Spreuken/Hoofdstuk 14

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 14 van het Bijbelboek Spreuken wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Spr. 14:19

Spr 14:19  De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen. (SV)

Buigen. Vergelijk:

Opb 3:9 Zie, Ik geef enigen uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken dat zij komen en zich neerbuigen voor uw voeten en erkennen dat Ik u heb liefgehad. (TELOS)

Opb 15:4 Wie toch zou U niet vrezen, Heer, en uw naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat uw gerechtigheden openbaar zijn geworden. (TELOS)

Ro 14:11 want er staat geschreven: ‘Zo waar Ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God belijden’. (TELOS)

Spr. 14:21

Spr 14:21  Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich over de nederigen ontfermt, die is welgelukzalig. 

Die zich over de nederigen ontfermt. Vergelijk:

Lu 13:10 Hij nu leerde in een van de synagogen op de sabbat. Lu 13:11 En zie, er was een vrouw die achttien jaar een geest van ziekte had gehad, en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. Lu 13:12 Toen nu Jezus haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tot haar: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte. Lu 13:13 En Hij legde haar de handen op en onmiddellijk richtte zij zich op en zij verheerlijkte God. (TELOS)

Spr. 14:13

Spr 14:23  In alle smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen [strekt] alleen tot gebrek.

Vergelijk:

Jes 53:11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. (SV)