Tijdrekenkunde van Ezra en Nehemia

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.C. Het boek Nehémia betreft de periode 445-430 v.C. De boeken Ezra en Nehemia gaan, samen genomen, over een periode van meer dan 100 jaar, te beginnen bij het edict van Kores, die de Joodse ballingen toestemming gaf terug te keren naar hun land (538 v. Chr.) tot en met het tweede verblijf van Nehemia in Jeruzalem (ca.  430 v. Chr.).

Het boek Ezra sluit aan bij het eind van het boek 2 Kronieken. Het begint met de terugkeer van de eerste groep ballingen naar Jeruzalem. In deze tijd werden ze voor het eerst Joden genoemd, omdat de meesten behoorden bij de stam Juda. Aan het eind van het boek Nehemia is Israël weer als geestelijke en politieke samenleving op de kaart gezet.

Hieronder volgt een geschiedkundige tijdtafel. De vermelde jaartallen zijn in de geraadpleegde literatuur niet overal gelijk. 

Vóór de ballingschap

750 — 650 v.C. < Israël 700 — 600 v.C.[1] > 650 — 550 v.C.
HabakukNebukadnezarJojakimJoahazJosiaAmonAsnapparEsarhaddonManasse (koning)SanheribHizkia

681-669 regering van de Assyrische koning Esarhaddon. Hij voerde vreemde volken naar Samaria (Ezr. 4:2).  

669-627 regering van de Assyrische koning Asnappar (= Assurbanipal), de opvolger van Esarhaddon. Ook hij voerde vreemde volken naar Samaria (Ezr. 4:10). 

700 — 600 v.C. < Israël 650 — 550 v.C.[2] > 600 — 500 v.C.
EvilmerodachEzechiël (Bijbelboek)ZedekiaJojachinNebukadnezarJojakimJoahazNechoJosiaAmonAsnapparManasse (koning)

640-609 regering van Josía, 

621-580 dienst van de profeet Jeremia. 

614-535 leefde de profeet Daniël 609 regering van Joahaz, de zoon van Josía. Hij deed wat kwaad was in de ogen van God.  

609-597 regering van Jojakim, de oudste zoon van Josía. Hij deed wat kwaad was in de ogen van God.  

605-562 Nebukadnezar koning van Babel 605 Optreden van de profeet Habakuk 

650 — 550 v.C. < Israël 600 — 500 v.C.[3] > 550 — 450 v.C.
Darius IBelsazarKoresEvilmerodachZedekiaJojachinNebukadnezarJojakimNecho

ca. 600 Geboorte van Kores, de latere grote koning van Perzië. 

597 v.C. Jojachin (Jechonia), achttien jaar oud, wordt koning van Juda en regeert drie maanden. Jeruzalem wordt ingenomen door de Babylonische troepen van koning Nebukadnezar II. De tempel wordt geplunderd. Jojachin, de latere profeet Ezechiël en anderen worden weggevoerd naar Babel. ​Zedekia wordt (vazal)koning van Juda in de plaats van Jojachin, die 36 jaar in de gevangenis zal doorbrengen. 

597-538 Babylonische ballingschap

Van 597-538 is de periode van de Babylonische ballingschap der Joden. 

593-570  Optreden van de profeet Ezechiël.
592 De profeet Ezechiël geroepen middels een visioen.
589 Koning Zedekia van Juda sluit een verbond met farao Apries van Egypte.
588 De Babylonische Koning Nebukadnezar II valt Juda binnen en belegert Jeruzalem om de opstandige vazal Zedekia te straffen.
587 Start van de fasegewijze verovering van Juda door Nebukadnezar II. - Optreden van de profeet Obadja.
586 Juda wordt definitief veroverd door koning Nebukadnezar II, de Joden worden als balling gedeporteerd naar Babylon. De tempel wordt verwoest, in Jeruzalem worden de huizen verbrand en de stadsmuren afgebroken.
583 Koning Nebukadnezar II verovert het koninkrijk Edom en lijft dit in bij het Babylonische Rijk.
582 Een aantal van 745 Joden worden in ballingschap weggevoerd naar Babylonië. - De Babylonische gouverneur van Jeruzalem wordt door volgelingen van de profeet Jeremia vermoord.
561 Ex-koning Jojachin van Juda vrijgelaten. Al de dagen van zijn overige leven at hij aan de tafel van de koning van Babel.

