Tien Geboden

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Tien Geboden (ookwel de Tien Woorden of de Wet) zijn de eerste tien geboden die het volk Israël ontvangt in de Sinaïwoestijn. Ze dienen als het fundament van het verbond dat God met hen sluit; alsmede als een basis voor de volgende 603 wetten van de Thora. De Tien Geboden staan beschreven in Exodus 20:1-17 evenals in Deuteronomium 5:6-18.

In sommige Christelijke tradities heeft het voorlezen van de Tien Geboden een vaste plaats in de Zondagse Liturgie. Voor veel mensen gelden ze als morele aanwijzingen voor een goed leven. De eerste vier geboden gaan over de realatie tussen God en de mensen, en de laatste zes geboden gaan over de relatie tussen mensen onderling.

Naam

De Hebreeuwse benaming voor de Tien Geboden is Asereth haDevariem wat letterlijk betekend De Tien Woorden, omgezet in het Grieks is het Deka Logos waar de term De Decaloog vandaan komt. Het feit dat God tien maal spreekt reflecteert de tien Scheppingswoorden envenals de tien woorden die vooraf gingen aan de tien Plagen van Egypte.

Inhoud

Exodus 20:1-17

Dit zijn de Tien Geboden zoals beschreven in Exodus 20:1-17, in de Herziene Statenvertaling:

Toen sprak God al deze woorden:
Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.

I U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

II U zult voor uzelf geen beeld maken, 
 [geen] enkele afbeelding [van] wat boven in de hemel, 
 of beneden op de aarde 
 of in het water onder de aarde is.
 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, 
 en die niet dienen, 

want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, 
Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, 
aan het derde en vierde [geslacht] van hen die Mij haten,
maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben 
en Mijn geboden in acht nemen.

III U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, 
want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.

IV Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt.
 Zes dagen zult u arbeiden 
 en al uw werk doen,
 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. 
 [Dan] zult u geen enkel werk doen, 
  u, noch uw zoon, noch uw dochter, 
  [noch] uw slaaf, noch uw slavin, 
  noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.
 Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. 
 Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.

V Eer uw vader en uw moeder, 
opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.

VI U zult niet doodslaan.

VII U zult niet echtbreken.

VIII U zult niet stelen.

IX U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.

X U zult niet begeren het huis van uw naaste. 
 U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, 
 noch zijn slaaf, noch zijn slavin, 
 noch zijn rund, noch zijn ezel, 
 noch iets wat van uw naaste is. (HSV)

Deuteronomium 5:6-18

Nadat het volk Israël 40 jaar door de woestein heeft gezworven, houd Mozes een aantal toespraken voor de nieuwe generatie, die de uittocht uit Egypte niet heeft meegemaakt. Hij herhaald hierbij ook de Tien Geboden. Deze geboden zijn inhoudelijk hetzelfde maar wijken op sommige punten af.

Gebod Ex. 20 Deut. 5
IV Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt. Neem de sabbatdag in acht om die te heiligen, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft.
IV Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die. opdat uw dienaar en uw dienares rusten zoals u. Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God u vandaar uitgeleid heeft met een sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.
V Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft. Eer uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.
VII U zult niet echtbreken. En u zult geen overspel plegen.
X U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, ... En u zult niet begeren de vrouw van uw naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, ...

Alternative indeling

In sommige tradities worden de Tien Geboden anders genummerd. Het gaat om dezelfde tekst, en ook blijven het tien geboden.

In de Joodse traditie wordt Ik ben de HEERE ... als een appart gebod gezien. U zult geen andere goden ... en U zult voor uzelf geen beeld maken ... worden dan samengenomen tot één gebod, het tweede.

In de Katholieke traditie wordt Ik ben de HEERE ... U zult geen andere goden ... U zult voor uzelf geen beeld maken ... als één gebod gezien. Het laatste gebod U zult niet begeren ... wordt opgedeeld in twee geboden ... het huis van uw naaste. en ... de vrouw van uw naaste, ...

Exodus 34:10-28

Nadat Mozes de Tien Geboden en de plannen voor de bouw van de Tabernakel van God ontvangen heeft komt hij weer in het kamp van de Israëllieten. Dezen hebben alleen in de 40 dagen al de eerst twee geboden overtreden door het maken en aanbidden van het Gouden Kalf. Mozes gooit de stenen tafelen kapot op de grond, en pleidt voor God om het volk niet te verlaten en hen nog een kans te geven. Zie Ex. 32-33.

Bovenop de berg ontvangt Mozes opnieuw twee stenen platen, maar dit keer met tien andere geboden. Deze geboden focussen meer op het vieren van de Heilige Feesten en op het feit dat alles God toebehoord. Zoals:

Exodus 34:18 Het Feest van de ongezuurde [broden] moet u in acht nemen. Zeven dagen [lang] moet u ongezuurde [broden eten], zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in de maand Abib bent u uit Egypte vertrokken. (HSV)

en:

Exodus 34:19. Alles wat de baarmoeder opent, behoort Mij toe, ja, al uw vee dat mannelijk is, wat de [baarmoeder] van rund of schaap opent. (HSV)

De enige twee geboden die overeen komen zijn:

Exodus 34:17 U mag u geen gegoten goden maken. (HSV)

en:

Exodus 34:21 Zes dagen moet u arbeiden, maar op de zevende dag moet u rusten. [Ook] in de ploegtijd en in de oogst[tijd] moet u rusten. (HSV)

Betekenis

1. Geen andere goden

Zie Sjema

Het eerste gebod spreekt zich uit tegen de Polytheïstische omgeving waarin de Israëlieten leven, en waarin ze in Egypte jarenlang geleeft hebben. De HEERE kiest dit volk uit tussen vele volken, en Hij is hun God tussen vele goden. (Ex 6:6-8)

2. Geen beelden

Het tweede gebod verbied om beelden te maken en die als goden te aanbidden, bedenk dat wij als mens al 'beeld' van God zijn. Het gaat specifiek over het aanbidden van beelden, want als Aäron het gouden kalf maakt zegt hij: 'dit is de HEERE.' (Ex 32:4,5) Het maken van beelden zelf wordt niet verboden, want in de ontwerpen van de Tabernakel en de Tempel worden de Israëlieten opgedragen om beelden te maken van bloemen, planten en dieren, ja zelf van Cherubs.

