Thessalonika

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Thessaloníka of Thessaloníca, het tegenwoordige Saloniki, was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Op zijn tweede zendingsreis (Hand. 15:36-18:22) ontstond in deze bloeiende en rijke handelsplaats door arbeid van de apostel Paulus een Christelijke gemeente (Hand. 17:1-9), aan welke hij twee brieven schreef, waarschijnlijk te Korinthe, niet lang nadat hij Thessalonika verlaten had.

Tweede zendingsreis van de apostel Paulus (Hand. 15:36-18:22), volgend op een eerste en gevolgd door een derde.

Route: Antiochië (Syrië)SyriëCiliciëDerbeLystraFrygië, GalatiëMysiëTroasSamothráceMacedoniëNeápolisFilippiAmfipolisApolloniaThessaloníkaBeréaAtheneKorintheKenchreeënEfezeCaesarea (Maritima)JeruzalemAntiochië (Syrië)

De stad ligt in het huidige Noord-Griekenland. De bewoners heten Thessalonikers of Thessalonicensen.

Ligging van Thessalonika in Macedonië

Thessalonika was in Paulus’ tijd een grote handelsstad. Zij lag aan de belangrijke handelsroute (Via Egnatia) tussen Rome en het oosten van het rijk. Zie op de kaarten hierboven en hieronder. Deze beroemde heerweg liep dwars door geheel Macedonië. De afstand tussen Filippi en Thessaloníka is zo'n 150 km.

Amfipolis en Apollonia - Bible Mapper 5.0.jpg

Naam en stichting

Naam en stichting. Uitspraak van de naam: Thessaloka (klemtoon op ni). Thessalonika, het tegenwoordige Saloniki, ontleent haar naam aan de vrouw van Cassander, koning van Macedonië, die in 315 het aan de golf van Thermae gelegen Thermae (waar zich warme bronnen bevonden) nieuw liet aanleggen en vergrootte en tot zijn residentie maakte.

Bevolking

De bevolking was in Paulus' dagen bont gevarieerd. De Grieken waren het talrijkst. Verder waren er Romeinen en Joden. De laatsten waren in elk geval zo talrijk dat zij een eigen synagoge hadden, Hand. 17:1.

Hnd 17:1 Toen zij nu door Amfipolis en Apollonia waren gereisd, kwamen zij in Thessalonika, waar een synagoge van de Joden was. (TELOS)

Betekenis

Betekenis. Lang was Thessalonica de grootste en aanzienlijkste stad van het Balkan-schiereiland. Het won nog in aanzien en betekenis, toen in 146 v. Chr. Macedonië tot een Romeinse provincie werd gemaakt. Na de slag bij Filippi werd Thessalonica een „vrije stad", die als zodanig een „senaat" en „volksvergadering" had, vgl. Hand. 17 : 5: „het volk". Sedert 146 bleef Thessalonica de residentie van de stadhouders van Macedonië en was de hoofdstad van de Romeinse provinvie. Als voornaamste havenstad van de provincie en door haar ook overigens zeer gunstige ligging kwam Thessalonica tot grote bloei. Het was een middelpunt van handel en verkeer, eindpunt van onderscheiden belangrijke landwegen, met name van de grote noordelijke weg, die uit het dal van de Axios kwam.

Van niet minder betekenis was de ligging van de stad aan de grote Romeinse heerweg, de via Egnatia. die van Dyrrachium, aan de Adriatische Zee door Thessalonica naar de Hellespont leidde.

Het behoeft niet te verbazen, dat Thessalonica onder deze omstandigheden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de aanzienlijkste handelsstad van de Grieken werd naast Korinthe.

Paulus' prediking

Dat Paulus en Silas ook zulk een stad niet voorbijgingen, ligt geheel in de lijn van Paulus' methode: hij predikte bij voorkeur in de grote cultuurcentra van de oude wereld, trachtte daar de banier van het kruis te planten, en zond niet zelden van zulk een middelpunt zijn medewerkers uit in de omgeving.

De apostel trof in Thessalonica een talrijke Jodenbevolking aan: terwijl er in Filippi voor de Joden slechts een „gebedsplaats" was aan de rivier (Hand. 16 : 13) hadden zij te Thessalonica een synagoge (Hand. 17 : 1). Zijn prediking won slechts weinig Joden; de meesten keerden zich tegen hem; hun grote getalsterkte in de stad is een verklaring voor de invloed van hun optreden tegen Paulus bij de „oversten der stad" (Hand. 17 : 6), die door Lucas met de naam „politarchen" worden genoemd, zoals zij ook in onderscheiden inscripties heten.

Tijdens zijn verblijf in Thessaloníka ontving hij van de gelovigen in Filippi, dat zo'n 150 km oostelijker lag, een en andermaal voor zijn behoeften.

Flp 4:15 U weet ook zelf, Filippiers, dat in het begin van het evangelie, toen ik van Macedonie was vertrokken, geen gemeente in rekening van uitgave en ontvangst met mij in verbinding heeft gestaan dan u alleen. Flp 4:16 Want ook in Thessalonika hebt u mij eenmaal en andermaal voor mijn behoefte gezonden. (TELOS)

Christenen

Van de christenen te Thessalonica worden met name genoemd Aristarchus en Secundus (Hand. 20 : 4 ; 27 : 2), waarschijnlijk was ook Demas uit Thessalonica afkomstig (2 Tim. 4:10).

In weerwil van de tegenstand, die de gemeente na Paulus' vertrek had te verduren (1 Thess. 2 : 14) is zij niet teniet gegaan.

Een edict van Antoninus Pius (138—161) vermeldt nog een christengemeente te Thessalonica. En in later tijd wordt zij nog als de „orthodoxe stad" aangeduid.

Bron

Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk (Kampen: Kok, 1925-1931) s.v. Thessalonica. Hieruit is op 6 dec. 2016 tekst genomen en verwerkt.