560-530 (of 559-529) Kores (of Cyrus II de Grote) koning van Perzië.

556-539  Nabonidus koning van het Babylonische rijk.

553  De Babylonische koning Nabonidus maakt zijn zoon Belsazar mede-regent en draagt hem de verdediging van Babylon op.
600 — 500 v.C. < Israël 550 — 450 v.C.[4] > 500 — 400 v.C.
ArthahsastaAhasverosDarius IBelsazarKores

550-539  Belsazar koning van Babel. In deze tijd bereikt het Babylonische rijk onder koning Nabonidus zijn grootste omvang.

539  Babel valt in de handen van de perzische koning Kores.

538-450 Periode van het boek Ezra

Het boek Ezra beschrijft gebeurtenissen in de jaren 538-450 v.C. 538  Kores wekt de Joodse ballingen op terug te keren naar het land van Israël. Eerste terugkeer van Joodse ballingen naar Juda onder leiding van Zerubbabel en Jesúa.

Terugkeer van Joodse ballingen naar het land van Israël.

537-516  Herbouw van Gods huis te Jeruzalem

537, waarschijnlijk 6e maand (maand Elloel, aug./sept.), herbouw van het brandofferaltaar (Ezr. 3:1-2).
537, 7e maand (maand Tisjrie, sept./okt.), herstel van de offerdienst (Ezr.3:1v). Vanaf de 1e dag (het feest van het geklank) offeren van brandoffers (Ezr. 3:6).
537, 15-23 Tisjrie viering van het Loofhuttenfeest (Ezr. 3:4)
536  In het tweede jaar van de terugkeer worden Levieten als opzichters over het werk van Jhwh's huis aangesteld (Ezr. 3:8) en begint de herbouw, die echter spoedig komt stil te liggen en pas weer in 520 wordt hervat. 
530-522  Cambyses (of Kambyses) II koning van het Perzische rijk. Onder hem wordt Susan de hoofdstad van het rijk. 
525  Tweede terugkeer van Joodse ballingen naar Juda; de eerste terugkeer was 13 jaren eerder (538). De Perzische koning Cambyses verovert Egypte.
522/21-486/85  Darius I (Darius de Grote) koning van Perzië.
522/521 Daniël doet belijdenis, in het eerste jaar van Darius I.
521/520 In zijn tweede regeringsjaar geeft Darius bevel dat het huis van 'de God des hemels' in Jeruzalem verder gebouwd moet worden. Ook beval hij voorzieningen voor de offerdienst en vroeg hij om voorbede voor zichzelf en zijn kinderen (Ezr. 6:6v).
ca. 520  Optreden van de profeten Haggaï en Zacharia (Ezr. 5:1).
520 - 516/5  Vervolg van de herbouw van Gods huis, na een onderbreking van zo'n 17 jaren (Ezr. 5:2v).
520 In het 2e regeringsjaar van Darius I wordt de tempelbouw weer ter hand genomen.
Een poging om het werk te verhinderen heeft een tegengestelde uitwerking (Ezr. 5:3v).  
516/515  Herbouw van de tweede tempel te Jeruzalem voltooid.
550 — 450 v.C. < Israël 500 — 400 v.C.[5] > 450 — 350 v.C.
Nehemia (persoon)ArthahsastaAhasverosDarius I