In de Orthodoxe traditie wordt bij dit verbod de focus gelegt op 'gesneden' of 'gegoten' beelden. Een icoon is een schilderij van een heilge of van een Bijbelverhaal. Naar de gedachte dat Christus de eerste 'icoon' van God was (Kol. 1:15). Voor deze iconen wordt ook niet gebeden, maar gemediteerd. De Geest kan door deze afbeeldingen heen spreken zoals Hij door de Schrift spreekt als wij daarop mediteren.

In de Katholieke traditie worden veel beelden gemaakt van Heiligen, maar nooit van andere goden, en worden ook nooit als zodanig aanbeden.

3. Geen ijdel gebruik van Gods naam

Het woord voor 'IJdel' (Shav) betekend 'leeg', 'slecht' of 'vals'. Bedoeld wordt dat Gods naam (JHWH) niet mag worden gebruikt in valse beloften of eden. Zijn naam mag alleen in waarheid en aanbidding gebruikt worden.

In de Joodse traditie werdt de naam van God, uit angst dit gebod te overtreden, altijd uitgesproken als haShem (de Naam), Adonai (Heer) of Elohim (God). Slechts één maal per jaar werdt de naam van God uitgesproken, en wel door de Hogepriester, tijdens de Grote Verzoendag, in het Heilige der heiligen. Uit de traditie om Gods naam door 'Heer' te vervangen, is in de Nederlandse Bijbels 'HE(E)R(E)' als vertaling gekomen.

Omdat er in de Bijbel vaak wordt opgedragen om de Naam van God te loven en te aanbidden is er door de Jehova's Getuigen de tegenbeweging gekomen om Gods naam in ere te herstellen. Zij gebruiken hiervoor de naam Jehova naar de Latijnse vertalingen, dit is alleen een onwaarschijnlijke weergave van Gods naam. Zie JHWH

4. Sabbatsheiliging

Het wekelijks houden van een dag aan God gewijd, toont ons onze afhankelijkheid van God. De Sabbat is een herinnering aan de volmaakte schepping, en opdracht aan de mens om, samen met God, haar te beschermen en tot bloei te doen komen. Ook is het een vooruitwijzing naar de Eeuwige Sabbat in Gods Koninkrijk. In Deut. 5 wordt de focus gelegd op het feit dat het volk eerst slaven waren, en geen rust kenden. Nu worden ze opgedragen iedere week een dag rust te houden en ook hun slaven die rust te geven.

In de meeste tradities wordt de zondag (de Dag des Heeren) beschouwd als een dag van rust en aanbidding. Slechts enkele Christelijke tradities houden tegenwoordig nog de Sabbat zoals die in de Bijbel beschreven wordt. Over het algemeen wordt de Sabbat als vervuld gezien in de dood en opstanding van Jezus Christus. (Zie ook Heb. 3:1-4:13)

5. Ouders eren

Het vijfde gebod is een overgang tussen de relatie God-mens geboden (1-4) en mens-mens geboden (6-10). Je ouders gelden als diegenen die je als eerste over God onderwijzen, en eerbied voor hen leert je eerbied voor God. Zij kunnen je het Vaderschap en het Moederschap van God tonen. Dit gebod geldt dus niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de ouders. Zij moeten in eerbied voor God leven die de eerbied van hun kinderen waardig is.

6. Niet doodslaan

Het zesde gebod richt zich niet zozeer op het niet doden van mensen, als wel op het niet 'ongegrond' doden van mensen. De doodstraf is in de rest van de Wet zeer aanwezig. Ook worden er een aantal vrijsteden aangesteld waar mensen naartoe kunnen vluchten als ze per ongeluk iemand doden, opdat hun leven niet gewroken wordt.

7. Niet echtbreken

... danwel overspel plegen. Het zevende gebod verbied het om met de vrouw van een andere man naar bed te gaan, om zo het huwelijk en de sexuele gemeenschap te heiligen. Dit was een sterk contrast met veel van de volken om Israël heen.

8. Niet stelen

Het achtste gebod verbied het ongeoorloofd toeeigenen van iets dat een ander toebehoord. Zowel het plegen van diefstal, als het onrechtvaardig behandelen van anderen wordt hiermee verboden. Zoals bijvoorbeeld:

Leviticus 19:13 U mag uw naaste niet afpersen en niet beroven. Het arbeidsloon van de dagloner moet u nog diezelfde dag uitbetalen.

9. Geen vals getuigenis

Het negende gebod wordt vaak vereenvoudigd tot 'je mag niet liegen', maar de focus van dit gebod ligt in de rechtspraak. Volgends de Wet is iemand schuldig zodra twee of meer mensen een overeenstemmend getuigenis tegen diegene hebben, het is hierbij van uiterst belang dat dit gebod in ere wordt gehouden.

10. Niet begeren

God geeft een ieder naar wat hij nodig heeft. Het tiende gebod waarschuwd ons om meer te willen, en dan vooral datgene wat een ander toekomt.