Stad van David

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De stad van David of stad Davids of Davidsstad is het oudste deel van Jeruzalem, ouder dan de tegenwoordige ommuurde oude stadskern. De uitdrukking verwijst ook naar Bethlehem, waar David is geboren en opgegroeid. Hij woonde als koning te Jeruzalem.

Bethlehem

Het ouderlijk huis van David was in Bethlehem. Daar ging Jozef, de vader van Jezus, heen om zich te laten inschrijven, 'omdat hij uit het huis en de familie van David' was (Luc. 2:4).

Lu 2:4  Jozef nu ging ook op van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en de familie van David was, (Telos)

De herders in de buurt van Bethlehem kregen van een engel te horen dat de messias geboren was in de stad van David.

Lu 2:11  want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David. (Telos)

Zij maakten daaruit op dat de baby in Bethlehem moest zijn, en zij gingen er haastig heen.

Lu 2:15  En het gebeurde, toen de engelen van hen waren weggegaan naar de hemel, dat de herders tot elkaar spraken: Laten wij toch naar Bethlehem gaan en deze zaak zien die er is gebeurd, die de Heer ons heeft bekend gemaakt. Lu 2:16  En zij kwamen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kindje, liggend in de kribbe. (Telos)

Uit Bethlehem zou een leidsman voortkomen, die Gods volk Israël zou hoeden.

Mt 2:6  ‘En u, Bethlehem, land van Juda, bent zeker niet de geringste onder de vorsten van Juda; want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel zal hoeden’.

De burg Sion

Naam. David won de burg of vesting Sion, die de naam "stad van David" kreeg omdat David op de burg woonde.

2Sa 5:7  Maar David nam den burg Sion in; dezelve is de stad Davids. (...)  2Sa 5:9  Alzo woonde David in den burg en noemde dien Davids stad. En David bouwde rondom van Millo af en binnenwaarts. (SV)

1Kr 11:4 En David toog henen, en gans Israël, naar Jeruzalem, welke is Jebus; want daar waren de Jebusieten, de inwoners des lands. 1Kr 11:5 En de inwoners van Jebus zeiden tot David: Gij zult hier niet inkomen. David dan nog won den burg Sion, welke is de stad Davids. (...) 1Kr 11:7 David nu woonde op den burg; daarom heet men dien de stad Davids. (SV)

Ligging. De Davidsstad lag op het lagere, zuidelijke deel van de berg Moria, op dezelfde heuvelrug waarop ook de tempel heeft gestaan.

Ligging van de stad van David (Eng. City of David)
De Davidsstad, onderdeel van een maquette in het Israëlmuseum te Jeruzalem.

David bouwde een muur om de stad.

1Kr 11:8 En hij bouwde de stad rondom, van Millo af, en rondom henen; en Joab vernieuwde het overige der stad. (SV)

De archeologische plaats van de Davidsstad is tegenwoordig toegankelijk in het Nationale Park Stad van David.

Huis van David

In de stad van David was het huis van David. Van een dankkoor in Nehemia wordt gezegd:

Ne 12:37  Voorts naar de Fonteinpoort, en tegen hen over, gingen zij op bij de trappen van Davids stad, door den opgang des muurs, boven Davids huis, tot aan de Waterpoort, tegen het oosten. (SV)

Stad en tempel

Noordelijk grenzend aan de stad Davids was het tempelgebied. Volgens een theorie stond de tempel, het huis van God, in de stad van David en niet op het huidige platform met de islamitische Rotskoepel.

Koningsgraven

Meerdere koningen van Israël (Juda) zijn begraven in de Davidsstad. Hier waren 'de graven van de koningen'.

2Kr 21:1 En Josafat ging te ruste bij zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van David, en zijn zoon Jehoram werd koning in zijn plaats. (HSV)

Koning Joram van Juda, de zoon van Josafat, werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David, "maar niet in de graven van de koningen" (2 Kon. 8:24; 2 Kron. 21:20). Ook koning Joas van Juda werd bijzetting in de koninklijke graven onthouden.

De hogepriester Jojada echter werd daar met ere begraven.

2Kr 24:16 Men begroef hem in de stad Davids bij de koningen, want hij had gedaan wat goed was in Israel, zowel jegens God als jegens zijn huis. (NBG51)