486 Ahasveros (= Xerxes I) koning van Perzië (486-464 v.C.)

479 De Jodin Esther wordt gemalin van koning Ahasveros
473 Hamans plan om de Joden uit te roeien mislukt

464 Arthahsasta (= Artaxerxes I) koning van Perzië (464-424 v.C.)

458 In het 7e jaar van koning Arthahsasta (Ezr. 7:7), op de 1e dag van de 1e maand (Ezr. 7:9), d.i. de maand Abib (maart/april), valt het besluit tot de tweede optocht van Joodse ballingen uit Babel. Onder hen zijn meer dan 1700 manspersonen. Ezra heeft de leiding.
Op de 12e dag van de 1e maand (Ezr. 8:31) vertrekken ze van hun verzamelplaats aan de rivier Ahava. De reisweg naar Jeruzalem is ongeveer 1400 km lang.
Op de 1e dag van de 5e maand (Ezr. 7:8-9), dus na 4 maanden reizen, is de aankomst te Jeruzalem. Volksvergadering te Jeruzalem.
Op de 20e van de 9e maand (ongeveer december) (Ezr. 10:9) verzamelen zich alle mannen van Juda en Benjamin, om zich af te scheiden van de volken en de vreemde vrouwen met hun kinderen weg te zenden.
457 Op de 1e dag der 1e maand (ongeveer april) (Ezr. 10:11) wordt de afscheiding voleindigd. Dus hadden Ezra en de zijnen drie maanden werk, om alles te onderzoeken en de zaak tot een goed einde te brengen. 
500 — 400 v.C. < Israël 450 — 350 v.C.[6] > 400 — 300 v.C.
Nehemia (persoon)
450  Optreden van Maleachi
ca. 450 Een groep Judeeërs, wellicht onder leiding van Hanani, broer van Nehemia (Neh 1:3) begint de muren van Jeruzalem te herstellen.
ca. 450 Brief van de tegenstanders aan Arthahsasta tegen de herbouw van de 'oproerige stad' Jeruzalem (Ezr. 4:8-16). Daarop laat Arthahsasta de herbouw stilleggen (Ezr. 4:17v).  

445-430 Periode van het boek Nehemia

445-433 Herbouw van Jeruzalem door Nehemia, dat is van het 20e - 32e regeringsjaar van koning Arthasasta (Neh  5.14). Nehemia is dan gouverneur van Juda, d.i. bestuurder onder gezag van Arthasasta.

445.  In het 20e regeringsjaar van koning Arthahsasta van Perzië (Neh. 2:1), 13 jaren na Ezra's vertrek van Babel naar Jeruzalem (Ezr. 7:8), ontvangt Nehemia verlof om de muren van Jeruzalem te herstellen. Arthasasta stelt hem aan tot landvoogd (gouverneur) van het land Juda (Neh. 5:14). Derde terugkeer van Joodse ballingen onder zijn leiding.
In de maand Chisleu (Neh. 1:1), circa december: Nehemia's rouw, vasten en gebed in Susan.
In de maand maand Nisan (maart/april, Neh. 2:1): Nehemia's verzoek.
In de maand Aaw (juli/augustus), ongeveer op de 2e dag, begint het herstel van Jeruzalems muren, vgl. Neh. 6:15.
In de maand Elul (augustus/september), op de 25ste dag, nog geen 6 maanden na het vertrek uit Susan, is het herstel van Jeruzalems muren voltooid, waarschijnlijk nog in het twintigste regeringsjaar van Arthahsasta. Het herstelwerk was in 52 dagen gedaan, Neh. 6:15. Deze tijdruimte schijnt te kort, maar is dit inderdaad niet, als men in aanmerking neemt de grote ijver waarmee gewerkt werd en de talrijke werkkrachten, en bedenkt dat hier en daar de muur niet veel herstel nodig had (verg. Neh. 313)[7].
433. Na een 12-jarige ambtstermijn keert Nehemia terug naar 'Arthahsasta koning van Babel', in diens 32ste regeringsjaar (Neh. 13:6). Hij heeft 12 jaar lang, ofschoon hij gouverneur was, 'het brood van de landvoogd niet gegeten' (Neh. 5:14): hij had in materieel opzicht onder zijn stand geleefd, zichzelf niet verrijkt, of voor zijn eigen voordeel gezorgd, maar hij het goede voor zijn volk gezocht.

ca. 430 (?) Enige tijd later keert Nehemia weer terug naar Jeruzalem. "Ten einde van dagen ... verkreeg ik verlof van de koning en ik kwam te Jeruzalem..." (Neh. 13:6). Meestal dateert men Nehemia’s tweede termijn ca. 430 of later[8]. De priester Ezra was er niet meer, die was in het tijdvak 445-433 gestorven[9]

Bronnen

Wikipedia.nl, enkele artikelen over bepaalde jaren, geraadpleegd op 11 jan. 2016. 

Bijbel met uitleg (Apeldoorn: B.V. Uitgeverij de Banier, 2015); geraadpleegd de tijdlijn bij Ezra.

Voetnoot

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  2. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  3. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  4. De jaartallen zijn deels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  5. De jaartallen zijn deels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  6. De jaartallen zijn deels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  7. Aantekening bij de Leidse vertaling. Enige tekst hiervan is overgenomenop 17 juni 2016.
  8. Aldus Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht. Boekencentrum, 1987. Zie commentaar op Neh. 13:7.
  9. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Neh. 13:1.