Tweede brief van Johannes

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De tweede brief van Johannes is een korte brief van de apostel Johannes in het Nieuwe Testament. Hij vraagt een vrouw en haar kinderen dat zij liefhebben en, gelet op de vele verleiders, waarschuwt hij hen in de leer van Christus te blijven.

Voor de eerste en de derde brieven van Johannes, zie Eerste brief van Johannes en Derde brief van Johannes.

Schrijver

In deze brief, evenals in de eerste en de derde brief, blijft de naam van de schrijver ongenoemd. De eerste brief vertoont echter grote overeenkomst met het evangelie van Johannes. Ook het feit dat hij ooggetuige van Jezus' opstanding pleit voor auteurschap van Johannes. De oud-christelijke overlevering noemt Johannes als schrijver.

Het is aannemelijk dat Johannes ook de tweede brief heeft geschreven. Deze brief vertoont grote gelijkenis met de eeste. Acht van de dertien verzen vinden we ook terug in de eerste brief. De tweede brief ademt dezelfde geest als de eerste en bevat soortgelijke waarschuwingen.

Johannes noemt zich "de ouderling" in de tweede en de derde brief. Inhoudelijk is er gelijkenis in stijl en taalgebruik tussen de tweede en de derde brief.

Datering

De brief is waarschijnlijk geschreven tussen de jaren 60 en 95 n.Chr.[1], wellicht vanuit Efeze[1], waar Johannes heeft gewerkt.

Adressering

De brief is gericht aan de "uitverkoren vrouwe en haar kinderen" (vers 1). Volgens één bron uit de traditie zou deze vrouw Martha van Bethanië zijn geweest. Haar zuster, "uw uitverkoren zuster" genoemd in vers 13, zou dan een verwijzing zijn naar Maria van Bethanië. Sommige bijbelgeleerden menen dat "de uitverkoren vrouw" ook een aanduiding van een gemeente zou kunnen zijn.

Boodschap

Johannes legt nadruk op de liefde en het blijven in de leer van Christus. Hij waarschuwt tegen dwaalleraren die in een antichristelijke geest loochenen dat de Heer Jezus in het vlees gekomen is.

Overzicht

  • Vers 1-3. Schrijver, geadresseerden en zegen.
  • Verzen 4-6. Wandelt in de liefde, naar Zijn geboden.
  • Verzen 7-11. Blijf in de leer van Christus. Er zijn veel verleiders die Hem niet als in het vlees gekomen belijden. Heb geen gemeenschap met hen.
  • Verzen 12-13. Slot en groet.

Achtergrond

De Heer Jezus is én God én mens. In de tijd van Johannes waren leraars die het vleselijk lichaam als slecht beoordeelden en alleen waarde hechten aan de geest (gnostici). Zij ontkenden dat de Zoon van God vlees was geworden, in het vlees gekomen was. De Heer Jezus is echter volkomen mens geworden, naar vlees, ziel en lichaam.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Volgens de inleiding tot de brief in de TELOS-vertaling van het Nieuwe Testament.