracht of waarde mist: "hij is nog slechts een schaduw van wat hij was" (4) een voorteken of voorafbeelding: "zijn schaduw(en) vooruitwerpen", een onheilspellend voorteken zijn; "de wet van Mozes heeft een schaduw van de toekomstige goederen", heeft hun contouren, tekent ze vooraf.[1]

Schaduw (betekenissen 1 en 2) ontstaat, wanneer de voortgang van het licht door een ondoorschijnend lichaam in de daarachter liggende ruimte wordt verhinderd. De schaduw (betekenis 1) heeft de eigenschap dat zij tegen de hitte beschermt en dat zij (betekenis 2) dat lichaam, hoewel onvolkomen, afbeeldt Zij is iets lichts, vluchtigs, duisters.

Een bekend wonder was het teruggaan van de schaduw aan de zonnewijzer van Achaz. De zieke koning Hizkia had de profeet Jesaja gevraagd om een teken van Jahweh dat Hij hem gezond zou maken.

2Kon 20:9  Daarop antwoordde Jesaja: Dit zal u het teken zijn van des HEREN kant, dat de HERE ook doen zal wat Hij gesproken heeft: zal de schaduw tien treden vooruitgaan, of zal zij tien treden teruggaan?   2Kon 20:10  En Hizkia zeide: Het is gemakkelijk voor de schaduw tien treden omlaag te gaan. Neen, de schaduw moet weer tien treden teruggaan.   2Kon 20:11  Toen riep de profeet Jesaja tot de HERE, en Hij deed de schaduw op de treden waarlangs zij afgedaald was op de trap van Achaz, weer tien treden teruggaan. (NBG51)

De schaduw verschoof tegen de gewone richting in op de treden van de trap van de vroegere koning Achaz.

De apostel Petrus werd zo hoog geacht, dat men zieken in zijn nabijheid bracht, opdat zijn schaduw hen overschaduwen en genezen mocht (Hand.  5: 15). In de schaduw zelf lag natuurlijk geen helende kracht, maar de Heer hielp ook door dit middel, om zich als de God te betonen, voor wie het enerlei is, door veel of door weinig te helpen.

Jeugd uit een Kibboets in de schaduw.

De schaduw van God

Van God en Christus gebruikt, betekent schaduw de bijzondere bescherming en de verkwikkingen , die de gelovigen onder de bezwaren van hun pelgrimsreis en in de hitte van de droefenis genieten. Nu eens licht het beeld van een grote rots in een dorre, hete streek (Jes. 30: 2) ten grondslag, dan weer van een bladerrijke boom (Hos. 14: 8. Hoogl. 2: 3), of van een beschermende hut (Jes. 4: 6; 25: 4 of van de vleugelen van een hen of van een adelaar (Ps. 17: 8; 36 : 8; 57: 2; 63: 8; 91 : 1), of van de grote, almachtige hand Gods (Jes. 49 : 2; 51: 16, vgl. Klaagl. 4: 20; Matth. 23:37).

God betoont Zich, gelijk wij Hem behoeven, gelijk wij Hem kunnen begrijpen; des nachts is God onze zon (Ps. 84 : 12), des daags onze schaduw. Hij is de zon ter opwekking, de schaduw voor de rust en ter verkwikking.

Ps 121:5  De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.  Ps 121:6  De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. (SV)

Deze schaduw kan ook wijken, gelijk het van de stammen van Kanaän, wellicht met toespeling op de wolkkolom heet: "Hun schaduw (grondtekst = schuts) is van hen geweken" (Num. 14 : 9).

Zinnebeeld van vluchtigheid

De schaduw is ook een meermalen gebruikt beeld van de vluchtigheid, ijdelheid en vergankelijkheid van de mens. De mens ontluikt als een bloem en valt af, vlucht als een schaduw en blijft niet (Job 14: 2; 8: 9; 1 Kron. 29: 15; Ps. 102: 12; 109: 23; 144: 4; Pred. 7: 1; 18 : 3). Met de ondergaande zon verdwijnt immers spoedig de schaduw, al heeft zij zich nog zo ver uitgebreid, zodat men niet weet, waar zij is gebleven.

