Sjeool (Hebreeuws)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjeool, in het Nederlands ook geschreven als sheool, is een Hebreeuws woord dat verwijst naar de onzichtbare plaats van de doden.

Korach en zijn medegenoten en hun gezinnen daalden af in de sjeool (Num. 16:33). Jona zei: "Uit de buik van de sjeool riep ik" (Jona 2:2) "De goddelozen keren om naar de sjeool" (Ps 9:17). "Laat hen levend in de sjeool neerdalen, want kwaad heerst in hun woning" (Ps 55:15). “Haar huis is een weg naar de sjeool” (Spr. 7:27). “Want U zult mijn ziel in de sjeool niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.” (Ps 16:10). Dit laatste vers wordt in het Nieuwe Testament aangehaald, waarbij 'sjeool' vertaald wordt door het Griekse woord 'hades'.

Sjeool en hel. Door de Statenvertaling en de King James vertaling is 'sheool' vaak vertaald door 'hel'. De Statenvertaling vertaalt sheool door 'hel' of 'graf'. De King James vertaalt door 'hell', 'grave' en drie maal door 'pit'. 'Hel' had vroeger in het Nederlands een ruimere betekenis dan tegenwoordig en werd ook gebezigd voor de plaats de doden. De Nieuwe Vertaling van 1951 vertaalt sjeool door 'dodenrijk', waar de Statenvertaling door 'hel' vertaald. 'Dodenrijk' is een betere vertaling, omdat 'hel' in onze tijd beperkt is tot de plaats van de verdoemden.

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Hell. Hieruit is vertaalde tekst opgenomen op 23 mei 2012.