Sebna

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sebna was eerst hofmeester en later schrijver aan het hof van Hizkia, Jes. 22: 15-21. Deze schrijver kan echter een andere Sebna geweest zijn. De goddeloze Sebna werd opgevolgd door de vrome Eljakim.

Sebna was een goddeloos beambte van het koninklijk huis van Juda. Hij had prachtige wagens (Jes. 22:18). In het het begin der regering van Hizkia had hij in Jeruzalem onder de afgoden dienende partij veel invloed, en waande zich daarom zeker in zijn macht. In trotse zekerheid geloofde hij niet, dat Jeruzalem enig gevaar bedreigde; in zijn hoogmoed liet hij zich bij de graven van de koningen een kostbaar graf bouwen. Zonder vrees kondigt Jesaja (22 : 15 vv.) hem zijn afzetting en zijn ondergang aan.

Jes 22:15 Alzo zegt de Heere, de HEERE der heirscharen: Ga heen, ga in tot dien schatmeester, tot Sebna, den hofmeester, [en] [spreek]: Jes 22:16 Wat hebt gij hier, of wien hebt gij hier, dat gij u hier een graf uitgehouwen hebt [als] die zijn graf in de hoogte uithouwt, die een woning voor zich op een rotssteen laat aftekenen? Jes 22:17 Zie, de HEERE zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u ganselijk overdekken. Jes 22:18 Hij zal u gewisselijk voortrollen, gelijk men een bal rolt, in een land, wijd van begrip; aldaar zult gij sterven, en aldaar zullen uw heerlijke wagenen zijn, o gij schandvlek van het huis uws heren! Jes 22:19 En Ik zal u afstoten van uw staat, en van uw stand zal Hij u verstoren. Jes 22:20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Mijn knecht, Eljakim, den zoon van Hilkia, roepen zal. Jes 22:21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn. (SV)

Ten tijde van de belegering van Jeruzalem komt reeds de vrome Eljakim als zijn opvolger in het ambt voor (Jes. 36 : 3; 2 Kon. 18). Ofschoon Eljakim insgelijks Sebna als kanselier (schrijver), ter zijde stond, zo kan echter de gelijkheid van de naam met het hoofd van de tegenpartij wel slechts toevallig zijn.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Sebna. Tekst hiervan is op 10 april 2017 verwerkt.