Ps. 39: 6 (NBG51) lezen wij van een schaduw, een schaduwbeeld (Statenvertaling: "beeld").

Ps 39:4  Laat mij, HERE, mijn einde kennen, en welke de maat van mijn dagen is; laat mij weten, hoe vergankelijk ik ben.  Ps 39:5  Zie, Gij hebt mijn dagen als enige handbreedten gesteld, mijn levensduur is als niets voor U; ja, ieder mens staat daar, enkel een ademtocht. sela Ps 39:6  Ja, de mens gaat daarheen als een schaduw, ja, als een ademtocht suizen zij weg, zij garen bijeen en weten niet, wie het tot zich nemen zal. (NBG51)

Woordelijk: in een beeld, als een schaduwbeeld. Zij hebben een ware kracht, geen waar leven in zich, maar slechts de schijn daarvan. Zij vlieden als en grijpen naar de schaduw.

'Schaduw van de dood'

In de schaduw van de dood zitten (Matth. 4: 16, vgl. Jes. 9 : 2) betekent op een plaats wonen, die een beeld van de geestelijken en eeuwige dood is, gelijk de schaduw het lichaam afbeeldt. Het is een toestand vol gevaren en verschrikkingen, deels van lichamelijke, deels van geestelijke aard. Anderen verklaren het van de dikste duisternissen der onwetendheid, der zondenellende en der gewetensonrust (Job 3: 6).

Grootheid, uitgestrektheid

Schaduw dient in de Schrift ook ter aanduiding van de grootte en uitgestrektheid wanneer er staat : bergen zijn met schaduw bedekt (Ps. 80: 11. Ezech. 17: 23. Mark. 4: 32). Onder het beeld van een wijnstok wordt van het volk Israël gezegd:

Ps 80:10  (80-11) De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest, en zijn ranken waren als cederbomen Gods. (SV)

Wanneer de Heer Jezus het koninkrijk der hemelen vergelijkt met een mosterdzaad, zegt Hij:

Mr 4:32  en wanneer het is gezaaid, komt het op en wordt groter dan alle groenten en maakt grote takken, zodat de vogels van de hemel onder zijn schaduw kunnen nestelen. (Telos)

De schaduw van de Wet

De ceremoniële wet van Mozes wordt met een schaduw vergeleken in tegenstelling van de wezenlijke hemelse goederen, die ons in Christus worden geschonken (Kol. 2 : 17. Hebr. 10 : 1; 8: 5).

Heb 10:1  Want daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goederen, niet het beeld van de dingen zelf, kan zij met dezelfde slachtoffers die men voortdurend elk jaar offert, hen die naderen nooit volmaken. (Telos)

De priesters van het oude verbond brachten offers. Hun offerdienst was een zinnebeeld en schaduw van de hemelse dingen.

Heb 8:5  Dezen dienen een zinnebeeld en schaduw van de hemelse dingen, zoals Mozes een Goddelijke aanwijzing ontving toen hij de tabernakel zou vervaardigen; want: ‘Zie erop toe’, zegt Hij, ‘dat u alles maakt naar het voorbeeld dat u op de berg getoond is’. (Telos)

De schaduw van de wet tekent de hemelse goederen af, maar is voorbijgaand, onvolkomen en duister; daarom moest zij bij het aanbreken van het volle licht verdwijnen.

Col 2:16  Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten,  Col 2:17  die een schaduw zijn van wat zou komen, maar het lichaam is van Christus. (Telos)

De wet schaduwt het lichaam, d.i. Christus, vooraf. Christus wierp zijn schaduwen vooruit in de wet van Mozes.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Schaduw. De tekst van dit lemma is op 13 april 2019 onder wijziging verwerkt.

Voetnoot

  1. Vgl. VanDale.nl s.v. schaduw. Geraadpleegd 13 april 2019. De schaduw als voorafbeelding wordt daar niet genoemd.